Auteur: Martine Hafkamp Datum: 14-06-2019

Vader van de gedachte

Sinds de toespraak van Jerome Powell van 4 juni jl. hebben de beurzen een aardige stijging laten zien. Zelfs Donald Trump was blij met de handreiking die de voorzitter van de Fed leek te doen wat betreft het rentebeleid van de centrale bank. In ons beursbericht van vorige week woensdag hebben wij daar uitgebreid over geschreven. Hij houdt de huidige ontwikkelingen nauwlettend in de gaten en zal zo handelen dat hij de Amerikaanse economische groei handhaaft. Draghi deed daar nog eens een schepje bovenop door te stellen dat de ECB tot in de eerste helft van 2020 haar belangrijkste rentetarief niet zal verhogen. Sterker nog, uit de notulen valt op te maken dat er al is gerept over het opstarten van kwantitatieve verruiming. De Zwitserse centrale bank gaat ondertussen nog een stapje verder door te laten weten tot in 2021 de rentetarieven ongemoeid te laten.

De financiële markten trokken uit alle signalen van centrale bankiers de conclusie dat de centrale banken eerder denken aan een renteverlaging dan aan het opvoeren van de rente. Sterker nog, de markt verwacht inmiddels al voor het einde van dit jaar een renteverlaging van meer dan 50 basispunten door de Fed. Gezien het grote aantal economische indicatoren in de Verenigde Staten dat duidt op een afzwakking van de groei en het aannemelijke scenario dat er geen echte deal komt met China, kunnen we er bijna gevoeglijk van uitgaan dat de Fed de door management-by-speech gecreëerde ruimte ook werkelijk zal benutten. Trump wil immers heel graag herkozen worden…

Dat gezegd hebbende zou het zo maar kunnen dat de Fed tijdens de vergadering in juli, dus na de top van de G20, om een statement te maken zal besluiten tot een rentestap van in een keer 50 basispunten. De yieldcurve in de Verenigde Staten is inmiddels echt invers gegaan. Dat houdt in dat de korte rente hoger is dan de lange rente. Banken in de eurozone betalen al zo’n vijf jaar rente om hun geld bij de ECB te mogen stallen en Duitsland kan sinds afgelopen maart weer obligaties met een negatieve rente in de markt zetten. Wereldwijd staat er zo’n 10 biljoen dollar aan obligaties uit met een negatieve yield. Naast de Bank of Japan, die ongeveer de helft van de totale uitstaande Japanse overheidsschuld op z’n balans heeft staan, heeft de ECB een behoorlijke duit in dat zakje gedaan. De ECB heeft de afgelopen jaren veel investment grade obligaties opgekocht. Daardoor worden andere beleggers in hun zoektocht naar rendement gedwongen uit te wijken naar obligaties met een lagere kredietwaardigheid.

Hoe mooi de reactie van beleggers ook is, toch moeten zij zich afvragen of de wens van een lage rente wel echt zo goed is als de vader van de gedachte. De centrale bankiers zetten het rentewapen immers alleen op een dergelijke manier in als de economische omstandigheden daarom vragen. Daarom is het op zich best opmerkelijk dat Trump nog geen week later blijft inhakken op de Fed en er ruchtbaarheid aan geeft dat naar zijn bescheiden mening de rentetarieven snel omlaag moeten. The Donald vindt dat de Fed de economische groei afremt door de rente op een niveau te houden dat volgens hem niet past bij de economische data. Hij wordt daarin gesterkt door het meest recente Amerikaanse inflatiecijfer. Op jaarbasis kwam het cijfer over mei uit op 1,8 procent. In april stond die nog op 2 procent.

Een andere reden waarom een nog veel langere tijd een lage rente niet zo aantrekkelijk is, is een demografische. In Nederland is er al van alles te doen over het in het kader van de pensioendiscussie verlagen van de rekenrente. Kijken we nog iets verder, dan zien we dat de rest van de Westerse wereld een Japan-scenario helemaal niet aankan. Lang niet alle landen van de Eurozone hebben de pensioenvoorziening zo goed op orde als Nederland en de Verenigde Staten zijn zeker geen welvaartsstaat. Denk dan eens aan de tientallen miljoenen mensen die de komende jaren in de Westerse wereld met pensioen gaan en die daar financieel niet op zijn voorbereid…