Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 11-12-2018

Vrees voor omgekeerde rentecurve onterecht

Vrees voor een vlakke rentecurve

Vorige week raakte de correctie op de beurzen in een versnelling. Eén van de redenen zou de verdere afvlakking van de rentecurve in de Verenigde Staten zijn. De rente op tweejaars staatsleningen was boven de rente op vijfjaars staatsleningen gestegen. Voor veel beleggers een aanwijzing dat een recessie aanstaande is en een goede reden om hun aandelen in de verkoop te doen. Iets wat getuige de ontwikkelingen op de beurs ook op grote schaal plaatsvond. Het is echter zeer de vraag of deze vrees voor een vlakke – of erger, een inverse – rentecurve gerechtvaardigd is.

De Federal Reserve trapt op de rem

In een opgaande economie heeft een rentecurve een stijgend verloop. De vergoeding die beleggers vragen voor hun uitgeleende geld stijgt naarmate de datum van aflossing verder weg ligt. In een groeiende economie loopt de inflatie immers op en stijgt daarmee de prijs van geld, de rente. Het wordt niet meer dan normaal gevonden dat je over een lening van bijvoorbeeld tien jaar een hogere rente ontvangt dan wanneer je je geld voor bijvoorbeeld drie maanden uitleent. Om de dreigende inflatie het hoofd te bieden gaat de centrale bank vervolgens de rente verhogen. Daar is de Federal Reserve in de Verenigde Staten reeds drie jaar mee bezig. Wanneer een economie vervolgens in een recessie belandt verwachten beleggers een afnemende of zelfs een krimpende groei. Ook de inflatie zakt en de prijs van geld ook. Het kan dan voorkomen dat beleggers voor een tienjaars lening dezelfde of zelfs een lagere rente vragen dan voor een lening van drie maanden. De curve is dan vlak of zelfs invers.

Haast onfeilbare status

Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn alle recessies voorafgegaan door een omgekeerde rentecurve. Daarmee heeft de rentecurve een bijna onfeilbare status bereikt als indicator voor de economie. De huidige vrees in de markt lijkt dan ook niet geheel ten onrechte. Er valt echter wel enige nuancering op aan te brengen. Ten eerste is er nog steeds een positief verschil tussen de rente op tienjaars staatsleningen en de rentevergoeding over een periode van drie maanden. Ten tweede zijn weliswaar alle recessies voorafgegaan door een omgekeerde rentecurve maar zijn niet alle omgekeerde rentecurves gevolgd door een recessie. Het is meer dan eens voorgekomen dat een omgekeerde rentecurve niet door een recessie werd gevolgd.

De indicator heeft tijd nodig

Maar zelfs in de gevallen waarin de omgekeerde rentecurve wel werd gevolgd door een recessie was er geen sprake van oorzaak en onmiddellijk gevolg. Tussen het invers gaan van de curve en de start van een recessie zit gemiddeld namelijk een lagtime van 18 tot 24 maanden. Dat is een behoorlijk lange periode op de beurs. Sterker nog, pas wanneer de centrale bank de rente weer verlaagt omdat de economische omstandigheden daar aanleiding toe geven en de rentecurve als gevolg daarvan weer steiler wordt is een recessie aanstaande.

Vlakke curve koopsignaal?

De periode op de beurs direct na een omkering van de rentecurve is historisch gezien zelfs redelijk gunstig te noemen voor beleggers. Sinds 1990 bleken de eerstvolgende twaalf maanden na een afvlakking op de beurs tot een gemiddelde koersstijging van aandelen van tien procent te leiden. Kortom, de huidige afvlakking zou zo bezien wel eens het startsein van een mooie rally kunnen zijn. Beleggers dienen echter wel op te letten. Want zodra de centrale bank de rente weer gaat verlagen staan alle seinen op rood. Dan wordt het druk bij de uitgang op de beurs. Maar dat moment zou nog wel eens enige tijd op zich kunnen laten wachten. Beleggers die zich nu naar de uitgang reppen zijn wellicht te vroeg.