Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 30-04-2019

De winsten vallen mee, of toch niet?

Cijfers beter dan verwacht

We zitten weer midden in het cijferseizoen. Beursgenoteerde bedrijven rapporteren wereldwijd hun resultaten over het zojuist afgesloten eerste kwartaal. Tot op heden heeft ongeveer de helft van de bedrijven uit de S&P 500-index zijn resultaten openbaar gemaakt. Maar liefst 73 procent hiervan kwam met beter dan verwachte resultaten naar buiten. Op basis van een gemiddelde van de verwachtingen van de bedrijven die nog moeten publiceren en de reële resultaten van degenen die reeds gepubliceerd hebben zou er sprake zijn van een winstdaling van 2,3 procent ten opzichte van het eerste kwartaal van vorig jaar.

Nieuwe All-Time-Highs

Dat is beter dan verwacht. Bij de aanvang van het cijferseizoen gingen analisten nog uit van een daling van 3,9 procent. Het zou wel de eerste keer sinds het tweede kwartaal van 2016 zijn dat er sprake is van een winstdaling. Ondanks deze daling zetten de indices – met name die in de Verenigde Staten – de laatste weken toch weer nieuwe All-Time-Highs neer. Afnemende winsten en stijgende koersen, hoe is dat met elkaar te rijmen?

Toekomstverwachtingen

Welnu, beleggers hebben de neiging om bij hun investeringsbeslissingen steevast te kijken naar de toekomst. Wanneer men een aandeel aanschaft, koopt men immers het recht om mee te delen in de toekomstige winst van een beursgenoteerd bedrijf. De gerapporteerde winsten zijn eigenlijk niet meer dan geschiedenis. Natuurlijk geeft de recente geschiedenis vaak wel een goede indicatie over de nabije toekomst. Dat de winsten dit kwartaal terug zouden vallen was verwacht. Daar waren de koersen in het laatste kwartaal van 2018 immers reeds op vooruit gelopen, met forse koersdalingen.

Herstel later dit jaar

Nu gaan beleggers er van uit dat de economie zich in de tweede helft van dit jaar weer zal gaan herstellen. En daar lopen de koersen momenteel op vooruit. Voor beleggers zijn dus vooral de uitgesproken verwachtingen van de bedrijven voor de rest van het jaar van belang. En vooralsnog duiden die inderdaad op een herstel, met name in de halfgeleidersector.

Maar er is meer

Er is echter meer. Zo dalen de winsten weliswaar, maar stijgen de omzetten in het eerste kwartaal. En wel met 5,1 procent. Stijgende omzetten en dalende winsten duidt op een afnemende winstmarge. Een winsterosie die vooral het gevolg is van stijgende lonen en oplopende kosten voor grondstoffen en halffabricaten. Van de elf sectoren rapporteren er maar liefst tien dalende winstmarges. De enige sector waar de marges nog toenemen zijn de nutsbedrijven. Met name in de sectoren technologie en energie dalen de marges.

Druk op de winstmarges

Nu verwachten de markten dus een herstel in de tweede helft van het jaar, mede mogelijk gemaakt door uitbodemende economieën in China en de Europese Unie. Er wordt een winstgroei van 8,6 procent in het vierde kwartaal verwacht. En zelfs van 11,3 procent in 2020. Dat zou hoger zijn dan het gemiddelde over de afgelopen vijf jaar. Het is echter zeer de vraag of de toenemende druk op de winstmarges, en dan vooral in de meest winstgevende sectoren, een dergelijk winstherstel mogelijk zal maken. Wellicht hebben we de top in de winstmarges reeds gezien. Wanneer het goed gaat willen de werknemers uiteindelijk ook hun deel van de koek. Voor de aandeelhouders blijft er dan wat minder over.