Auteur: Nico van der Werf Datum: 14-05-2021

Winstbonanza

In de Verenigde Staten heeft inmiddels circa 90 procent van de bedrijven uit de S&P 500 de winstcijfers bekend gemaakt over het eerste kwartaal van 2021. Een zeer groot deel van deze ondernemingen heeft boven de verwachting van analisten gepresteerd. Dit betreft circa 86 procent van het totaal en is duidelijk boven het vijfjaars gemiddelde van 74 procent. Als de score ongeveer gelijk blijft als alle winstcijfers bekend zijn, dan zal het de beste positieve afwijking zijn sinds FactSet in 2008 is begonnen om deze cijfers in kaart te brengen.

Over het algemeen hebben deze positieve winstverrassingen geleid tot een netto stijging van de winsten van 71,5 miljard Amerikaanse dollar voor de S&P 500 sinds maart 2021. De totale gerapporteerde winst is namelijk van 349,7 miljard dollar gestegen tot 421,2 miljard. De sectoren die de grootste bijdrage hebben geleverd aan deze mooie cijfers zijn de sectoren informatietechnologie, financiële waarden en communicatie en basisconsumptiegoederen. De winst van Alphabet is bijvoorbeeld 66,1 procent hoger uitgekomen dan de verwachtingen van de analisten. Deze cijfers zijn op 27 april 2021 bekend gemaakt.

De olieprijs is gisteren behoorlijk gedaald. Voor een vat West Texas Intermediate werd donderdag 3,4 procent minder betaald op een settlement koers van 63,82 dollar. De vier handelsdagen daarvoor was er sprake van een stijging van de olieprijs. De daling op donderdag werd onder andere veroorzaakt door de aanhoudende zorgen over de coronasituatie in India. Daarnaast is het grootste oliepijplijnbedrijf van de Verenigde Staten, de Colonial Pipeline, weer operationeel sinds donderdag. Deze pipeline werd vorige week door een cyberaanval getroffen.

De prijs van een vat West Texas Intermediate is ondanks de daling van gisteren tot nu toe met circa 30,9 procent gestegen in 2021. Ruim een jaar geleden op 20 april 2020 was er voor het eerst in de geschiedenis sprake van een negatieve prijs voor een vat olie in de Verenigde Staten. De prijs voor een vat van 159 liter ruwe olie bedroeg -/- 37 dollar. Deze historische gebeurtenis werd met name veroorzaakt door een daling van de vraag naar olie met circa 30 procent. Daarnaast was er sprake van een opslagprobleem. De olieproducenten moesten betalen om van de olie af te komen die in mei zou worden afgeleverd. De opslagtanks voor ruwe olie zaten op dat moment namelijk propvol. Momenteel zijn de voorraden ruwe olie in de Verenigde Staten in de week eindigend op 7 mei met 0,4 miljoen vaten gedaald tot 484,7 miljoen vaten. Dit cijfer is op woensdag 12 mei bekend gemaakt.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.