Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 24-12-2019

Afscheid van een mooi decennium

De teens lopen ten einde

Over een week is het tweede decennium van de 21e eeuw al weer ten einde. In de afgelopen tien jaar gebeurde er ontzettend veel in de wereld, maar laten we ons beperken tot de beurzen. Want voor beleggers was het, in tegenstelling tot de tien jaar die eraan vooraf gingen, zonder meer een winstgevende periode. Waar de eerste tien jaar van de eeuw nog gekenmerkt werden door twee zware crises – de internetbubble en de kredietcrisis – lieten de daarop volgende jaren een mooi herstel zien. Een belegger die dat ondanks de eurocrisis, de bankencrisis, Brexit, negatieve rentes, de verkiezing van Trump en de opkomst van het populisme had voorzien zou tien jaar geleden door niemand serieus zijn genomen. Tegen alle verwachtingen in lieten de beurzen record op record optekenen.

Een recessie bleef uit

Maar misschien wel het meest opmerkelijke feit van het afgelopen decennium was het uitblijven van een regelmatige bezoeker van het beurstheater. In de Verenigde Staten is het immers sinds het midden van de 19e eeuw niet meer voorgekomen dat er tien jaar passeerden zonder de komst van een ongewenste bezoeker: een economische recessie. In Europa kunnen we daar helaas niet over meepraten – de eurocrisis en de bankencrisis lieten hun sporen na – maar in de Verenigde Staten is het zo lang uitblijven van een recessie uitzonderlijk. Ook de tweelingbroer van een economische crisis – de berenmarkt – heeft de beurzen al meer dan tien jaar niet meer lastig gevallen. Natuurlijk waren er steevast correcties, maar dieper dan een daling van 20 procent ging het nooit.

Discrepantie tussen beurs en reële economie

Een ander opmerkelijk feit is de discrepantie tussen de groei van de economie en de groei op de beurzen. Waar de economie sinds de bodem van 2009 de snelheid had van een schildpad liepen de aandelenmarkten daarentegen als een haas. Hoewel bijzonder lijkt het één juist het gevolg van het ander te zijn. Want omdat de financiële crisis van 2008-2009 zo diep was duurde het herstel ervan langer dan gebruikelijk. Sterker, het herstel is nog steeds gaande. Al meer dan tien jaar groeit de economie onder het gebruikelijke gemiddelde na een crisis. Mede daardoor bleef een hoge inflatie uit. En dat stelde de centrale banken weer in staat een ruimer dan normaal monetair beleid te voeren, gekenmerkt door een grootschalig opkoopbeleid en historisch lage rentes. En dat ruime geldbeleid bleek één van de motoren van de al jaren voortrazende stierenmarkt.

Het juiste recept

In tegenstelling tot vroeger lijken de centrale banken het juiste recept voor de economie en de beurs gevonden te hebben: een matig maar geleidelijk groeiende economie, lage rentes en gestaag oplopende beurskoersen. En dat notabene in van een steeds onrustiger geopolitiek landschap. Maar is dat wel zo? Voor beleggers waren de afgelopen tien jaar inderdaad niet te versmaden. Zo realiseerden beleggers in de S&P 500-index tien jaar lang een rendement van gemiddeld 13,5 procent per jaar. In euro’s gemeten kwam dat zelfs neer op 16,5 procent per jaar. De AEX-index deed het met minder, maar een rendement van 9,77 procent gemiddeld per jaar is ook niet slecht. Ook beleggers in vastgoed en obligaties hadden niets te klagen. De rente speelde daarbij een dominante rol. Zo stond de tien-jaars rente in de Verenigde Staten aan het begin van het decennium nog op 3,84 procent, in de zomer van dit jaar zakte deze zelfs onder de 1,5 procent.

Werknemers hadden het nakijken

In tegenstelling tot de beleggers bleken de afgelopen tien jaar voor de werknemers minder lucratief. Zo steeg het reële loon gemiddeld met slechts 0,6 procent per jaar. Nu hadden ze nog het geluk dat ook de inflatie het afgelopen decennium aan de lage kant bleef, anders was het besteedbaar inkomen wel erg schamel geweest. De onderste 75 procent van het loongebouw van de Verenigde Staten was in de jaren 70 nog goed voor 31 procent van het totaal verdiende inkomen, nu is dat gedaald naar 24 procent. De enorme koerswinsten op de beurs kwamen terecht bij een slechts een klein deel van de Amerikaanse bevolking. Niet zo vreemd aangezien 10 procent van de Amerikanen ruim 93 procent van alle aandelen bezitten. Er lijkt dus nauwelijks een relatie meer te bestaan tussen de reële economie en het feestgedruis op de beurzen.

Roaring twenties?

En daar zit waarschijnlijk ook het grootste gevaar voor de komende tien jaar. Wanneer de totale loonsom steevast achterblijft bij de winstgevendheid kunnen de consumenten hun bestedingspatroon immers nooit volhouden. En dat is wel nodig willen de bedrijven hun huidige winsten blijven continueren. Aan alle financiële acrobatiek van de centrale bankiers komt eens een einde. Wat dan? Het antwoord op deze vraag is niet alleen van belang voor beleggers. Gezien de opkomst van populistische partijen krijgt ook de politiek er in toenemende mate mee te maken. De verkiezing Van Trump kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Worden de komende twenties net zo roaring als de twenties van de vorige eeuw? Iets rustiger mag ook, graag.