Auteur: Jan Bouius Datum: 19-02-2025
Tarievendreiging houdt aan
In navolging van de handelaren op Wall Street houden ook de Europese beleggers vanochtend het kruit droog. Enerzijds zou een mogelijk vredesakkoord tussen Rusland en Oekraïne een zegen zijn, anderzijds hangt er een constante dreiging van een handelsoorlog in de lucht. In hoeverre dat laatste bij een dreiging blijft als onderdeel van Trump’s onderhandelingstactiek of werkelijkheid wordt, dat is de vraag.
Gisteren meldde de Amerikaanse president dat de Verenigde Staten 25 procent invoerrechten op auto’s, farmaceutische producten en halfgeleiderchips zal invoeren. De invoertarieven op auto’s zouden al op 2 april ingaan. Voordat het zover is zal Maros Sefcovic, de handelschef van de Europese Unie, de handelstarieven met zijn Amerikaanse ambtgenoten bespreken. Momenteel heffen de Verenigde Staten bijvoorbeeld een invoertarief van 2,5 procent op personenauto’s terwijl Europa een tarief van 10 procent hanteert. Op de vraag of de Europese Unie aan de nieuwe invoerheffingen kan ontkomen, herhaalde Trump dat Europa al heeft aangegeven bereidwillig te zijn om de tarieven op Amerikaanse auto’s te verlagen naar 2,5 procent. Ondanks dat dat van Europese zijde wordt ontkend, biedt Trump daarmee wel een opening om aan de nieuwe tarieven te ontkomen.
De invoerheffingen van ‘25 procent of hoger’ op farmaceutische producten en halfgeleiders wordt zelfs een eerste verhoging genoemd. Dat percentage kan in de loop van 2025 aanzienlijk stijgen luidt het dreigement, maar ook hier wordt een ontsnappingsroute geboden. Vandaar dat er ook nog geen specifieke datum is genoemd voor wanneer de heffingen van kracht zullen worden. Trump wil de farmaceutische bedrijven en chipproducenten eerst de kans geven om fabrieken in de Verenigde Staten op te zetten, om zodoende aan de nieuwe heffingen te ontkomen. Trump verwacht dan ook dat een aantal grote bedrijven in de komende weken nieuwe investeringen in de Verenigde Staten zal aankondigen.
Verbazingwekkend mogen we een en ander niet noemen. We hebben de onderhandelingstactieken van Trump immers eerder meegemaakt. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat de markten tot nu toe redelijk lauw reageren op de nieuwe dreiging.
Opbreken van Intel nog geen gelopen race
Een van Wall Street’s grootste stijgers was gisteren chipfabrikant Intel met een plus van 16 procent. Het aandeel profiteert van de geruchten over een mogelijk opbreken van de onderneming. Die opsplitsing is ingegeven door de povere resultaten van de afgelopen jaren.
Broadcom zou daarbij interesse hebben in ontwerpdivisie van Intel en TSMC lijkt op de fabrieken te azen. Dat laatste lijkt een buitenkans om versneld geschikte productiefaciliteiten in de Verenigde Staten op te kunnen bouwen. Een volledige overname van die fabrieken lijkt er echter niet in te zitten. Intel heeft namelijk 7,9 miljard dollar subsidie ontvangen uit de Chips Act van 2022 voor de bouw van een aantal nieuwe fabrieken. De voorwaarde daarbij is wel dat Intel een meerderheidsaandeel in zijn fabrieken moet behouden mocht het concern die willen afsplitsen in een nieuwe onderneming. Maar of TSMC-interesse heeft in een minderheidsbelang? Daarnaast is het de vraag of TSMC met een (gedeeltelijke) overname veel kosten zal kunnen besparen. Het lijkt een kostbare technische uitdaging om de fabrieken van Intel om te bouwen, zodat TSMC daar zijn meest geavanceerde chips kan maken. Het is Intel immers zelf niet gelukt. En of het ombouwen van die fabrieken met het huidige Amerikaanse personeel te doen is? Het liefst zal TSMC daartoe zijn eigen Taiwanese ingenieurs voor invliegen, maar of de regering Trump dat toestaat? De kans is groot dat TSMC de kat nog even ruit de boom kijkt en wacht tot de nood het hoogst is. Intussen kan TSMC rustig doorwerken aan de bouw van de al eerder aangekondigde nieuwe productielocaties in Arizona. Alhoewel rustig? Wie weet iets versneld, met de nieuwe tariefdreiging...