Auteur: Krist Plaizier Datum: 05-08-2019

Hoezo, geen inflatie?

Draghi zal trots zijn op kabinet Rutte. De president van de Europese Centrale Bank doet al jaren verwoede pogingen om de inflatie te laten stijgen, maar helaas zonder resultaat. Behalve in Nederland dan, want daar hebben we kabinet Rutte. In Nederland stegen de consumentenprijzen afgelopen halfjaar met 2,6 procent, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek

Daarmee steekt Nederland boven het Europese gemiddelde uit. Afgelopen half jaar bedroeg de gemiddelde geldontwaarding in de 28 lidstaten van de Europese Unie slechts 1,6 procent. Wanneer we kijken naar de landen die de euro als betaalmiddel hebben, bedroeg de gemiddelde prijsstijging zelfs 1,4 procent. Onze buurlanden België en Duitsland hadden respectievelijk slechts 1,8 en 1,6 procent inflatie.

Dat Nederland een veel hogere inflatie kende, heeft een aantal oorzaken. Allereerst heeft onze regering het lage BTW-tarief verhoogd van 6 naar 9 procent. Vooral veel voedingsmiddelen en dranken namen hierdoor flink in prijs toe. Dit werd nog eens een beetje meer doordat supermarkten de prijzen verder verhoogden dan strikt noodzakelijk. Dit deden ze om na de BTW-verhoging weer op aansprekende prijzen uit te komen, bijvoorbeeld 2,99 euro in plaats van 2,97 euro. Daardoor stegen voedingsmiddelen, dranken en tabak met 3,3 procent in prijs het afgelopen halfjaar in Nederland. Ook zorgde de krapte in de woningmarkt in Nederland voor hogere prijzen. De gemiddelde woningprijs steeg in het eerste kwartaal met 8,2 procent waar dat in de rest van Europa gemiddeld slechts 4 procent was. Als derde reden geeft het CBS de opgelopen prijzen van energie als verklaring voor de opgelopen inflatie. De prijzen van energie stegen afgelopen half jaar met 10,2 procent in ons kikkerlandje. Ook dit hebben we te danken aan ons kabinet, want het zijn niet zozeer de prijzen van olie, stroom en gas die zijn opgelopen. Het waren vooral allerlei bedachte energieheffingen door Rutte en zijn kompanen die energie duurder maakten.

Als gevolg van de hogere inflatie kent Nederland eigenlijk een lagere reële rente dan Duitsland, hetgeen opmerkelijk is. De tienjaarsrente van Duitsland bedraagt momenteel zo’n 0,48 procent negatief. Wanneer we rekening houden met de inflatie van 1,6 procent dan bedraagt de reële rente 2,08 procent negatief. In Nederland bedraagt het tienjaarstarief 0,36 procent negatief. Na rekening te hebben gehouden met de inflatie komt de reële rente uit op 2,96 procent negatief. Spaarders worden in Nederland dus zo’n 3 procent per jaar armer reëel gezien. En dan mogen ze ook nog belasting betalen over hun vermogen dankzij ons kabinet.

Veilinghuizen hebben het moeilijk

De handelsoorlog heeft ook gevolgen voor de kunstverkopen. Volgens het Britse marktanalysebedrijf in de kunstwereld ArtTactic daalden de veilingverkopen wereldwijd ten opzichte van 2018 met 20,3 procent in het eerste halfjaar. Het cijfer wordt enigszins vertekend doordat er vorig jaar een grote verkoop plaatsvond van een collectie van Rockefeller nazaten bij Christie’s in New York. Maar ook als we deze opbrengst van 832,6 miljoen dollar uit de cijfers laten, is de daling van de verkopen nog steeds aanzienlijk. Vooral de verkoop van impressionistische en modernistische kunst daalde. Hier werd zo’n 900 miljoen dollar minder verkocht. Daarnaast daalde ook de verkoop van Chinese en Aziatische kunst, een direct gevolg van de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China. De opbrengst in deze categorie daalde van 875 miljoen dollar naar 447 miljoen dollar in de eerste helft van 2019. Het kopen van kunst was voor veel rijke Chinezen een weg om hun kapitaal uit het eigen land te sluizen. De Chinese regering heeft echter een rem gezet op de outflow van Chinees vermogen.