Auteur: Jan-Willem Nijkamp Datum: 08-10-2025
Wachten op een crash is duur
Het ene record na het andere
Op de beurzen volgt het ene record na het andere. Zelfs “achterblijver” AEX zette vorige week een nieuwe All Time High neer. De komst van generatieve AI (eind ’22) zette een bullmarket in gang waar maar geen einde aan lijkt te komen. Liberation Day zorgde dit voorjaar voor een kortstondige pauze, maar ook Trump’s handelsoorlog kon deze rally niet stoppen. Sinds de bodem van begin april is de S & P 500 alweer met bijna 40 procent gestegen. Volgens de waarderingsmaatstaf CAPE is de index bijna net zo duur als op het hoogtepunt van de dot.com-rally. Overal wordt inmiddels gewaarschuwd voor een AI-bubble.
Alarmsignalen
Eind augustus was de CEO van OpenAI – Sam Altman – de eerste die zich erover uitliet. Op de vraag of beleggers overenthousiast waren over AI antwoordde hij zonder omwegen met ja. En zijn bedrijf heeft notabene deze rally veroorzaakt. Later volgden ook medeoprichter van AliBaba Joe Tsai, hedgefundmanagers als Ray Dalio en Torsten Slok en de CEO van Goldman Sachs met soortgelijke uitspraken. De laatste dagen is de term “bubble” in de financiële pers enorm in opmars. Steeds meer beleggers hebben het gevoel dat de markten tot ongekende proporties zijn opgeblazen. Een luchtbel die er op wacht te worden doorgeprikt.
Warren Buffett
Wellicht is het aardig om een uitspraak van Warren Buffet uit 1999 nog eens aan te halen. Een uitspraak gedaan aan de vooravond van de meest beruchte melt-up uit de geschiedenis, de dot.com-rally. “Wanneer een bullmarket eenmaal op weg is en een punt heeft bereikt waarop iedereen geld verdient – professional of beginneling – en alles alleen maar lijkt te stijgen, worden er beleggers naar de beurs gelokt die helemaal geen interesse meer hebben in bedrijfsresultaten of de rentestand. Ze worden slechts aangetrokken door de gedachte dat ze hoe dan ook in aandelen moeten zitten”.
Greenspan
De waarschuwingen voor een bubble – en de onvermijdelijke crash erna – zijn dus niet van de lucht. Zijn deze alarmsignalen terecht? Markten lopen van tijd tot tijd tegen stevige correcties of zelfs crashes aan. De historie wijst echter uit dat de zogenaamde bubble talk al in een vroeg stadium begint. Reeds lang voor het bereiken van de uiteindelijke top. Een mooi voorbeeld hiervan was de legendarische uitspraak van toenmalig gouverneur van de Federal Reserve – Alan Greenspan – in 1996.
Irrationele uitbundigheid
De bullmarket van de jaren ’90 was op dat moment al ruim twee jaar gaande. Op 5 december 1996 liet de Fed gouverneur optekenen dat er naar zijn mening sprake was van “irrationele uitbundigheid” op de beurzen. Dat kon zo niet lang meer door gaan. De beurzen reageerden even als door een wesp gestoken. Ze daalden. Dat duurde echter maar één dag. De S & P 500 zakte naar 742 punten. Pas 3 ¼ jaar later – in maart 2000 – bereikte de bullmarket zijn beruchte hoogste stand, 1498 punten. Let wel, ruim 100 procent hoger. Beleggers die in 1996 waren uitgestapt hadden deze fenomenale rally volledig gemist.
Niet kijken, doorkopen
De top van een rally is niet te timen. Reeds in de beginfase van een rally beginnen deskundigen te roepen dat het snel over zal zijn. Iedere keer reageert de beurs met een daling, om vervolgens zijn weg omhoog weer te vervolgen. Aandelen overgewaardeerd? Schulden te hoog? Inflatie loopt uit de hand? De economie raakt in een recessie? Het zal allemaal wel. Beleggers halen na de zoveelste waarschuwing hun schouders op. Niet kijken, doorkopen.
Slecht nieuws verkoopt
Het is een feit dat slecht nieuws verkoopt. Zo ook berichten over een naderende crash. Doemscenario’s worden serieus genomen. De vertellers ervan maken immers een meer intelligente indruk dan degenen die roepen dat aandelen nog wel even blijven stijgen. Er volgt een volledige argumentatie waarom de beurs wel moet gaan dalen. Wat echter licht wordt vergeten is dat al deze argumenten reeds lang in de koersen zijn verwerkt. Bullmarkets always climb a wall of worries. Maar na verloop van tijd houdt de financiële pers op met het publiceren van negatieve artikelen. Niemand leest ze meer. Pas dan moeten beleggers gaan uitkijken. Dan is namelijk al het goede nieuws wel zo’n beetje ingeprijsd in de markten. Wat moet de beurs dan nog verder doen stijgen?
Wachten op een crash is duurder dan de crash zelf
Onderzoek wijst uit dat waarschuwingen over een naderende crash gemiddeld genomen 1½ jaar te vroeg komen. Dat zou heel goed kunnen. Dat is op zich natuurlijk ook weer een gevaarlijke stelling. Want beleggers kunnen dat weer als handvat gaan nemen om de markt alsnog te gaan timen. En dat kunnen ze wellicht beter achterwege laten. Het wachten op een crash blijkt vaak grotere financiële schade tot gevolg te hebben dan de crash zelf. Wat moet je als belegger dan wel doen? Blijf beleggen, maar zorg voor een – buitengewoon goede – spreiding in je portefeuille.