Auteur: Martine Hafkamp Datum: 08-03-2019

Zorgen nemen toe

Zoals verwacht kondigde Mario Draghi gisteren in zijn toelichting op het rentebesluit van de ECB aan dat dit jaar de rente niet meer zal worden verhoogd. U hebt er in het beursbericht van Fintessa van gisteren, donderdag 7 maart, al over kunnen lezen. Tevens werd de groei- en inflatieverwachting neerwaarts bijgesteld. De inflatiedoelstelling van 2 procent lijkt steeds verder uit het zicht te verdwijnen.

In officiële bewoordingen verschuift de mogelijke eerste rentestap van ‘eind van de zomer’ naar op z’n vroegst ‘eind 2019’. Daarmee wordt Draghi de eerste president van de ECB die in zijn ambtstermijn de rente nooit heeft verhoogd. Bovendien kondigde hij aan dat Europese banken wederom gebruik kunnen maken van een nieuwe ronde goedkope leningen bij de centrale bank van Europa, de zogenaamde TLTRO’s. De banken kunnen daarvoor september aanstaande bij het loket van de ECB aankloppen. In 2014 en 2016 werden soortgelijke leningen verstrekt. Hiermee moet de kredietverlening aan zowel het bedrijfsleven als consumenten worden gestimuleerd.

Natuurlijk zal het de Europese banken een steuntje in de rug geven, maar beleggers sloeg de schrik om het hart. Zij beginnen zich juist in toenemende mate zorgen te maken over de lage rentes en de afnemende economische groei. Een afvlakkende economie kan immers weer gevolgen hebben voor de toekomstige omzet en winst en daardoor de kredietwaardigheid van ondernemingen. In de aankondiging van de nieuwe ronde TLTRO’s van gisteren zien zij daar een bevestiging van. Bovendien zien zij in Europa weinig politieke wil tot het nemen van maatregelen die zijn gericht op economische groei en tendeert de economische expansie in China naar meer ‘normale’ niveaus. 

Het is dus niet zo verwonderlijk dat Wall Street donderdag lager sloot. De beurzen in Azië en Europa delen in de misère. Het feit dat het groeicijfer van de Japanse economie over het vierde kwartaal opwaarts werd herzien van 1,4 naar 1,9 procent op jaarbasis kon dat negatieve tij niet keren. De vooruitzichten voor dit jaar zijn echter wat voorzichtig. Dat de Chinese export in februari in dollars gemeten met meer dan 20 procent is gedaald legt (veel) meer gewicht in de schaal. De importen daalden met ’slechts’ 5,2 procent waar een krimp van zo’n 14 procent werd verwacht. Hierdoor komt het Chinese handelsoverschot in februari aanzienlijk lager uit. Een verklaring voor dit tegenvallende cijfer is ongetwijfeld het Chinese Nieuwjaar, waardoor China een week stil heeft gelegen.

Op korte termijn is de huidige pas-op-de-plaats niet onlogisch. De stemming is immers heel snel van het ene uiterste naar het andere uiterste omgeslagen. Dat schreeuwt om een (kleine) correctie. Tot op heden heeft dit jaar in ieder geval heel duidelijk gemaakt dat de centrale banken minder onafhankelijk van de markten kunnen opereren dan ze zouden willen. We zijn met z’n allen te veel van de financiële markten afhankelijk geworden. Daardoor staan centrale bankiers min of meer met de rug tegen de muur en kunnen zij niet veel anders meer dan de markten te faciliteren.