Datum: 01-03-2021

A brave new world

Overal ter wereld keken beleggers de afgelopen weken uit naar de toespraken van Fed-voorzitter Jerome Powell voor het Amerikaanse Congres. De vrees voor oplopende inflatie en stijgende langetermijnrentes zorgden de afgelopen weken voor een verkoopgolf bij name technologiefondsen.

Of er momenteel sprake is van een zeepbel weet Powell niet, maar ongerust over de stijgende rente is hij niet.

Blijk van vertrouwen

Powell ziet de oplopende rente meer als blijk van vertrouwen in een sterk economisch herstel na de coronapandemie. Wat betreft die inflatie, ja die kan even pieken als er een koopgolf komt door bestedingen van consumenten die het geld tot nu toe niet konden uitgeven.

Maar dat zal volgens Powell een tijdelijk fenomeen zijn. De hoge werkloosheid, ofwel het grote onbenutte arbeidspotentieel, zal de inflatie nog hard blijven afremmen. Beleggers kunnen er dan ook vanuit gaan dat de Fed nog geruime tijd het huidige stimulerende beleid zal handhaven. 

Yellens beruchte woorden: Act Big

De woorden van Powell zorgden op de obligatiemarkten niet voor rust. Daar blijft de inflatieangst overheersen. Die angst komt voor een groot deel op het conto van Janet Yellen. Zij bezigde namelijk als aankomend Minister van Financiën in januari voor de beëdigingscommissie de inmiddels al beroemde - of moet ik zeggen beruchte - woorden: ‘We need to act big’ (rente (lang) laag en (heel) veel overheidssteun).

Haar woorden leggen vooralsnog meer gewicht in de schaal dan die van Powell en daarmee lijkt een draai van de rentemarkt te zijn ingezet. Het zou weleens zo kunnen zijn dat we haar uitspraak over een tijdje in het rijtje kunnen scharen van Mario Draghi die in 2012 de beroemde woorden sprak ‘whatever it takes’ en die van Pail Volcker die in 1979 snel en fors de rente verhoogde om de Amerikaanse inflatie in te dammen.

Net als deze twee gedenkwaardige momenten uit de financiële geschiedenis lijkt de uitspraak van mevrouw Yellen een belangrijk keerpunt te worden voor de economie en de markten.

Monetarisme en neoliberalisme

Ruim veertig jaar werden de financiële markten gedomineerd door het monetarisme en neoliberale denkbeelden. Deze werden met name gepropageerd door het IMF. Een goede overheid was vooral een kleine overheid. Belastingen dienden te worden verlaagd, staatsuitgaven onder controle gebracht en de markt moest het werk doen.

Om dat mogelijk te maken werd er bezuinigd op overheidsuitgaven, moesten begrotingen vooral in evenwicht gebracht te worden en regelgeving teruggedrongen. De inflatie, die zo kenmerkend was voor de jaren ’70, zou zo vanzelf verdwijnen. En zo geschiedde.

Uitwassen stuiten op weerstand

Voor de financiële markten braken goede tijden aan. Vanaf begin jaren ’80 begonnen aandelen- en obligatiemarkten aan een ongekende opmars die nog steeds niet ten einde lijkt te zijn gekomen. Een afnemende inflatie maakte een steeds verder dalende rente mogelijk. De rente is zelfs zo ver gedaald dat er inmiddels gesproken wordt van ‘gratis geld’.

De globalisering en de economische voorspoed die hier het gevolg van waren, dragen echter ook bij aan uitwassen die onder grote delen van de bevolking op steeds meer weerstand stuiten. De beurs lijkt soms te zijn veranderd in een casino. Het verschil tussen de winnaars en de verliezers is steeds groter geworden.

Geldkranen wagenwijd open

Door de coronapandemie zijn deze ontwikkelingen in een stroomversnelling gekomen. Bij veel autoriteiten begon het te dagen dat er wellicht ingrijpende maatregelen nodig waren om het tij te keren.

Centrale banken zetten de geldkranen wagenwijd open en overheden lieten elke vorm van fiscale discipline varen. Zoals zo vaak namen de Verenigde Staten hierin het voortouw.

Verenigde Staten slaat nieuwe weg in

Met de uitspraak ‘Act Big’, mede ondersteund door veel toonaangevende economen en het van oudsher fiscaal oerconservatieve IMF, lijkt de Amerikaanse regering een nieuwe weg in te slaan. Het Ministerie van Financiën en de Federal Reserve lijken gezamenlijk op te trekken.

De onafhankelijke, zelfstandige positie van de Federal Reserve lijkt daarmee te worden losgelaten. Hierdoor hoeven de markten niet meer alleen op de steun van de centrale bank te leunen. 

Parallel met Tweede Wereldoorlog

Er worden vergelijkingen getrokken met de situatie in de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog. De kostbare oorlog had de staat destijds opgezadeld met een enorme schuldenlast. Schulden die bestreden dienden te worden met een zeer lage rente (financiële repressie) en grootschalige staatssteun.

Het zou leiden tot een ongekende bloeiperiode voor de economie en de markten. In het Japan van de jaren ’80 vond een soortgelijk beleid plaats. Ook daar gingen monetaire verruiming en fiscale expansie hand-in-hand. 

Het nieuwe steunpakket ter grootte van 1.900 miljard dollar van de regering-Biden komt bovenop het bestaande van de regering-Trump van 900 miljard dollar. Samen komt dat neer op overheidssteun ter grootte van 13% van het BNP.

Gratis geld lijkt mooi, maar bestaat niet

Niet voor niets klinken er her en der bezorgde geluiden over het gevaar van inflatie. Gratis geld lijkt mooi, maar ook deze keer zou wel eens kunnen blijken dat het toch echt niet bestaat. De wereld is onder leiding van de Verenigde Staten begonnen aan een gewaagd experiment. De theorieën van Keynes worden overal van stal gehaald.

Beleggers; maak u op voor een andere wereld.