Auteur: Krist Plaizier Datum: 03-06-2021

Ørsted wil het grootste bedrijf ter wereld worden in groene energie

Gisteren hield het Deense nutsbedrijf Ørsted, waar wij voor onze cliënten in beleggen, een Capital Markets Day. Tijdens deze dag voor beleggers bracht het bedrijf ambitieuze plannen naar buiten. De Denen willen het grootste bedrijf worden in groene energie in 2030. Hiertoe gaan ze tot 2027 maar liefst 57,5 miljard dollar investeren in onshore windparken, offshore windparken en waterstof. Hiermee moet de capaciteit van het bedrijf in duurzame energiegeneratie groeien tot 50 gigawatt. Eerder had men nog het voornemen om de huidige 12 gigawatt uit te breiden door zo’n 33 miljard dollar tot 2025 te investeren en zo uit te komen op een capaciteit van 30 gigawatt. Op dit moment is Ørsted al de grootste bouwer ter wereld van windparken op zee; een kwart van alle windparken op zee is gebouwd door de Denen. Met de investeringsplannen wil het bedrijf de voorsprong behouden die het momenteel heeft op grote olieconcerns als BP, Royal Dutch Shell en Total die hun investeringen in duurzame energie snel opvoeren. Al dan niet gedwongen door een rechterlijke uitspraak. Ook Europa’s grootste verkoper van groene (wind)energie Iberdrola besloot onlangs om de capaciteit te verdriedubbelen in 2030.

Beleggers reageerden verdeeld op de ambities, maar een meerderheid was toch negatief. Het aandeel sloot gisteren 5,7 procent lager. Analisten vragen zich af of Ørsted in staat blijft de winstgevendheid te handhaven met de forse investeringen en de toenemende concurrentie. Andere analisten zijn juist vol lof dat het bedrijf actie onderneemt om de concurrentie voor te blijven. CEO Mads Nipper gaf aan dat de operationele winst met gemiddeld 12 procent per jaar zal groeien tot een niveau van 35 à 40 miljard Deense kronen in 2027. Aangezien 90 procent hiervan al gegarandeerd is door reeds afgesloten contracten, stellen diverse analisten dat een dergelijke winstgroei weinig ambitieus is. Ook beloofde de CEO dat de plannen geen gevolgen zouden hebben voor het dividendbeleid. De toegezegde groei van het dividend met een hoog enkelcijferig percentage (8 à 9 procent) tot aan 2025 blijft onaangetast. Het huidige dividendrendement bedraagt nu ongeveer 1,3 procent.

Ook vandaag hadden beleggers moeite met hoe ze de groeiambities van Ørsted moeten duiden. Er ging nog eens zo’n 1,5 procent van de koers af. Bij Fintessa scharen wij ons bij de analisten die wel positief staan ten opzichte van de geambieerde toekomst van het Deense concern zoals die van Goldman Sachs, Dankse Bank en Morgan Stanley. Volgens Bloomberg krijgt het aandeel momenteel 12 koopadviezen. Het gemiddelde koersdoel van de analisten voor over 12 maanden ligt zo’n 19 procent hoger dan de huidige koers. Het bedrijf is een grote speler in de energietransitie, een trend die groot is ingezet en niet meer valt te stoppen.

Investeringsmaatschappij Prosus doet interessante overname

De in Amsterdam genoteerde investeerder in internettechnologie Prosus heeft voor 1,8 miljard dollar het Amerikaanse Stack Overflow overgenomen. Stack Overflow werd gestart in 2008 door Jeff Atwood en Joel Spolsky. Het bedrijf is een platform voor programmeurs en softwareontwikkelaars voor het delen van kennis. Stack Overflow is naar eigen zeggen één van de 50 populairste websites ter wereld en bedient maandelijks ruim honderd miljoen mensen. Het heeft ruim 14 miljoen geregistreerde (betalende) gebruikers. In mei 2019 werd het platform gehackt waarbij 250 gebruikers van het platform geraakt werden. Prosus wil het bedrijf helpen om de groeiambities te versnellen en wil 90 procent van de grootste bedrijven ter wereld (de Fortune top 100) kunnen bereiken met educatie en scholing. Prosus heeft nog meer scholingsbedrijven in de investeringsportefeuille. Hierbij valt te denken aan Skillsoft, Udemy en Codecademy. Meer bekende grote kennisplatforms zijn Wiki en Reddit maar deze zijn geen eigendom van Prosus.

Beleggers in Prosus waren niet onder de indruk van de overname. Het aandeel noteerde ongeveer 1 procent lager.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.