Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 19-01-2021

Inflatie op komst?

Nog meer steun

Vorige week onthulde de aanstaande president van de Verenigde Staten een nieuw economisch stimuleringsplan ter grootte van 1900 miljard dollar. Dat zou bovenop het reeds door het Congres goedgekeurde plan van 900 miljard dollar moeten komen. Dat maakt samen een nieuwe geldinjectie in de Amerikaanse economie van 2800 miljard dollar. Eerder in 2020 vond al een bedrag van 3000 miljard dollar zijn weg in de economie. Naast deze exorbitante steunpakketten deed ook de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, een duit in het zakje met een ongekend ruim monetair beleid. In de Europese Unie lieten de financiële autoriteiten zich ook niet onbetuigd. Hoewel de bedragen iets minder indrukwekkend waren, werden ook hier niet eerder vertoonde sommen geld uitgetrokken ter ondersteuning van de economie. Dat de beurzen 2020 alsnog met winst afsloten ondanks de pandemie is dus eigenlijk niet zo vreemd.

Monetaire bonanza

Als gevolg van deze monetaire bonanza van historische omvang zijn de staatsschulden enorm opgelopen en is de rente op veel 10-jaars staatsleningen negatief. Volgens de OESO loopt de gemiddelde staatsschuld van zijn 37 leden op van 104 procent in 2019 naar 122 procent in 2021. Zelfs volgens een traditioneel conservatieve organisatie als het IMF hoeft zich op dit moment echter nog niemand zorgen te maken over deze schulden. De tekorten nemen weliswaar toe, maar de betaalde rente erover neemt juist af. Van 1,8 procent in 2019 naar 1,3 procent in 2021. Sterker nog, in steeds meer gevallen verdienen overheden op hun schuld als gevolg van de negatieve rente. De ongekroonde koning van deze schuldencarrousel is Japan. Het land van de rijzende zon heeft een staatsschuld van 266 procent van het BNP, maar verdient op de helft van deze uitstaande schulden als gevolg van de negatieve rente. 

Een loterij-zonder-nieten

De financiële markten beginnen zich echter enige zorgen te maken over de gevolgen van deze genereuze steunmaatregelen. Mede door de geruststellende woorden van de centrale banken is de consensus dat de rente nog lang laag zal blijven. De Federal Reserve en de ECB hebben bovendien al jaren de grootste moeite de inflatie in de richting van de gewenste 2 procent te sturen. De Fed heeft bij monde van gouverneur Powell aangegeven dat zelfs mocht de inflatie boven die 2 procent uitkomen zij nog niet tot actie – lees renteverhogingen – zal overgaan. Beleggen lijkt zodoende wel een loterij-zonder-nieten te zijn geworden. Bedrijfswinsten kunnen tot in de lengte der dagen tegen een negatieve reële rente worden verdisconteerd met als resultaat steeds hogere waarderingen voor aandelen.

Erg veel spaargeld

Er liggen echter wel degelijk gevaren op de loer. Zo hebben de meeste consumenten hun baan en hun inkomen tijdens de pandemie wel behouden. Degenen die hun baan wel kwijtraakten hebben dankzij de royale coronasteun hun bestedingsmogelijkheden nog niet volledig zien verdampen. In de Verenigde Statem gingen er in 2020 minder bedrijven failliet dan in het jaar er voor. Het totaal aan faillissementen bereikte zelfs het laagste niveau in 35 jaar. Waar de meeste consumenten hun inkomen dus behielden namen hun bestedingsopties wel aanzienlijk af. Met als resultaat een enorm gegroeid spaaroverschot. Naar schatting bedraagt het totale spaargeld in de Verenigde Staten nu 1500 miljard dollar meer dan voor de pandemie. Een combinatie van stijgende aandelen- en huizenprijzen en deze enorme hoeveelheid spaargeld heeft ertoe bijgedragen dat het eigen vermogen van huishoudens in de Verenigde Staten 11 procent hoger ligt dan in 2019.

Een bestedingsgolf

De verwachting is dat zodra de vaccinaties enigszins op stoom zijn gekomen en de economie weer op gang raakt deze muur van geld weer de economie zal instromen. Enerzijds is de capaciteit van de economie dan nog niet in oude glorie hersteld, anderzijds is er wel een sterke inhaalvraag. Een enorme bestedingsgolf ligt dan in de lijn der verwachting. De prijzen kunnen hard oplopen en de vrees voor een stijgende inflatie is zeker niet ongegrond. Het zou de centrale banken voor een enorm dilemma plaatsen. De rente verhogen om de inflatie te bestrijden? Het zou de beurzen doen instorten en de ontluikende economische groei meteen weer in de knop breken. Een stijgende inflatie wordt wel gezien als de mogelijke zwarte zwaan van 2021.

Terechte inflatievrees?

Maar is deze vrees terecht? Het zou allemaal wel eens mee kunnen vallen. Het is maar zeer de vraag of de verwachte bestedingsgolf tot een oververhitte economie zal gaan leiden. Zo onderzocht de Federal Reserve van New York dat minder dan 30 procent van het in 2020 uitgevaardigde steunpakket werd omgezet in daadwerkelijke consumptie. Maar liefst 36 procent werd gespaard en de overige 35 procent werd gebruikt om schulden af te betalen. De crisis is nog lang niet voorbij en zal niet snel uit de “hoofden” van de consumenten verdwijnen. Mensen zullen waarschijnlijk nog langere tijd voorzichtig blijven met uitgeven. Daarnaast lijkt een oplopende inflatie niet voor de hand te liggen zolang de werkloosheid nog torenhoog is. De lonen kunnen dan niet snel stijgen. En de inflatie evenmin. Een tijdelijke bestedingsgolf hoeft geen loon-prijs-spiraal te ontketenen.

Inflatie? Later, misschien

Het zal nog wel enige tijd duren voordat de economie weer volledig van deze pandemie is hersteld. Pas wanneer de werkloosheid weer op het peil is van voor de pandemie ontstaat er ruimte voor stijgende geldontwaarding. En dan is het nog maar de vraag of die dan echt doorzet. De onderliggende krachten die hebben bijgedragen aan de langdurig lage inflatie en rente zijn immers niet verdwenen: globalisering, vergrijzing en digitalisering. Die zullen er na de pandemie nog steeds zijn. Misschien zal de inflatie in de loop van dit jaar enigszins oplopen, maar hyperinflatie? Nee, waarschijnlijk niet. In ieder geval niet op korte termijn. Later, in 2022 en 2023, gaan de markten wellicht meer de gevolgen van deze historische periode voelen.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten