Auteur: Krist Plaizier    Datum: 02-07-2026

 

Voorzichtig optimisme voor de tweede jaarhelft

Gisteren begonnen we aan het derde kwartaal en de tweede helft van 2026. Het afgelopen kwartaal was goed, opvallend goed zelfs gezien de geopolitieke spanningen met oplopende olieprijzen en rentestanden. Volgens Bloomberg was afgelopen kwartaal het beste sinds zes jaar. De Dow Jones index sloot maandagavond voor het eerst boven de 52.000 punten en wist dat recordniveau dinsdag vast te houden. Gedurende het tweede kwartaal steeg de index daarmee bijna 13 procent. De bredere S&P 500 index steeg met bijna 15 procent in de afgelopen drie maanden. De totale waarde van de bedrijven in de index groeide maar liefst met 8000 miljard dollar. De winnaar van afgelopen kwartaal is echter de technologiebeurs Nasdaq die maar liefst 21 procent pluste. Vooral producenten van halfgeleiders, geheugen, opslag en andere hardware profiteerden volop van de ongekende investeringen in nieuwe datacenters. Toch zijn de diverse AI-aandelen, zoals onze beleggingen in TSMC, Nvidia, Alphabet, Microsoft en Amazon, nog altijd niet te duur. De huidige koers/winstverhoudingen geven geen oververhitting aan. De verhouding tussen de koersen en winsten is zelfs lager geworden omdat de verwachte winsten van analisten harder zijn gestegen dan de koersen van deze aandelen. We kijken dan ook met voorzichtig optimisme vooruit naar het komende kwartaalcijferseizoen en de rest van dit jaar.

Waar de stijging van de Amerikaanse indices voorheen vooral gedragen werd door zeven grote technologiefondsen, de ‘Magnificent Seven’, werd de stijging van afgelopen kwartaal veel breder gedragen. Sterker nog, de ‘Mag 7’ verloor afgelopen maand het onvoorstelbaar grote bedrag van 2300 miljard dollar in marktwaarde. Vooral het koersverlies van 17 procent van Microsoft droeg hieraan bij. De reden is bekend. Beleggers maakten zich afgelopen maand weer eens zorgen over de grote investeringen die gedaan worden in AI. Veel analisten verwachten dat de AI-markt straks gedomineerd zal (moeten) worden door slechts 1 partij, het ‘winner takes all’-principe. Alle investeringen in de niet-winnaars zouden dan voor niets zijn geweest en afgeschreven moeten worden hetgeen tot hele hoge (administratieve) verliezen zal kunnen leiden.

‘Nasdaq aan de Amstel’, de AEX-index, deed het afgelopen kwartaal ook niet slecht met een plus van 12,5 procent. Dit is grotendeels te danken aan de opgelopen koers van ASML. Shell deed het, in tegenstelling tot in het eerste kwartaal, niet zo goed vanwege de gedaalde olieprijzen sinds het staakt-het vuren in het Midden-Oosten. We hadden afgelopen kwartaal te maken met de grootste verstoring van de olievoorziening ooit, met olieprijzen tot ruim boven de 100 dollar per vat, maar sinds er sprake is van een staakt-het-vuren is de olieprijs weer teruggevallen naar het niveau van voor het losbarsten van Epic Fury. Het aandeel Shell daalde hierdoor van zijn hoogste slotkoers ooit, 41,06 euro op 31 maart, naar 34,07 euro bij het slot van het kwartaal. Dit is een min van 17 procent in drie maanden tijd. Desondanks stond het aandeel ultimo juni nog altijd ruim 8 procent in de plus voor dit jaar.

Sintra en minder inflatie dan verwacht

Zoals elk jaar is er ook dit jaar weer een conferentie voor centrale bankiers in het Portugese dorpje Sintra nabij Lissabon. Ook de kersverse voorzitter van de Fed, Kevin Warsh, is van de partij. Het is zijn eerste internationale optreden als Fed-voorzitter. Over het rentebeleid hield Warsh zich op de vlakte. Dit was te verwachten na zijn eerste persconferentie twee weken geleden waar hij nadrukkelijk aangaf nooit signalen te zullen geven over het rentebeleid.

Vanuit het prachtige plaatsje lieten beleidsmakers van de ECB weten blij te zijn met de recente daling van de olieprijzen. Maar de zorgen dat de eerdere schok in de olieprijzen de prijzen van andere goederen en diensten, en uiteindelijk ook de lonen, zal opstuwen bleven. Toch hebben dergelijke tweede-ronde-effecten zich nog niet voorgedaan en ook is er nog geen sprake van loondruk. Het zou dus logisch zijn als de ECB wat geduld zou tonen. Eerder suggereerden diverse ECB-leden dat de rente bij de vergadering later deze maand nog een kwart procent omhoog zou moeten. Vorige maand verhoogde ‘Frankfurt’ voor het eerst sinds bijna 3 jaar de rente als eerste van de grootste centrale banken wereldwijd.

Een volgende rentestap is mogelijk nog minder urgent nu gisteren bleek dat de inflatie in de eurozone in juni sterker is gedaald dan verwacht. Volgens de voorlopige cijfers, de definitieve cijfers volgen half juli, stegen de consumentenprijzen vorige maand op jaarbasis met 2,8 procent, na een inflatie van 3,2 procent in mei. De energieprijzen bleven hoog, ze stegen met 8,7 procent, maar dat is duidelijk minder dan de stijging van 10,8 procent in de voorgaande twee maanden. Ook zonder de energieprijzen daalde de inflatie. De kerninflatie daalde van 2,6 naar 2,4 procent op jaarbasis. En ook de diensteninflatie, naast de energieprijzen de belangrijkste stuwer van de algehele inflatie, nam af van 3,5 procent in mei naar 3,2 vorige maand. Natuurlijk ligt de inflatie nog ruim boven de 2 procent doelstelling van de ECB maar de recente inflatiecijfers zouden de beleidsmakers wel moeten aanzetten om wat geduld te betrachten en de inflatieontwikkeling even aan te kijken.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten