Beursberichten
Defensie is belangrijke groeimo ...
Leidos heeft een sterk tweede kwartaal van 2026 achter de rug.
Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 14-03-2017
Vorige week woensdag kreeg de prijs voor een vat Brent-olie een gevoelige tik omdat de Amerikaanse olievoorraden weer verder waren opgelopen. Waar er eerder dit jaar nog 56,90 dollar voor een vat moest worden neergeteld was eind vorige week een bedrag van 51,27 reeds voldoende. Dat is tien procent minder. Daarmee lijkt er een einde te zijn gekomen aan de maandenlange consolidatie van de olieprijs in een bandbreedte tussen de 53 en 58 dollar. Olie-analisten houden inmiddels al rekening met een verdere terugval naar misschien wel 45 dollar. Dat kan gevolgen hebben die verder reiken dan de olie-industrie alleen.
Eind november vorig jaar kwamen de OPEC-landen overeen om de olieproductie met 1,2 miljoen vaten per dag te beperken. Rusland – een niet OPEC-lid – sloot zich hierbij aan waardoor de reductie steeg naar 1,8 miljoen vaten per dag. Als gevolg hiervan steeg de olieprijs in korte tijd van 46 naar 54 dollar per vat. Waar de markt dergelijke acties van de OPEC doorgaans met een korreltje zout neemt, werd de overeenkomst nu wel serieus genomen.
In feite gooiden de OPEC-leden met deze overeenkomst de handdoek in de ring want het maakte een einde aan de poging om de producenten van schalie-olie uit de VS een kopje kleiner te maken. Zo verklaarde Ali Naimi, de minister van energie van Soedi-Arabië, nog in 2015 dat de Amerikaanse oliesector slechts enkele opties ter beschikking had: verlaag de kosten, haal nieuw kapitaal op of liquideer de business. De OPEC-leden hadden verwacht dat hun poging om de schalie-industrie ten onder te doen gaan door de olieprijs structureel te laten zakken, succes zou hebben. In werkelijkheid bleken de schalie-producenten weerbarstiger. Er gingen er slechts een paar failliet. De rest herstructureerde met succes en wist na verloop van tijd zelfs winst te maken bij een veel lagere olieprijs.
En met de overeenkomst van de OPEC en de opnieuw gestegen olieprijs werden ook de schalieproducenten weer winstgevend. Met als gevolg dat er wekelijks nieuwe boorputten werden geopend en het aanbod weer opliep. En bij een slechts matig stijgende vraag betekende een sterk oplopend aanbod in eerste instantie fors oplopende voorraden. En steeds verder toenemende voorraden betekenen uiteindelijk een lagere prijs.
Dus hoewel de OPEC-landen een verrassende eensgezindheid aan de dag legden, had hun actie niet de gewenste uitkomst. De olieprijs bleef iets boven de 50 dollar hangen, een cruciaal niveau. Daarbij moet bedacht worden dat de overeenkomst van de OPEC slechts een half jaar geldig is. Straks moet er besloten worden om de productiebeperking te handhaven of zelfs verder te beperken. Dat zal niet meevallen omdat de resultaten tot op heden tegenvallen. De verwachting luidt dat de toegenomen schalieproductie de productiebeperking van de POEC volledig teniet zal doen.
Een en ander heeft wel gevolgen. In de eerste plaats moeten de grote olieproducenten uit voornamelijk het Midden-Oosten lijdzaam toezien hoe de prijs van een vat olie steeds meer in de VS wordt bepaald en niet langer door henzelf. Voor president Trump is dit een geschenk uit de hemel. Het ziet er steeds meer naar uit dat de VS binnen afzienbare tijd met hulp van buurlanden Canada en Mexico volledig zelf in zijn energiebehoefte zal kunnen voorzien. De verminderde afhankelijkheid van de rest van de wereld zal hem deugd doen. Daar komen nog de enorme hoeveelheid nieuwe banen, gecreëerd door de schalie-industrie en zijn toeleveranciers, bij. Bingo voor de ambitieuze president.
Wanneer de olieprijs voorlopig is uitgestegen heeft dat echter nog meer gevolgen. Zo zou dat kunnen betekenen dat er voorlopig weer even een einde is gekomen aan de wereldwijd oplopende inflatie. Want het zijn voornamelijk de gestegen grondstofprijzen die het leven ten opzichte van vorig jaar duurder hebben gemaakt. Een minder hard dan verwacht oplopende inflatie zou er voor kunnen zorgen dat de centrale banken opeens weer minder vaart achter hun monetaire verkrapping hoeven te zetten. Dus wellicht minder renteverhogingen dan momenteel ingeprijsd? We lopen hiermee nogal op de ontwikkelingen vooruit, maar het zou zomaar eens realiteit kunnen worden.