Auteur: Joop van de Groep Datum: 08-10-2021

Tienjaarsrente ruim 20 procent gestegen

Vannacht heeft de Senaat ingestemd met een tijdelijke verhoging van het Amerikaanse schuldenplafond met een bedrag van 480 miljard dollar tot 3 december.  Hiermee wordt voorkomen dat de Verenigde Staten volgende week niet aan zijn betalingsverplichtingen zou kunnen voldoen. De minister van financiën Janet Yellen heeft de afgelopen weken meerdere keren gewaarschuwd dat haar ministerie zonder geld zou komen te zitten. Een default op de Amerikaanse staatsobligaties zou een rampzalige uitwerking hebben gehad op de economische activiteiten. Met deze tijdelijke oplossing kopen de Democraten en Republikeinen tijd om verder te onderhandelen over de Amerikaanse begroting. Zowel de Democraten als de Republikeinen willen niet verantwoordelijk worden gehouden voor het in gebreke raken van de Amerikaanse overheid. Volgend jaar november staan namelijk de midterm-verkiezingen gepland. De kiezers kunnen dan stemmen voor alle zetels van het Huis van afgevaardigden en 34 van de 100 zetels in de Senaat. In aanloop naar het belangrijkste macro-economische cijfer, het Amerikaanse banenrapport, houden de beleggers in Europa het kruit droog. Economen rekenen op een banengroei van 500.000 en een daling van de werkloosheid naar 5,1 procent in de maand september.

Werkgelegenheid

Uit de cijfers van loonstrookjesverwerker ADP is gebleken dat de werkgelegenheid in de private sector in september gestegen met 568.000 banen, aanzienlijk meer dan de verwachte toename van 425.000 banen. Naast de stijging van de werkgelegenheid in de horecasector en de reisbranche als gevolg van de vermindering van de lockdownmaatregelen, steeg ook de vraag naar arbeid in de maakindustrie. De ISM Manufacturing Employment index steeg namelijk van 49 naar 50,2.
Het aantal eerste steunaanvragen daalde vorige week met 38.000. Deze daling kwam hoger uit dan de inschattingen van economen. Het gemiddelde aantal werkloosheidsuitkeringen van de afgelopen vier weken lag in september lager dan het gemiddelde in augustus.
Sinds een aantal maanden is het aantal openstaande vacatures in de Verenigde Staten, de zogenaamde JOLTS, meer dan het aantal werkzoekenden.
De financiële markten houden rekening met een verder herstel van de arbeidsmarkt. Dit jaar is de Amerikaanse dollar met 5,5 procent in waarde gestegen ten opzichte van de euro. Het rendement op de tienjaars Amerikaanse staatslening is in een maand tijd opgelopen van 1,3 procent naar 1,59 procent. Dit is een stijging van ruim 20 procent. Beter dan verwachte rapportcijfers voor de banenmarkt, zal voor de centrale bank aanleiding zijn om eerder te beginnen met afbouwen van het opkoopprogramma waardoor de opwaartse druk op de kapitaalmarktrente zal toenemen.

Halfgeleiders

Vanochtend kwam de Taiwanese chipmaker TSMC met een omzetupdate voor september. De omzet steeg met 19,7 procent op jaarbasis en met 11,1 procent ten opzichte van augustus. Dit jaar steeg de omzet met 17,5 procent.

Ook het Zuid-Koreaanse Samsung is positief gestemd. Voor het derde kwartaal wordt er rekening gehouden met een omzetstijging van 9 procent en een 28 procent hogere operationele winst. Samsung is voornemens om de komende drie jaar ongeveer een derde meer te gaan investeren dan eerder gepland.
Ondanks het positieve nieuws uit de Aziatische chipsector stonden de halfgeleiders op het Damrak rond het middaguur in het rood.
De angst voor verdere rentestijgingen, als er meer banen bijkomen dan verwacht, weegt zwaarder op het sentiment dan het positieve sectornieuws.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.