Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 19-02-2019

Het achtste wereldwonder

Ontstaan van de AEX

Een kleine 36 jaar geleden – op 4 maart 1983 om precies te zijn – zag ’s lands bekendste beursgraadmeter het levenslicht. Aanvankelijk nog onder de naam EOE-index, later omgedoopt tot AEX-index. Bij aanvang bestond de index nog maar uit 13 fondsen. ABN, Ahold, Akzo, Amro, Gist-Brocades, Heineken, Hoogovens, KLM, Koninklijke Olie, Nationale Nederlanden, Philips, Unilever en Nedlloyd. Voor het eerst konden beleggers speculeren op bewegingen van de beurs als geheel. De index begon met een notering van 100 punten, toen nog in guldens. In euro’s gemeten dus 45,38 punten. Een belegger van het eerste uur die destijds zou zijn ingestapt en vervolgens 36 jaar was blijven zitten zou een niet onaardig rendement van 1080 procent hebben gerealiseerd. Voor de goede orde, dat komt neer op een rendement van gemiddeld 7,1 procent per jaar. En dat 36 jaar lang.

Een wilde rit

In die afgelopen 36 jaar hebben beleggers wel het een en ander voor hun kiezen gekregen. Zo stortte de beurs in oktober 1987 op een enkele dag volledig in om dat twee jaar nadien nog eens dunnetjes over te doen. De jaren 90 werden gekenmerkt door voortdurende spectaculaire koersstijgingen. Het zou uitmonden in de beruchte internetbubble van rond de eeuwwisseling. Na het bereiken van de historische piek van 701 punten in september van 2000 zou de beurs tot een dieptepunt van 218 punten in maart 2003 ineen zakken. Een daling van bijna 70 procent in goed 2 ½ jaar!

De oude top nooit meer gezien

Na deze volledige ineenstorting volgde een nieuwe rally die pas in de zomer van 2007 tot stilstand zou komen op een niveau van 562 punten. Toch een stijging van 158 procent. Toen volgde de kredietcrisis. De oude top van ruim 700 punten werd nooit meer gezien. Sterker nog, de AEX zette in maart 2009 een nieuwe bodem neer met 199 punten. Een daling van 65 procent. De afgelopen tien jaar liep de beurs echter weer op naar het huidige niveau van 537 punten. Voor beleggers dus een nogal wilde rit. Het vergde behoorlijk wat koelbloedigheid om die eerdergenoemde 7,1 procent per jaar daadwerkelijk te realiseren.

De dividendbelegger wint

Beleggers die dat wel zouden hebben gedaan en bovendien hun uitgekeerde dividenden voortdurend zouden hebben herbelegd waren over de gehele periode echter spectaculair beter af. Zo zou een standvastige dividendbelegger over deze 36 jaar niet minder dan 2620 procent hebben gerealiseerd. Dat komt neer op 9,57 procent gemiddeld per jaar. Waar de eerdergenoemde AEX-belegger een beginkapitaal van 100.000 euro had zien aangroeien tot 1.180.000, zou een dividendbelegger hetzelfde kapitaal tot 2.720.000 hebben zien toenemen. Toch 2,3 keer zoveel!

Het achtste wereldwonder

Hier zien we het fenomeen van de samengestelde rente aan het werk. Het natuurkundige genie Albert Einstein noemde dit wel het achtste wereldwonder. Het rente-op-rente effect, of in dit genoemde geval het dividend-op-dividend effect, kan wel worden vergeleken met een sneeuwbaleffect. Het doet het vermogen na verloop van tijd gigantisch en exponentieel toenemen. Bovenstaand voorbeeld van de AEX maakt in deze veel duidelijk. Van het totaal gerealiseerde rendement over een periode van 36 jaar is maar liefst 60 procent toe te schrijven aan herbelegde dividenden en slechts 40 procent aan koerswinst. Met andere woorden, over een langere periode zijn uitgekeerde dividenden belangrijker dan koerswinsten.

Kijk uit voor te hoog dividend

Wanneer we bovengenoemd voorbeeld op een notoire dividendbetaler als Koninklijke Olie toepassen is het nog sprekender. Bij de dividendkoning blijkt over een dergelijk lange periode niet minder dan 85 procent van het totale rendement afkomstig te zijn van herbelegde dividenden. De overige 15 procent was koerswinst. Een belangrijke voorwaarde bij het dividendbeleggen is echter wel aandelen te selecteren met een houdbaar dividend. Denk bijvoorbeeld aan de zogenaamde dividendaristocraten. Dat zijn bedrijven die niet per sé een heel hoog dividend, maar wel jarenlang een gestaag groeiend dividend uitkeren. Want juist bedrijven met een hoog dividend moeten beleggers ten zeerste wantrouwen. Hoge dividenden zijn immers zelden houdbaar.