Auteur: Joop van de Groep Datum: 20-08-2021

Stagflatie?

De wereldwijde vraag naar chips is gigantisch toegenomen als gevolg van de opmars van nieuwe technologieën. Denk hierbij aan de sterke toename van de clouddiensten omdat steeds mensen vanuit huis werken. Door de uitrol van het 5G mobiele datanetwerk wordt de datacapaciteit vele malen groter. Hierdoor kunnen steeds meer apparaten met het internet verbonden worden. Dit geldt niet alleen voor smartphones maar ook voor auto’s. De auto-industrie is in rap tempo aan het omschakelen van verbrandingsmotoren naar elektrische motoren. Met andere woorden: paardenkracht maakt plaatst voor rekenkracht. Twintig jaar geleden maakten elektronische onderdelen in auto’s ongeveer 18 procent van de totale kosten uit. Volgens berekeningen van IHS en Deloitte was dit percentage vorig jaar al opgelopen naar 45 procent en zal naar alle waarschijnlijkheid nog verder toenemen. Chips zitten niet alleen in smartphones, auto’s, laptops en spelcomputers maar ook in huishoudelijke apparatuur, machines, tv’s en andere elektronica. Intel waarschuwde recentelijk dat het wereldwijde tekort aan chips nog twee jaar kan aanhouden en dat er gigantische investeringen nodig zijn om aan de vraag te kunnen voldoen.
Vanwege de tekorten aan chips zijn producenten genoodzaakt om de productie geheel of gedeeltelijk stil te leggen. Gisteren besloot Toyota om de productiecapaciteit in de maand september met 40 procent af te schalen. Vanochtend werd bekend dat autofabrikant VDL Nedcar in Born komende maandag de productie stil zal leggen wegens gebrek aan chips en tekorten aan kritische componenten. 

In Azië nemen de zorgen toe over de snelle verspreiding van de Delta-variant van het coronavirus. In China wordt er met betrekking tot de besmettingen een zero-tolerance beleid gevoerd. Sinds vorige week woensdag is de containerhaven Ningbo-Zhoushan grotendeels dicht vanwege de besmetting van één havenarbeider. Deze haven is qua omvang de derde haven van de wereld. De maatregelen kunnen flinke gevolgen hebben voor de toch al verstoorde wereldwijde transportketen.

Aanbodzijde

De aanbodzijde van de economie heeft alles te maken met het produceren van goederen en diensten. De verstoringen in de productie- en transportketen zorgen ervoor dat de aanbodzijde van de economie ver achterblijft bij de vraagzijde van de economie (bestedingen en investeringen). Meer vraag dan aanbod zorgt ervoor dat de prijzen stijgen en derhalve dat de inflatie zal toenemen.

Vraagzijde

Overheden en centrale banken jagen op dit moment de vraagzijde van de economie aan door extra overheidsbestedingen en door het voeren van een ruim monetair beleid met als doel om de economische schade van de coronacrisis zoveel mogelijk te beperken.
Echter, hier begint de schoen te wringen. De problemen bij de aanbodzijde van de economie zorgen voor groeivertraging en het verder aanjagen van de vraag heeft als gevolg dat de prijzen verder worden opgedreven.
De Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs heeft om deze redenen de economische groei in China voor het lopende kwartaal verlaagd van 5,8 procent naar 2,3 procent en voor de Amerikaanse economie is de groeiverwachting voor het derde kwartaal verlaagd van 9 procent naar 5,5 procent. 

Een periode waarin de economische groei afneemt en de inflatie oploopt noemen wij stagflatie. De laatste keer dat er sprake was van stagflatie is bijna 50 jaar geleden. Destijds was de oorzaak de verviervoudiging van de olieprijs als gevolg van de olieboycot door de OPEC.

Voor centrale bankiers worden het zeer uitdagende tijden. Het te voeren monetaire beleid in tijden van stagflatie zal de nodige hoofdbrekers opleveren. Het binnen afzienbare tijd afbouwen van het opkoopprogramma van de leningen ligt het meest voor de hand.

 

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.