Auteur: Krist Plaizier    Datum: 27-03-2025

 

Rillingen nemen iets af

De afgelopen weken heerste de tarievenkoorts op de financiële markten. Beleggers kregen de rillingen van de gevreesde handelsoorlog die de verse Amerikaanse president kan veroorzaken met zijn importheffingen. Hij legt deze heffingen op aan elk land dat de Verenigde Staten in zijn ogen onrecht aandoet. Ook bepaalde sectoren, zoals auto’s (gisteravond nog apart benoemd), medicijnen, staal, aluminium, hout, koper of halfgeleiders kunnen de Sjaak worden met het leveren aan de Verenigde Staten. De onzekerheid over wie of wat daadwerkelijk aangepakt zal gaan worden, zal weggenomen worden op 2 april aanstaande zo heeft Trump beloofd. Dan zullen de importheffingen van kracht worden. Hij noemt deze dag ‘Liberation Day’. In aanloop naar deze dag zorgde de onzekerheid voor dalende (Amerikaanse) markten, zelfs zozeer dat diverse in een ‘correctiefase’ raakten. Dit wil zeggen dat de index van deze markt vanaf het hoogtepunt met minimaal 10 procent is gedaald.

Afgelopen dagen lijken de rillingen bij beleggers wat af te nemen. Al houdt het hen op de achtergrond natuurlijk wel bezig. Afgelopen maandag kwamen er geruchten uit het Witte Huis dat Trump geen sectorspecifieke heffingen, zoals op halfgeleiders, zou willen doorvoeren. Ook schijnt hij andere landen meer tijd te willen geven om te kunnen onderhandelen met de Amerikaanse regering. Trump suggereerde afgelopen vrijdag al enige "flexibiliteit" te willen betrachten. Dit leidde toen tot enige opluchting op de effectenmarkten, vooral bij de technologiewaarden. Gisteren liet hij weten "eerder coulant dan wederkerig" te werk te zullen gaan. Oftewel: hij gaat bepaalde landen of sectoren ontzien, maar "not too many". Het voedt de hoop dat een verdere escalatie van de handelsoorlog vermeden kan worden.

Wat het voorzichtig herstellende sentiment ook hielp was de stijgende samengestelde inkoopmanagersindex in de Verenigde Staten. Afgelopen maandag bleek deze gestegen te zijn naar 53,5 van 51,6 een maand eerder. Het bedrijfsleven voorziet dus een sterkere groei. Dinsdag bleek echter dat de Amerikaanse consument steeds minder vertrouwen krijgt. De vertrouwensindex van The Conference Board daalde sterker dan verwacht met 7,2 punten tot 92,9. De verwachtingsindex voor inkomen, zakelijke activiteiten en arbeidsmarkt daalde zelfs naar het laagste niveau in 12 jaar, zo schreven wij gisteren al in ons beursbericht. Toch wist ook na deze cijfers Wall Street hoger te sluiten. Gisteravond werd er echter, na drie dagen van winst, geld van tafel genomen. De Dow Jones sloot 0,31 procent lager, de S&P 500 1,12 procent en de Nasdaq liet een veer van 2,04 procent. Vooral de technologiewaarden stonden onder druk toen bleek dat de regering Trump wederom tientallen Chinese technologiebedrijven heeft toegevoegd aan de zwarte lijst met betrekking tot kunstmatige intelligentie en geavanceerde computercapaciteiten. De bedrijven werden op de zwarte lijst gezet omdat ze naar verluidt in strijd zouden handelen met de nationale veiligheidsbelangen van de Verenigde Staten. 

Shell zet vol in op LNG

Afgelopen dinsdag hield Shell de jaarlijkse Capital Markets Day, dit keer in New York, waarbij het de aandeelhouders bijpraatte over de strategie van de oliemajor. CEO Wael Sawan benoemde een tweetal speerpunten, te weten liquid natural gas (LNG) en de aandeelhouder. Hij zei de positie in LNG te willen versterken. Daarom ziet hij de omzet in het gas met 4 à 5 procent per jaar groeien tot 2030. Shell moet het daarbij niet zozeer van de eigen winning van gas hebben, maar vooral van de handel in LNG. Shell heeft een leidende positie in de wereldhandel in gas sinds de overname van British Gas na het bod op 8 april 2015.

Naar Amerikaans voorbeeld, de persconferentie was niet voor niets in The Big Apple, ziet Shell de aandeelhouder als belangrijkste stakeholder. Daarom moet deze beter beloond worden. De afgelopen jaren keerde het bedrijf 30 à 40 procent van de operationele kasstroom uit. Dit zal opgekrikt worden naar 40 à 50 in de komende jaren. Het huidige dividendrendement van 4,2 procent blijft achter bij de (Europese) sector. Daarom beloofde het olieconcern het dividend met 4 procent per jaar te blijven verhogen. Daarnaast blijft het ook eigen aandelen inkopen, iets wat de concurrentie ook in groten getale doet overigens.

De middelen hiervoor wil Shell vinden in een verhoging van de kostenbesparingen. Eind dit jaar zal er 2 à 3 miljard dollar bespaard moeten zijn (ten opzichte van het kostenniveau van 2021) en dit moet oplopen naar totaal 5 à 7 miljard dollar eind 2028. Naast kostenbesparingen zal er ook gedesinvesteerd worden en zullen de kapitaalinvesteringen met zo’n 3 miljard dollar per jaar afnemen. Al langer is bekend dat Shell niet meer investeert in de duurzame divisie omdat het niet rendabel is. Maar ook een andere divisie presteert al jaren matig en dat is de chemietak. De petrochemie in Singapore werd in 2024 al verkocht maar ook in Europa en de Verenigde Staten wordt bekeken of er afscheid genomen kan worden van chemische fabrieken. Shell zou hiervoor de Amerikaanse zakenbank Morgan Stanley als adviseur hebben ingeschakeld. In Europa, en vooral in Nederland, heeft de (petro)chemie met name last van de hoge energieprijzen en de regeldruk ten aanzien van stikstof en koolstofdioxide. Hierdoor kan men slecht concurreren met de rest van de wereld. In de Verenigde Staten is het bedrijf vooral op zoek naar strategische samenwerkingsverbanden om zo kosten te kunnen besparen.

Het aandeel won sinds de beleggersdag 3,6 procent.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten