Datum: 14-12-2020

Aandelen lijken duurder dan ze zijn

Sinds de (voorlopige) uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen bekend werd en diverse farmacieconcerns aankondigden een vaccins tegen corona te hebben ontwikkeld waart er euforie over de markten. Steeds meer mensen weten de weg naar de beurs te vinden.

Alleen al in Nederland hebben dit jaar volgens de statistieken 250.000 nieuwe beleggers de weg naar de beurs gevonden.

Van alle kanten klinken er dan ook alarmerende geluiden over veel te dure aandelen. Aandelen zouden een historisch hoog prijsniveau hebben bereikt en rijp zijn voor een flinke correctie. Het eerste valt niet te ontkennen. De waardering van aandelen heeft een niveau bereikt dat we alleen in 1929 en 2000 eerder hebben gezien. Dat zijn jaartallen die overigens nooit zonder enige reden worden genoemd , want iedere ervaren belegger weet welk slagveld daarop volgde.

Hoge waardering op zich geen reden voor crash

Hoewel aandelen dus inderdaad niet erg goedkoop zijn, betekent dat toch niet dat er een forse koersval zit aan te komen. Een hoge waardering van aandelen is op zichzelf namelijk nooit een reden geweest voor een crash. Hoewel er een explosieve situatie is ontstaan, moet de lont in het kruitvat wel eerst worden aangestoken. Dat vuurtje ontbreekt vooralsnog.

Zo waren aandelen aan het begin van dit jaar ook erg aan de prijs. De vlam sloeg echter pas in de pan toen er wereldwijd onverwachts een virus uitbrak. In drie weken tijd verloren de markten meer dan 30% van hun waarde. De gemiddelde koerswinstverhouding zakte van extreem hoog naar minder dan gemiddeld. De lage koersen waren vervolgens op zichzelf ook geen reden om weer een stijging in gang te zetten. Er moest wederom een katalysator van buiten aan te pas komen om het beurvuur aan te steken. Die katalysator was de Amerikaanse Fed.

Eerder goedkoop dan duur

Vervolgens moeten we onszelf de vraag stellen of aandelen historisch duur zijn. Gemeten in koerswinstverhoudingen afgezet tegen het gemiddelde over pakweg de afgelopen 100 jaar is dat zeker het geval. Maar, de waarde van beleggingen moet altijd in relatie worden afgezet tegen de waarde van hun alternatieven.

Alternatieven voor een belegging in aandelen zijn bijvoorbeeld obligaties en een spaarrekening. Als we dat doen, zien we dat het verhaal opeens heel anders wordt. Het gemiddelde winstrendement, het omgekeerde van de koerswinstverhouding voor aandelen uit de S &P 500 momenteel is minder dan de helft van het historisch gemiddelde. Omdat de rente zo laag is zijn aandelen dus eerder goedkoop dan duur.

Robert Shiller

Een verhaal dat wordt onderschreven door Robert Shiller. Deze Nobelprijswinnaar en professor in de Economie aan de Universiteit van Yale voorzag zowel in 2000 als in 2008 dat de beurzen een forse klap te wachten stond. Hij is deze keer opmerkelijk minder somber.

Zijn CAPE (Cyclically Adjusted Price Earnings)-ratio staat weliswaar op een alarmerend hoog niveau, maar hij geeft toe dat CAPE geen rekening houdt met de lage rente. Daarom bedacht hij een nieuwe ratio, ECY (Excess CAPE Yield). ECY houdt wel rekening met de lage rente en dan blijkt dat aandelen niet zo duur zijn als wordt beweerd.

Wil dat zeggen dat beleggers met een gerust hart aandelen kunnen blijven kopen? Waarschijnlijk wel zolang de rente op het huidige (lage) niveau blijft. Maar zodra de rente gaat stijgen worden de alternatieven voor een belegging in aandelen interessanter en kan het geld weer ergens anders heen.

Beleggers tellen voorlopig hun zegeningen

De marktconsensus gaat uit van een langer laag blijvende rente en de president van de ECB, Christine Lagarde, gaf afgelopen week aan zich daar voor langere tijd aan te committeren.

Maar of dat scenario daadwerkelijk uitkomt hangt af van de ontwikkeling van de inflatie. Die is nu nog heel laag maar blijft dat zo? En hoe zullen centrale bankiers een eventuele oplopende inflatie bestrijden? Voor veel beleggers is dat echter van later zorg. Zij tellen voorlopig hun zegeningen.