Auteur: Jan Bouius Datum: 13-10-2021

The talk of the town

Als er iets ‘the talk of the town’ is dan is het wel de inflatie en de impact daarvan op de consument, economie en de beurzen. Niet verwonderlijk als je leest dat de Duitse inflatie ten opzichte van een jaar geleden over de maand september uitgekomen is op 4,1 procent en de groothandelsprijzen in Duitsland zelfs met 13,2 procent zijn gestegen. Dat is een fikse inhaalslag, want die groothandelsprijzen waren sinds juli 2019 tot en met begin dit jaar steeds lager geworden. Als je bedenkt dat dit cijfer in september 2019 uitkwam op -1,9 procent en in september 2020 op -1,8 procent, dan kom je over de afgelopen drie jaar uit op een gemiddelde jaarlijkse stijging van net geen 3 procent. Zo bezien valt het dan wel weer mee.

Maar niets is zo goed tegen hoge prijzen als hoge prijzen, dus mocht die inhaalslag binnenkort ten einde komen en worden de prijsstijgingen een halt toegeroepen, dan heb je over een jaar bezien al geen inflatie meer. Ze hoeven niet eens te dalen. Hoe dan ook, in dit omgevingsklimaat doe je er als belegger verstandig aan om aandelen van bedrijven te selecteren die over pricing power beschikken, want iemand zal die rekening moeten betalen.

Kleurrijke overname met Nederlands tintje

Het Zwitserse geur- en smaakstoffenconcern Givaudan maakte deze week voor de presentatie van zijn derde kwartaal omzetcijfers en passant ook nog even de overname van het in de Verenigde Staten gevestigde DDW ‘The Color House’ bekend. Dit bedrijf werd in 1865 opgericht door de Nederlandse immigrant Douw Ditmars Williamson en leverde mout en gebrande suikers aan de brouwerijen. Nu 155 jaar later heeft DDW wereldwijd 12 productiefaciliteiten en heeft het een leidende positie opgebouwd in het creëren van natuurlijke voedingskleuren voor de voedsel- en drankenindustrie.

Volgens Louie D’Amico, president van Taste & Wellbeing bij Givaudan, zal de productportfolio en innovatieve pijplijn van DDW hen in staat stellen om een wereldspeler in natuurlijke kleurenstoffen te worden. Gecombineerd met de geur- en smaakstoffen zal dit nog meer de zintuigen van de consument gaan prikkelen. Wat betreft de overnamesom maakte Givaudan geen financiële details bekend maar het meldde wel dat het van plan is deze middels schulden te financieren. Gezien de robuuste balans en A- rating bij S&P mag dat geen problemen opleveren. Pro forma zou DDW vorig jaar ongeveer 140 miljoen dollar aan omzet hebben toegevoegd.

Over de derdekwartaalcijfers van Givaudan mochten de beleggers niet klagen. De omzet van Givaudan steeg in de eerste 9 maanden van het jaar naar 5,07 miljard Zwitserse frank, en toename van 7,7 procent op vergelijkbare basis en van 5,8 procent in Zwitserse franken. De omzet bij Taste & Wellbeing (smaak- en welzijnsproducten) steeg op vergelijkbare basis met 7,2 procent naar 2,72 miljard Zwitserse frank en Fragrance & Beauty (parfum- en schoonheidsproducten) boekte een omzet van 2,35 miljard Zwitserse frank, een stijging van 8,4 procent. Over het derde kwartaal steeg de omzet van Givaudan met 7,4 procent naar 1,69 miljard, waar de consensus van de analisten op een stijging van 6,63 procent lag. Een gematigder tempo ten opzichte van de eerste 6 maanden van het jaar, maar nog ruim boven de doelstellingen die Givaudan voor 2020-2025 heeft geformuleerd. Dat is een jaarlijkse autonome omzetgroei van 4-5 procent en een vrije cash flow van ten minste 12 procent.

Helaas betrof het alleen omzetcijfers, want in deze tijden ben je toch nieuwsgierig hoe Givaudan met de gestegen kosten omgaat. Gelukkig heeft het concern op dat vlak een goede naam opgebouwd. Het beschikt over redelijk wat pricing power en zit halfjaarlijks met zijn afnemers om tafel om nieuwe prijsafspraken te maken. Geur en smaak zijn namelijk leidend in de keuze van de consument. Voor parfum en eau de toilette is de geur voor 78 procent bepalend voor die keuze, het merk an sich is dat voor slechts 5 procent. Maar de kosten van de geurstof voor parfums bedragen slechts 4-6 procent van de totale kosten.

Voor smaakstoffen ligt dit percentage lager, maar is het nog steeds aanzienlijk. Bij voeding is smaak 45 procent bepalend voor de keuze van de consument. Hier is het merk wel belangrijker maar toch veel minder met 30 procent. De kosten van de smaakstoffen bedragen slechts 0,5-2 procent van de totale kosten.

De kosten van de geur- en smaakstoffen maken kortom een beperkt deel van de productkosten uit, maar hebben een significante invloed op de beslissing van consumenten. Voor producenten als Givaudan is dit prettig want prijsverhogingen worden door de klant daardoor redelijk eenvoudig geaccepteerd. Nu het concern ook nog een wereldspeler gaat worden op het gebied van natuurlijke kleurstoffen, lijkt die onderhandelingspositie alleen maar sterker te worden.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.