Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 08-06-2021

Uiteindelijk komt het altijd weer goed

Een muur van geld

Hoewel er geen sprake meer is van een steile opgaande trend bewegen de aandelenmarkten zich nog steeds opwaarts. De waarschuwingen dat aandelen historisch duur zijn en een stevige crash niet uitgesloten moet worden hebben beleggers tot op heden niet kunnen verhinderen steeds meer geld naar de beurs te brengen. De markten krijgen nauwelijks een serieuze kans om weg te zakken. Iedere dip wordt aangegrepen om met nieuw geld in te stappen. Volgens JP Morgan wordt deze “muur van geld” vooral door particuliere beleggers veroorzaakt, zo’n 70 procent. Onderzoeksbureau CFRA berekende dat in de Verenigde Staten in 2020 voor een bedrag van 249 miljard dollar en dit jaar tot op heden zelfs 305 miljard dollar aan nieuw geld naar Exchange Traded Funds vloeide. Vooral afkomstig van particuliere beleggers.

Van euforie naar desillusie

Kan deze bullmarket overleven zodra de markten een keer wel serieus getest gaan worden? Na de enorme rally sinds de bodem van de pandemie staan de markten op recordhoogte. Nu de economie zich begint te herstellen wordt er met argusogen naar de centrale banken gekeken. Hoelang blijven zij de markten gunstig gezind met hun zeer ruime monetaire beleid? Blijven zij afzijdig als de inflatie niet zo tijdelijk blijkt als alom verwacht? Gaat deze generatie beleggers dezelfde weg als vorige generaties in bijvoorbeeld de jaren 20 van de vorige eeuw en in 2000? Een weg die leidde van waanzinnige euforie naar een totale desillusie.

Op iedere crash volgde een herstel

Een blik op een grafiek van ’s werelds oudste index – De Dow Jones – leert ons dat beurzen op de lange termijn altijd de neiging hebben te stijgen. Hoe hard de koersen van tijd tot tijd ook onderuit gingen, het kwam altijd weer goed. Toegegeven, de ene keer dienden beleggers wat meer geduld te hebben dan de andere, maar uiteindelijk richtten de koersen zich weer op. Na verloop van tijd werd het verlies als gevolg van een crash weer goedgemaakt om vervolgens naar nieuwe hoogten te stijgen. 1929, 1987, 2000, 2008 en 2020, hoe hard de beurs ook daalde, er volgde altijd een herstel. En vervolgens stegen de koersen door.

Een ander speelveld

De ongekende interventie van de centrale banken én de overheid zouden deze keer echter wel eens voor een veranderd speelveld kunnen hebben gezorgd. Nu beleggers hebben gezien dat de staat en de centrale banken voor geen enkel middel meer terugschrikken om een crisis te bestrijden lijkt er geen weg meer terug. Geen enkele maatregel is immers eenmalig. Bij een volgende recessie zullen burgers opnieuw rekenen op riante uitkeringen van de staat om het consumptiepatroon overeind te kunnen houden. Beurzen zijn al sinds de jaren 80 – de Greenspan-put – gewend aan steun van de centrale banken wanneer nodig. 

Kortere recessies

Nu deze wetenschap tot beleggers begint door te dringen zal dat gevolgen gaan hebben voor de beurs en de economie. Recessies zullen niet verdwijnen, maar waarschijnlijk wel korter duren. Waarom als belegger nog wachten met instappen tot de koersen volledig gecrashed zijn? Overheid en centrale banken komen immers toch wel opdagen als redders-in-nood. Beleggers kunnen eerder weer instappen. Mochten ze een lange termijnvisie hebben, dan hoeven ze eigenlijk helemaal niet meer uit te stappen. Waarom zou je? Als het even misgaat komt de cavalerie (met fiscale en monetaire steun) wel weer opdagen.

Meer volatiliteit

Recessies zullen korter duren, maar zich wellicht ook vaker gaan voordoen. De economie zal bewegelijker worden. Overheidsingrijpen zorgt juist voor minder stabiliteit. Het wordt er voor centrale bankiers ook niet eenvoudiger op. Macrocijfers springen wilder op en neer dan vroeger en daar je beleid op baseren wordt er niet eenvoudiger op. De kans op mistimen wordt groter. Af en toe zullen beleggers verrast worden door een korte hevige beweging op de beurs. Als er weer eens een hedgefund of andere professionele belegger volledig verrast is door een plotse beweging en gedwongen wordt zijn posities terug te draaien. Ook bedrijfsresultaten zullen volatieler worden.

Helderheid is macht

Een toenemende mate van overheidsinterventie zorgt dus enerzijds voor minder vrees bij beleggers voor een fatale crash. Het grotere gevoel van veiligheid zal anderzijds echter bijdragen aan risicovoller gedrag. Met meer beweeglijkheid tot gevolg. Worden markten hierdoor nog complexer? Misschien. Maar zoals de Israëlische historicus en futuroloog Yuval Noah Harari treffend stelde: “In een wereld waarin we overspoeld worden door irrelevante informatie is helderheid macht”. Maakt u zich niet druk, die crash komt wel, eens. Net zo zeker als het herstel dat erop volgt.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.