Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 05-11-2019

Een einde aan het schaliesprookje? 

Brent rond de 60 dollar

De olieprijs fluctueert het hele jaar al rond de 60 dollar per vat. Eind december werd er nog ruim 50 dollar voor een vat Brent olie neergeteld, terwijl in april een zelfde vat voor bijna 75 dollar van eigenaar wisselde. Sinds de zomer blijft de prijs in de buurt van de 60 dollar. Hoezeer de OPEC-plus – de gezamenlijke olie-exporterende landen met Rusland – ook tracht de productie te beperken en daarmee de olieprijs naar boven te sturen. Zo waarschuwde het Internationaal Energie Agentschap de OPEC onlangs dat er in 2020 een groot olieoverschot dreigt. Er worden naar schatting 1,4 miljoen vaten meer geproduceerd dan de wereld nodig heeft en dat zet druk op de olieprijs. Druk die de olieproducerende landen niet goed uitkomt. Om hun uitgavenpatroon te kunnen handhaven is namelijk een hogere olieprijs ingecalculeerd.

Opkomst van schalieproductie

De reden voor de lagere olieprijs dient echter buiten de OPEC gezocht te worden. Zo zijn de Verenigde Staten (VS) inmiddels met een productie van 12 miljoen vaten per dag de grootste olieproducent ter wereld. Ze zijn Saoedi-Arabië en Rusland ruim gepasseerd. Dat heeft alles te maken met de spectaculaire opkomst van schalieolie in de VS. Zo hebben de VS hun schalieproductie vanaf 2010 opgevoerd van nul naar zeven miljoen vaten per dag. Aanvankelijk werd er vooral olie gewonnen in Eagle Ford (Texas) en Bakken (Noord Dakota). De productie in deze twee gebieden bereikte in 2015 zijn plafond. Inmiddels wordt de meeste olie in Permian (Texas) opgeboord. 

Gamechanger

De snelle groei van de schaliesector was niet minder dan een gamechanger in de wereldeconomie. Zo werden de VS een netto-exporteur van olie en veel minder afhankelijk van aanvoer uit het Midden Oosten. Mede om die reden konden de VS hun grote militaire aanwezigheid in deze regio reduceren. De lagere olieprijs was een flinke stimulans voor de Amerikaanse economie en de schaliebusiness zorgde voor veel nieuwe werkgelegenheid. Het heeft er mede toe bij gedragen dat de werkloosheid in de VS op een historisch laag niveau is beland.

Behulpzaam Wall Street

De snelle groei werd mede mogelijk gemaakt door een zeer welwillend Wall Street. De financiële sector pompte snel erg veel geld in de oliewereld, niet zozeer in de vorm van aandelen maar in de vorm van kredieten. Zo zijn beleggers in aandelen van schalieoliebedrijven de afgelopen jaren niet erg gelukkig geworden maar de verstrekkers van leningen daarentegen wel. Zo maakte de schaliesector een belangrijk deel uit van de portefeuille van de High-Yield-beleggingsfondsen. En daar zijn er veel van in de VS. Ook banken waren niet erg terughoudend in het verstrekken van kredieten aan de sector.

De putten drogen op

Het tij lijkt echter te keren sinds het einde van 2018. Zo bereikte de productiegroei eind 2018 een piek van 1,8 miljoen vaten per dag op jaarbasis en is deze sindsdien weer gezakt naar nog maar 1 miljoen vaten per dag. Zo blijkt de productie per boorput af te nemen maar leveren ook nieuwe putten steeds minder op. Daarnaast wordt er geleidelijk meer gas en minder olie geproduceerd. Met gas valt er echter aanzienlijk minder te verdienen. De break even kosten van schalieolie liggen op zo’n 60 dollar per vat. Dat is hoger dan de kosten voor andere vormen van oliewinning. Het is dan ook niet zo vreemd dat steeds meer olieproducenten het loodje leggen. De schalieboom lijkt – veel eerder dan verwacht – over zijn hoogtepunt heen. Volgens oliedienstverlener Baker Hughes neemt het aantal olieplatformen snel af. Investeerders trekken zich terug en een grote consolidatie in de sector lijkt aanstaande.

Schaliecorrectie?

De beurswaarden van grote spelers als Pioneer ResourcesEOG ResourcesDevon en Apache zijn inmiddels fors gereduceerd. Maar ook bij de kredietverstrekkers gaat de alarmbel. Banken zijn het onderpand voor hun leningen aan het afwaarderen. Het aantal leningen aan de sector neemt af. Faillissementen nemen toe. Slechts tien procent van de bedrijven rapporteerde nog een positieve operationele kasstroom. De productiviteit daalt en de kosten stijgen. De veronderstelde grote reserves in de schaliebassins blijken fors tegen te vallen. Het Amerikaanse schaliesprookje zou wel eens in een ruïne van niet ontmantelde boorplatforms en aanzienlijke milieuschade kunnen gaan eindigen.

Weer een gamechanger

Op korte termijn lijkt er nog niet zo veel aan de hand. Alleen de productiegroei neemt af. Maar de plots herwonnen olie-onafhankelijkheid van de VS komt weer op losse schroeven te staan. Wanneer oplopende spanningen in het Midden Oosten tot een hernieuwde olieschok leiden zou dat voor de olieprijs wel eens grote gevolgen kunnen gaan hebben. Een belegging in een traditionele oil major (Royal Dutch Shell, Exxon, BP) zou voor de wat langere termijn wel eens veel winstgevender uit kunnen pakken dan nu door veel analisten wordt verondersteld. De verhoudingen in de wereldeconomie en de wereldpolitiek zouden eveneens kunnen gaan schuiven. Niet in het voordeel van de VS.