Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 14-09-2021

Zwemt daar een kleine zwarte zwaan?

Daar zijn we weer

In een strenge brief aan het Congres stelde de Amerikaanse Minister van Financiën Janet Yellen dat de bodem van de schatkist zo rond half oktober in zicht dreigt te gaan komen. Wanneer de Democraten en de Republikeinen op korte termijn geen akkoord bereiken over het verhogen van het schuldenplafond dreigen de Verenigde Staten op een gedeeltelijke sluiting van de overheid af te stevenen. Het Congressional Budget Office schat dat de Verenigde Staten het nog even kunnen uitzingen vooraleer het schuldenpafond een probleem wordt. Het schuldenplafond? Dat was toch iets van vroeger tijden? Dat was in het tijdperk-Tump toch uit de weg geruimd?

Schuldenplafond weer terug

Helaas. Twee jaar geleden werd onder zijn presidentschap inderdaad met instemming van beide partijen besloten het schuldenplafond op te schorten. De wettelijke beperking op de hoeveelheid schuld die de overheid mag hebben werd buiten werking gezet. Tot vorige maand. Sinds begin augustus is het de Amerikaanse overheid niet langer toegestaan onbeperkt geld te lenen om zich te financieren. Het nieuwe plafond ligt op 28500 miljard dollar. Dat zijn de schulden ten tijde van de schorsing van de wet in 2019 (22000 miljard) opgeteld bij de 6500 miljard aan nieuwe leningen.

Het verkeerde moment

Juist nu de Verenigde Staten bezig zijn zich te ontworstelen aan de gevolgen van de pandemie komt dit de regering-Biden niet zo goed uit. Er bestaat immers al grote onenigheid over de voorgenomen uitgaven aan infrastructuur, sociaal beleid, belastinghervormingen en klimaatverandering. Het Build Back Better-programma kan niet op een grote meerderheid in het Congres rekenen. Naast de Republikeinen zijn ook diverse Democraten nogal sceptisch over de omvang van de voorgenomen overheidsuitgaven.

Tien jaar geleden

Even tien jaar terug in de tijd. De beurzen werden toen hard geraakt omdat de normaal gesproken routineuze verhoging van het schuldenplafond onderdeel werd van de strijd tussen de Republikeinen en de Democraten. De toenmalige president Obama slaagde er niet in een akkoord te bereiken en Credit Rating Agency Standard & Poor’s besloot de kredietwaardigheid van Amerikaanse staatsobligaties te verlagen. De aandelenmarkt verloor niet minder dan 20 procent. Het jaar 2011 ging de geschiedenis in als één van de mindere beursjaren. Is een herhaling mogelijk?

Een zwarte zwaan?

De rente is historisch laag, de economie wordt op grote schaal door overheden gestimuleerd en de bedrijven rapporteren fenomenale winsten. Het is dan ook niet vreemd dat beurzen de ene All Time High na de andere neerzetten. Het wachten lijkt op een langskomende zwarte zwaan, een onverwachte gebeurtenis die de beurzen op hun kop zet. Zou de plotse terugkeer van het schuldenplafond de rol van zwarte zwaan kunnen vervullen? Net op het moment dat Biden grote moeite lijkt te hebben om zijn ambitieuze plannen voor de infrastructuur erdoor te krijgen komt dit op zijn minst even niet goed uit. Juist nu de beurzen zich druk lijken te maken over de oplopende inflatie die de handelingsruimte van de Federal Reserve zou kunnen beperken. Is het einde van deze rally in zicht?

Een afwaardering op komst?

Enige nuance is wel op zijn plaats. De Verenigde Staten zijn het enige land dat werkt met een absoluut schuldenplafond. Veel landen werken bijvoorbeeld met een schuldenpercentage van het BNP. Schulden lopen immers mee met de groei van het BNP. Een absoluut plafond lokt voortdurende aanpassingen uit. Sinds de Tweede Wereldoorlog is het schuldenplafond in de Verenigde Staten dan ook al een keer of honderd verhoogd. Verhoging was steevast een routinematige handeling van het Congres. Tot het onderdeel werd van de partijpolitieke oorlog tussen de beide partijen in de Verenigde Staten. De Republikeinen hebben inmiddels aangegeven niet van plan te zijn deze keer mee te werken. Rating agencies hebben reeds gewaarschuwd. Een eventuele afwaardering van de staatsschuld zou voor de nodige onrust kunnen zorgen. Beleggers kunnen de komende weken hun adem in houden. Als ze daar in deze rally tenminste de tijd voor hebben.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.