Auteur: Jan Bouius    Datum: 22-05-2026

 

Terwijl AI piekt, begint Joe Sixpack te kraken

Op Wall Street kwamen de belangrijkste indices gisteren nauwelijks van hun plaats. De S&P 500 en de Nasdaq wisten respectievelijk met 0,17 en 0,09 procent te stijgen. De meeste aandacht ging, zoals inmiddels gebruikelijk, naar AI-aandelen. Nvidia stond centraal, samen met nieuws over subsidies voor kwantumtechnologie en de aankomende beursgangen van SpaceX, Anthropic en OpenAI. SpaceX publiceerde gisteren als eerste het prospectus, maar de geplande lancering van de Starship-raket werd op het laatste moment uitgesteld vanwege een technisch mankement. Niet goed voor het beleggersvertrouwen, al volgt vandaag een nieuwe poging.

Kunstmatige intelligentie (AI) mag de krantenkoppen dan wel domineren, maar vormt nog altijd niet de ruggengraat van de economie. De consumentenbestedingen, ofwel de uitgaven van Joe Sixpack, zijn nog altijd goed voor circa twee derde van het bruto binnenlands product in de Verenigde Staten.

De kwartaalcijfers van supermarktketen Walmart waren in dat opzicht minstens zo belangrijk als die van Nvidia. Mede omdat beleggers het kwartaalrapport als een alternatieve inflatie-indicator beschouwen. Walmart weet immers als geen ander hoe consumenten met stijgende prijzen omgaan. Puur op basis van de eerste drie maanden van dit jaar viel dat nog mee. En dat in een kwartaal waarin de Verenigde Staten en Israël eind februari een aanval op Iran lanceerden, de benzineprijzen omhoogschoten en het consumentenvertrouwen kelderde. In dat onzekere klimaat zag Walmart zijn omzet ten opzichte van vorig jaar met 7,3 procent stijgen tot 177,8 miljard dollar. De vergelijkbare winkelverkopen stegen daarbij met 4,1 procent. Beide cijfers overtroffen de verwachtingen van analisten, die uitgingen van een omzet van 174,98 miljard dollar en een vergelijkbare omzetgroei van 3,85 procent. De operationele winst steeg met 5 procent tot 7,49 miljard dollar.  

Die winst had nog hoger kunnen uitvallen als de brandstofprijzen niet zo hard waren gestegen. Dat kostte Walmart 175 miljoen dollar extra, hetgeen het bedrijf vrijwel geheel voor eigen rekening heeft genomen en niet aan de klant heeft doorberekend. De Amerikaanse consument zelf hield nog redelijk vast aan zijn standaarduitgavenpatroon, mede doordat hij nog profiteerde van hogere belastingteruggaven. Maar de eerste scheurtjes in dat uitgavenpatroon worden zichtbaar.

Walmart signaleert dat klanten met een hoog inkomen nog vol vertrouwen geld uitgeven. Niet zo vreemd, want bij deze groep wordt het koopkrachtverlies door inflatie vaak ruimschoots gecompenseerd door een stijgende effectenportefeuille. De consument met een lager inkomen let daarentegen wel meer op zijn budget en verkeert mogelijk al in financiële moeilijkheden. Voor het eerst sinds 2022 ligt de gemiddelde tankbeurt bij Walmart weer onder de 10 gallon (37,9 liter) hetgeen Walmart als een teken van stress beschouwt.

Waar het in het eerste kwartaal nog meeviel, voorziet Walmart, nu het effect van de belastingteruggave is uitgewerkt, voor de rest van het jaar slechtere tijden. Hogere brandstofprijzen drukken zowel op de kosten als op het consumentenvertrouwen. De outlook voor de jaarwinst komt uit op 2,75 tot 2,85 dollar per aandeel, hetgeen lager is dan analisten hadden verwacht. De koers van het aandeel daalde daarop met meer dan 7 procent.

Diezelfde hoge brandstofprijzen hebben niet alleen economische, maar ook politieke gevolgen. Ze drukken op de populariteit van Trump, hetgeen wel eens een doorslaggevende factor kan zijn bij de midtermverkiezingen in november. Iets wat Trump zich ook zal realiseren. Tegenover verslaggevers in het Witte Huis verklaarde hij niet alleen dat het conflict met Iran snel voorbij zal zijn maar dat ook, als eenmaal de oorlog voorbij is, de benzine goedkoper zal worden dan voor het conflict. Of dat optimisme terecht is, zal de komende maanden blijken.

 

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten