Auteur: Joop van de Groep Datum: 22-09-2021

We will see

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft gisteren nieuwe groeiramingen voor de wereldwijde economische ontwikkelingen gepubliceerd. De verwachte groei van de wereldeconomie is met 0,1 procent verlaagd naar 5,7 procent voor dit jaar. Het economisch herstel blijft sterk als gevolg van de stimuleringspakketten van de overheden en centrale banken. Inmiddels is de omvang van de wereldeconomie alweer gestegen tot boven het pre-corona niveau. De economische denktank waarschuwde wel voor ongelijkmatig economisch herstel vanwege de verschillen in de vaccinatiegraden tussen de diverse landen.

Voor de komende twee jaar verwacht de OESO een hogere inflatie. De problemen in de aanvoerketens en de gestegen grondstofprijzen zijn hier mede debet aan. Naar verwachting komt de gemiddelde inflatie van de twintig grootste economieën dit jaar uit op 4,5 procent. In 2022 zou de inflatiegraad kunnen afnemen tot 3,5 procent. Echter, de stijgende voedselprijzen zullen met name in de opkomende landen de inflatie aanjagen. In deze landen maken de uitgaven aan voedsel een relatief hoger aandeel uit van het netto besteedbaar inkomen dan in de volwassen economieën. Hierdoor komt de koopkracht in de zogenaamde emerging markets extra onder druk te staan. De OESO adviseerde de overheden en centrale bankiers om zowel het begrotingsbeleid als het monetaire beleid voorlopig soepel te houden zolang de economische vooruitzichten onduidelijk blijven.

Monetair beleid

Aan de oproep van de economische denktank geeft in ieder geval de centrale bank van Japan gehoor. De Bank of Japan heeft het monetaire beleid ongemoeid gelaten. De korte rente blijft 0,1 procent negatief en door het opkopen van staatspapier houdt de centrale bank het rendement op de tienjarige staatslening dicht bij nul. De monetaire beleidsmaker voorziet verder economisch herstel omdat de coronapandemie geleidelijk in kracht zal afnemen. De binnenlandse vraag wordt verder aangejaagd door de overheidsmaatregelen en de buitenlandse vraag stijgt vanwege het aantrekken van de wereldeconomie. Vandaag zijn de ogen van beleggers gericht op de uitkomsten van de tweedaagse beleidsvergadering van Federal Reserve (Fed). Het is de vraag of de centrale bank van Amerika ook gehoor zal geven aan de oproep van de OESO. Het lijkt er namelijk op dat de centrale bank binnenkort de geldkraan gaat dichtdraaien.

Nieuwszender CNBC heeft een enquête gehouden onder 32 financiële instellingen. De financieel analisten hebben hun verwachtingen gegeven ten aanzien van het moment waarop het opkoopprogramma wordt afgebouwd. Daarnaast is gevraagd naar het moment waarop de eerste renteverhoging zal plaatsvinden en waar de top S&P 500 index ligt dit jaar en volgend jaar.

Uitkomsten enquête

De algemene verwachting is dat vanavond wordt gehint op het afbouwen van het opkoopprogramma. Na de volgende beleidsvergadering in november wordt er concreet aangegeven wat de maandelijkse vermindering zal worden. De verwachting is dat in totaal 15 miljard dollar per maand afgebouwd gaat worden. Hiervan is 10 miljard bestemd voor de reguliere obligaties en 5 miljard is bestemd voor de hypotheek gedekte obligaties. De eerste renteverhoging door de centrale bank wordt pas aan het einde van 2022 verwacht. Analisten blijven positief voor de aandelenbeurzen. Zij verwachten dat de S&P 500 index dit jaar kan doorstijgen naar 4500 punten (plus van 3,5 procent) en ultimo volgende jaar naar 4765 punten. Dit is een stijging van 9,5 procent vanaf het huidige niveau.

Sinds december 2018 heeft de voorzitter van de Fed, Jerome Powell, geleerd om niet in strijd met de marktverwachtingen te handelen, “we will see”.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.