Auteur: Joop van de Groep Datum: 09-07-2021

Taper-uitlatingen veroorzaken nog geen stress

Afgelopen week ging de belangstelling van beleggers uit naar de publicaties van de notulen van de beleidsvergaderingen van zowel de Amerikaanse als de Europese centrale bank. Afgelopen woensdag was het de beurt aan de Federal Reserve.

Fed

De notulen hadden betrekking op de vergadering van 15 en 16 juni jongstleden. Het monetaire beleid is erop gericht om maximale werkgelegenheid te creëren en de jaarlijkse inflatie voor een langere periode rond de 2 procent te verankeren. 

De Amerikaanse economie begint als gevolg van de succesvolle vaccinatiecampagne behoorlijk op stoom te komen. De Fed blijft een ruim monetair beleid voeren totdat de doelstellingen zijn bereikt. Het verschil met de vorige vergadering is dat nu een aantal gouverneurs verwachten dat de doelstellingen eerder in het vizier komen. Dit bleek uit de aanpassingen van de zogenaamde dot plot (toekomstige verwachte rentewijzigingen). De inflatieverwachting voor 2023 werd iets verhoogd naar 2,2 procent waardoor er in 2023 twee renteverhogingen worden verwacht. Eerder ging de Fed er nog vanuit dat de eerste renteverhoging pas in 2024 zou plaatsvinden. 

Tijdens de laatste vergadering vonden de gouverneurs het nog te vroeg om het ruime monetaire beleid aan te passen. Wel waren zij het erover eens dat het van belang is om de afbouw van het opkoopprogramma voorzichtig te gaan plannen. In de komende beleidsvergadering op 27 en 28 juli zal er meer duidelijkheid komen over de wijze waarop het opkoopprogramma wordt afgebouwd (zogenaamde taper-voorwaarden).

In het verleden werd er door beleggers nog krampachtig gereageerd op taper-uitlatingen van de centrale banken. Vooralsnog lijkt het er nu op dat met name de obligatiebeleggers rustig blijven. Gisteren zakte de Amerikaanse tienjaarsrente gedurende de handelsdag naar 1,246 procent en kwam daarmee uit op de laagste stand sinds 18 februari jongstleden. Beleggers gaan er van uit dat de snel oplopende inflatie leidt tot economische groeivertraging op korte termijn.

ECB

De Europese Centrale Bank heeft deze week de evaluatie van het monetaire beleid na anderhalf jaar afgerond. De belangrijkste beleidswijzing is wel de aanpassing van de inflatiedoelstelling. De oude inflatiedoelstelling was onder, maar dicht bij de 2 procent. Vanaf nu is de doelstelling 2 procent maar er is ook ruimte voor een tijdelijke hogere inflatie als dat nodig blijkt te zijn voor bevordering van het economisch herstel. De ECB creëert met de nieuwe strategie meer beleidsruimte in lijn met de Amerikaanse evenknie. In tegenstelling tot de Fed wordt er bij de ECB nog niet openlijk gesproken over mogelijke afbouw van het opkoopprogramma. Wel heeft DNB-voorzitter Klaas Knot deze week een schot voor de boeg gegeven. Hij verwacht dat het sein “brand meester” volgend jaar maart gegeven kan worden. 

De verwachting dat de Fed eerder begint met het afbouwen van het opkoopprogramma dan de ECB zien wij terug in de waardeontwikkeling van de dollar ten opzichte van de euro. Vorige maand is de dollar ongeveer 3 procent duurder geworden.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.