Auteur: Joop van de Groep Datum: 15-10-2021

Rendement delven met Rio Tinto?

Beleggers op Wall Street waren gisteren in een hosannastemming. Omdat er veel positief nieuws naar buiten kwam, is dit niet zo verwonderlijk. Het aantal eerste steunaanvragen daalde vorige week meer dan verwacht met 36.000 tot 293.000. Dit is het laagste niveau sinds 14 maart vorig jaar. 

Eerder deze week viel uit de publicatie van de consumentenprijsindex op te maken dat de inflatie in de Verenigde Staten verder is gestegen naar 5,4 procent. Vandaar dat er met belangstelling werd uitgekeken naar de vrijgave van de productenprijzenindex. Het Ministerie van Arbeid meldde dat de producentenprijzen in september met 0,5 procent iets minder hard zijn gestegen dan de verwachte 0,6 procent stijging. In augustus stegen de prijzen nog met 0,7 procent. Op jaarbasis is er sprake van een recordstijging van 8,6 procent.

Voorbeurs werden de beleggers getrakteerd op beter dan verwachte kwartaalcijfers van een aantal grote banken. De winstgevendheid bij de banken werd voornamelijk gedreven door de vrijval van voorzieningen voor slechte leningen, investmentbanking-activiteiten en vermogensbeheer. Het aandeel van Bank of America sloot 4 procent hoger.

Op Wall Street sloot de toonaangevende S&P 500 index 1,7 procent hoger.

Alcoa

Nabeurs publiceerde aluminiumproducent Alcoa de derde kwartaalcijfers. Topman Roy Harvey sprak in de toelichting op de cijfers van een uitstekend kwartaal waarin een recordwinst werd behaald. Zowel de winst als de omzet was beter dan de voorspelling van analisten. De hogere omzet en recordwinst is met name te danken aan de hogere prijzen voor aluminium terwijl de aluminiumleveringen op kwartaalbasis juist een daling lieten zien van 6 procent. Alcoa is positief voor de rest van het jaar. Het economisch herstel houdt aan en de vraag naar aluminium in alle eindmarkten neemt toe. De aluminiumproducent rekent op een stijging van de vraag met 10 procent ten opzichte van vorig jaar en komt daarmee ook hoger uit dan het niveau van voor de coronacrisis. Ondanks de aanhoudende inflatoire druk op grondstoffen en energieprijzen, verwacht Alcoa in dit lopende kwartaal aanhoudende positieve resultaten. Dit betekent dat het bedrijf goed in staat is om de gestegen productiekosten door te berekenen aan de afnemers. Nabeurs steeg het aandeel met 2 procent.

Rio Tinto

Mijnbouwer Rio Tinto kwam vanochtend met een update van de productiecijfers. Topman Jacob Stausholm gaf aan dat de mijnbouwer andermaal operationeel een lastig kwartaal achter de rug heeft en verlaagde derhalve de productieverwachtingen voor de rest van het jaar. Over de gehele linie daalde de productie ten opzichte van het derde kwartaal van 2020. De productie van ijzererts daalde met 4 procent en de productie van aluminium en koper daalde beide met 3 procent. Op kwartaalbasis was er wel sprake van stijgende productie behalve bij de aluminiumtak vanwege stakingen van het personeel in de Kitimat smelterij. 

De operationele tegenwind heeft onder andere te maken met verdere vertragingen bij het openen van de new greenfield mine bij Gudai-Darri. Ook het tekort aan personeel in West-Australië speelt de mijnbouwer parten.

Kijken wij naar de prijsontwikkeling van ijzererts dan is de huidige prijs meer dan gehalveerd ten opzichte van het niveau medio mei van dit jaar.  De economische groeivertraging in China en de recente problemen op de Chinese vastgoedmarkt zijn hier mede debet aan. Met de huidige koerswinstverhouding van nog geen 6 is er al veel slecht nieuws ingeprijsd. Een mooi instapmoment voor diegene die Rio Tinto nog niet in de portefeuille heeft. Wij bij Fintessa houden de aandelen voor onze klanten stevig vast.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.