Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 24-10-2017

Beleggers vinden hun weg naar de eeuwige opslagvelden

We tweeten meer, zetten steeds meer foto’s online en werken in de Cloud. Over enkele jaren is de hoeveelheid digitale data tientallen keren zo groot als nu.

De kracht van de economie

Het is een snel om zich heen grijpend fenomeen: de grote behoefte aan opslagruimte voor alle gegevens die het internetgebruik met zich mee brengt. Datacenters vormen de machinekamer van het internet. Zonder datacenters is er geen Netflix, Whatsapp, Thuisbezorgd.nl of Bol.com. De explosieve groei van data dwingt bedrijven hun IT-beheer niet meer in de kelder of bezemkast onder te brengen, maar in de Cloud. Maar deze ‘wolk’ bestaat in werkelijkheid helemaal niet. Het is een goed beveiligd en hypermodern gebouw met daarin honderden servers waarin gegevens worden opgeslagen, doorverbonden en afgeschermd voor digitale pottenkijkers.

De groei lijkt onstuitbaar en vooral Nederland is in trek vanwege de aanwezigheid van snelle en betrouwbare internetverbindingen. Men zou kunnen stellen dat de digitale infrastructuur het nieuwe gas is van Nederland. Het onderscheidend vermogen van organisaties ligt in het datacenter waar de hele digitale infrastructuur samenkomt, diep verscholen achter Clouds, Big Data en Internet of Things-discussies. Datacenters zorgen ervoor dat apps snel laden op mobiele telefoons, dat dataverkeer tussen banken of zorginstellingen optimaal en veilig verloopt en dat samenwerking tussen bedrijven in no-time technisch gerealiseerd is.

Sterke stijging, sterke vraag

Het is dan ook niet zo vreemd dat beleggen in beursgenoteerde datacenters al jaren een zeer rendabele bezigheid is. Wat heet! Zo steeg de koers van ’s werelds grootse aanbieder van opslagruimte, het Amerikaanse Equinix, de afgelopen 7 jaar met zo’n 500%! Toch leek er recent een kleine kink in de kabel te komen. Geruchten deden de ronde dat snellere en krachtigere computerchips de behoefte aan meer opslagruimte in de toekomst wel eens zouden kunnen doen afnemen. De aandelenkoersen van datacenters daalden acht-dagen-op-een-rij en ondergingen een correctie van een kleine 10%. 

Beleggers waren daarmee wellicht iets te heftig in hun reactie. Het is immers al, sinds de Wet van Moore in 1965 het levenslicht zag, niet anders dan dat halfgeleiders zo’n beetje iedere twee jaar in kracht verdubbelen. De behoefte aan datacenters zal eerder toe- dan afnemen. Daar komt bij dat de vraag naar chips zal toenemen naarmate deze sneller en efficiënter worden. Dat wordt ook wel Jevons Paradox genoemd: Hoe sneller en efficiënter een chip, hoe goedkoper zijn gebruik. Hoe goedkoper het gebruik, hoe meer de vraag zal toenemen. Dataverkeer zal exploderen in de komende jaren.

Vandaag de dag hebben grote bedrijven nog maar zo’n 10% van hun gegevens in de Cloud opgeslagen, en kleinere bedrijven vaak helemaal niets, waardoor er nog veel groeimogelijkheden zijn. Datacenters lijken nog voor vele jaren een goede belegging. Maar liggen er dan helemaal geen gevaren op de loer?

Storing in de Cloud

De opslag van gegevens en de koeling van de servers blijken een enorme aanslag op de elektriciteitsbehoefte. Het dataverkeer zorgt nu al wereldwijd voor meer CO2-uitstoot dan al het vliegverkeer bij elkaar! En de energiebehoefte van één zelfrijdende auto is gelijk aan het vijf uur laten streamen van content naar de TV. Met een paar elektrische zelfrijdende auto’s is dat nog niet zo’n probleem, maar wat als alle overheidsplannen wereldwijd bewaarheid gaan worden? De explosief stijgende behoefte aan elektriciteit kan in de toekomst wel eens het omgekeerde bewerkstelligen van wat overheden voor ogen hebben met hun schonere energiebeleid. Wellicht dat er in de toekomst beperkingen gesteld moeten worden aan de opslag van data. Tot die tijd lijken datacenters echter een prima belegging.