Auteur: Martine Hafkamp Datum: 04-10-2021

Zelfs op de beurs schijnt de zon niet altijd

Veel beleggers hebben vorig week met de billen bij elkaar gezeten toen niet alleen de AEX van 800 naar 770 punten daalde, maar ook andere beurzen iets van de koerswinsten van de afgelopen periode moesten inleveren. Vandaag dalen de beurzen verder door zorgen over de Chinese vastgoedontwikkelaar Evergrande waarvan de handel in het aandeel is stilgelegd.

Tot voor kort werd de beursweg omhoog vooral gedragen door tech-aandelen en dat gold de afgelopen week ook voor de weg naar beneden. De rente liep op en dat zorgt ervoor dat de waardering naar beneden gaat. De verwachte toekomstige winsten moeten immers tegen een hogere rente contant worden gemaakt. Natuurlijk, dit soort dingen kunnen gebeuren. Toch is naar onze mening de onderliggende trend nog steeds sterk.

Dat vorige week bleek dat de inflatie in de eurozone was opgelopen naar 3,4 procent, het hoogste niveau van de afgelopen dertien jaar, en de Duitse inflatie zelfs met 4,1 procent, kwam het sentiment evenmin ten goede. Steeds meer speelt de angst op dat de oplopende of hoge inflatie minder tijdelijk van aard is dan ons door de centrale bankiers wordt voorgespiegeld.

De inflatie lijkt nu meer een piek met minimaal een plateautje te worden. De verwachting is desondanks wel dat deze na verloop zal normaliseren. De oplopende inflatie wordt echter niet alleen veroorzaakt door basiseffecten. Door de lage vergelijkingsbasis die is ontstaan door de coronapandemie ontstaat er vanzelf inflatie op het moment dat de economie normaliseert. Er is echter ook nog steeds sprake van internationaal verstoorde productieprocessen en oplopende energieprijzen. Nu zal daar niet tot in lengte van dagen sprake van blijven, maar voor de kortere termijn kunnen ze wel voor een prijsopdrijvend effect zorgen. Vanuit die optiek zou de inflatie voor zowel Europa als de Verenigde Staten wel iets langer hoger blijven dan waarvan in eerste instantie werd uitgegaan. Bovendien moeten veel ondernemingen in hun zoektocht naar personeel de lonen verhogen. We hebben daar in diverse eerdere beursberichten al melding van gemaakt.

Dat de markten zo sterk op de oplopende inflatie(angst) reageren, is op zich wel enigszins verwonderlijk. Met z’n allen hebben we ons al jaren afgevraagd waar de inflatie nu bleef. Die was immers structureel lager dan 2 procent en de klacht was dat de centrale banken niets voor elkaar kregen. Nu is er inflatie en is opeens Leiden in last aangezien die hoger dan verwacht is en langer duurt dan oorspronkelijk gedacht. Het lijkt daarom verstandig om nog even af te wachten hoe structureel de inflatie eventueel op een hoger niveau zal komen te liggen. Want natuurlijk hebben we te maken met de eerder genoemde prijsopdrijvende factoren, maar aan de andere kant blijft een aantal van de factoren die ervoor heeft gezorgd dat de inflatie de afgelopen jaren onder het gemiddelde bleef onverminderd van kracht. Dan gaat het bijvoorbeeld over vergrijzing en een afvlakking van de economische groei. Per saldo lijkt het dan ook veel te vroeg om al negatief te worden over beleggen in aandelen.

Wel zijn beleggers al heel lang gewend aan het feit dat er eigenlijk geen alternatief is voor aandelen. Nu ze de inflatie zien oplopen, kunnen ze verwachten dat de centrale bankiers hierdoor op een gegeven moment wel handelend zullen moeten optreden. Het is natuurlijk wel zo dat de stijgingen van aandelenkoersen de afgelopen periode niet louter en alleen gedragen zijn door de gedaalde rente, al hebben vooral groeiaandelen daarvan wel een extra steuntje in de rug gehad. Maar, de winsten zijn eveneens flink opgelopen. Misschien moeten beleggers weer eens gewoon aan het idee wennen dat de zon zelfs op de beurs niet altijd schijnt en dat koersen niet, zoals de afgelopen anderhalf jaar, alleen maar kunnen stijgen. Nee, die kunnen (tijdelijk) ook wel eens dalen.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.