Auteur: Jan Bouius Datum: 08-09-2021

Voeding voor huisdieren is een lucratieve groeimarkt

Door de coronapandemie en het vele thuiswerken in de afgelopen anderhalf jaar zijn huisdieren populairder dan ooit. Dat werd zeker het geval toen je je hond na de avondklok nog mocht uitlaten. Wie kent er niet iemand in zijn naaste omgeving die tijdens deze coronaperiode een hond, kat of ander huisdier heeft aangeschaft? In Duitsland werden er vorig jaar zelfs 25 procent meer honden geregistreerd.

En al die huisdieren worden tegenwoordig steeds meer als nieuwe leden van het gezin gezien of, sterker nog, als alternatief voor kinderen. Ze worden flink in de watten gelegd en dat mag wat kosten. Alleen al wat betreft voeding kost een hond of kat al snel tussen de 500-600 euro per jaar. De wereldwijde verzorgings- en voedingsmarkt voor huisdieren is dan ook booming.

Zo bezien is het niet verwonderlijk dat private equity partijen watertandend naar deze ontwikkeling kijken en proberen een graantje mee te pikken. Een maand geleden werd door het Amerikaanse Hellman & Friedman zo goed als geruisloos een vriendelijk overnamebod uitgebracht op het aan de Duitse beursgenoteerde Zooplus AG voor 2,8 miljard euro. Dat bedrijf is met zijn online platform actief in 30 Europese landen en laat de laatste 13 jaar een gemiddelde omzetgroei zien van 26,5 procent per jaar. Van 85,1 miljoen euro omzet in 2008 naar dik 1,9 miljard euro in 2020. Dat is een mooie ontwikkeling die klaarblijkelijk pas sinds corona gewaardeerd wordt. Waar de aandelen van Zooplus begin 2020 tegen een koers van 85 euro van de hand gingen, lag het overnamebod op 390 euro per aandeel. Maar of het kans van slagen heeft? Gisteren meldde Zooplus dat er intussen ook gesprekken worden gevoerd met de investeringsmaatschappijen KKR & Co. en EQT AB over een mogelijk hoger bod. De koers is inmiddels al gestegen naar 430 euro.

Een gemiste kans? Ja, maar de trend is duidelijk en er zijn meer mogelijkheden om hierop in te spelen dus niet getreurd. De wereldwijde huisdierenverzorgingsmarkt was in 2020 goed voor 230 miljard dollar omzet en blijft volgens Euromonitor tot 2026 met 7 procent per jaar groeien. Voeding voor huisdieren maakt ongeveer 27 procent van dat totaal uit. De grote vraag naar de producten zorgt ervoor dat bedrijven actief in deze branche niet al te veel op prijs hoeven te concurreren. In een tijd waarin de prijzen van vele grondstoffen oplopen is dat een belangrijk gegeven voor beleggers die op zoek zijn naar solide bedrijven met pricing power.

Beleggers kunnen helaas niet beleggen in de allergrootste aanbieder van voeding voor huisdieren ter wereld. Dat is namelijk het niet beursgenoteerde Mars met merken als Royal Canin, Whiskas en Pedigree. Maar in de nummer twee Nestlé, dat we onder andere kennen van de merken Felix, Friskies, Gourmet en Purina, beleggen we bij Fintessa maar al te graag. Nestlé verkoopt zelfs kattenvoer onder de naam Purina Pro Plan LiveClear wat de impact van een kattenallergie sterk vermindert. In Nederland was het vorig jaar nauwelijks te verkrijgen. En reken maar dat daar goede marges op zitten.

De verkopen van de PetCare divisie van Nestlé waren vorig jaar goed voor een omzet van 14 miljard Zwitserse frank, ofwel 16,6 procent van de totale omzet. Met een autonome groei van 10,2 procent was het zelfs de hardst groeiende productcategorie binnen Nestlé. Maar ook met de andere premium merken in totaal andere divisies lijkt Nestlé met merken als KitKat, Nespresso en Perrier over de nodige pricing power te beschikken.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.