Auteur: Jan Bouius Datum: 28-04-2026
Shell zoekt groei via overname(s)
Shell maakte gistermiddag bekend het Canadese energiebedrijf ARC Resources over te nemen voor 12,6 miljard dollar. Het is de grootste overname sinds Shell in 2016 BG Group inlijfde voor 47 miljard pond. Het bod ligt ongeveer 20 procent boven dan de gewogen gemiddelde koers van ARC Resources over de afgelopen 30 dagen en wordt voor ongeveer 75 procent voldaan in aandelen Shell.
Met deze overname, die naar verwachting in de tweede helft van 2026 wordt afgerond, breidt Shell zijn olie- en gasreserves aanzienlijk uit - en dat is hard nodig. De reserves van Shell staan op het laagste niveau sinds 2013 en verouderde velden dreigen de productiedoelstellingen over 8 jaar al niet meer te kunnen halen. Volgens analisten was een overname dan ook noodzakelijk om het verwachte productietekort van 350.000 tot 800.000 vaten olie-equivalent per dag in 2035 op te vangen. De overname van ARC lijkt een goede strategische match, al zou de omvang mogelijk nog niet voldoende zijn om het volledige tekort op te vangen.
Met ARC Resources, dat bekend staat als een hoogwaardige, kostenefficiënte producent met een lage CO2-uitstoot, voegt Shell ongeveer 370.000 vaten olie-equivalent per dag toe aan de productie, waarvan 59 procent aardgas. Dat is een toename van 13,3 procent ten opzichte van Shells eigen productie van zo’n 2,8 miljoen vaten olie-equivalent eind 2025. Daarnaast groeien Shells bewezen reserves met ongeveer 2 miljard vaten olie‑equivalent.
De activiteiten van ARC sluiten goed aan bij Shells bestaande aanwezigheid in Canada, waaronder een grote LNG‑fabriek aan de westkust. Volgens Shell levert de overname naar verwachting een rendement van meer dan 10 procent op, versterkt zij de kasstromen op lange termijn en draagt zij vanaf 2027 positief bij aan de vrije kasstroom per aandeel.
Microsoft en OpenAI gaan de volgende fase van de samenwerking in
Microsoft en OpenAI kondigden gisteren een aangepaste overeenkomst aan die hun samenwerking op lange termijn meer duidelijkheid moet geven. Microsoft blijft daarbij nog wel de belangrijkste cloudpartner van OpenAI en behoudt tot en met 2032 een licentie op de technologie met een winstdeling van 20 procent tot en met 2030. Wel geldt daarbij een niet nader genoemd maximumplafond. Doordat de overeenkomst minder exclusief wordt, mag OpenAI nu ook AI-modellen aanbieden via concurrerende cloud-aanbieders als Amazon en Google. Dat geeft OpenAI, dat met ChatGPT terrein verliest aan onder meer Anthropic, meer flexibiliteit om extra rekenkracht en nieuwe klanten aan te trekken. Klanten van Amazon en Google konden de OpenAI-modellen moeilijker integreren vanwege de exclusieve deal met Microsoft. Eenmaal bevrijd van deze ketens denkt OpenAI harder te kunnen groeien en dat is ook in het belang van Microsoft. Een naderende beursgang zou OpenAI mogelijk op 850 miljard dollar waarderen, waarmee het belang van het 27-procentsbelang van Microsoft ongeveer 230 miljard dollar waard is.
Daarnaast kondigde Microsoft zijn grootste zakelijke Copilot 365 deal tot nu toe aan. Accenture zal deze AI-assistent uitrollen naar al zijn 743.000 werknemers. Dat is een flinke opsteker, aangezien tot nu toe slechts iets meer dan 3 procent van de ongeveer 450 miljoen zakelijke Microsoft‑365‑gebruikers betaalt voor Copilot, dat 30 dollar per maand kost.
Accenture gaf daarbij aan dat de eerste implementatie onder haar werknemers zijn vruchten had afgeworpen. Volgens een onderzoek onder 200.000 gebruikers gaf ongeveer 97 procent van de medewerkers aan dat Copilot hen hielp om routinetaken tot 15 keer sneller af te ronden. Accenture is zelfs zo overtuigd dat het gebruik van de technologie wordt meegewogen bij promoties op het hoogste niveau.