Datum: 29-08-2022

Aandelen zijn superieur

Prijsstijgingen van een omvang die we al generaties lang niet meer gezien hebben. Centrale bankiers die de rente verhogen om het dreigende inflatiespook weer te verjagen. Huizenprijzen die voor het eerst sinds lange tijd ophouden met stijgen. Torenhoge prijzen voor gas en benzine. Het consumentenvertrouwen zakt volledig in. Een economische recessie dreigt. Beleggers lijken de laatste tijd genoeg zorgen aan hun hoofd te hebben.

Ondanks de renteverhogingen is de vergoeding op uw spaarrekening nog steeds niet om over naar huis te schrijven. En dat zal op korte termijn ook niet veel meer worden. De beurs en de huizenmarkt staan op kraken.

Waar moeten beleggers en spaarders naar toe?

Ondertussen beginnen de slecht bij kas zittende overheden hun grijpgrage handen uit te strekken naar de rijkelijk vergaarde particuliere vermogens. Een verhoging van de vermogensbelasting ligt op de loer. De grote vraag voor beleggers en spaarders luidt dan ook waar ze met hun geld heen moeten om nog enig rendement te realiseren of waar ze het op zijn minst enigszins in stand te kunnen houden.

Professor Jeremy Siegel van de Wharton School van de Universiteit van Pennsylvania brengt uitkomst. In zijn boek ‘Stocks for the Long Run’ publiceerde hij een mooi overzicht van rendementen op verschillende vermogenscategorieën op de hele lange termijn. Een overzicht dat jaarlijks wordt geactualiseerd.

De verwoestende werking van inflatie

De rendementen zijn gecorrigeerd voor de verwoestende werking die inflatie in de loop der tijd heeft gehad. Vergeet bijvoorbeeld niet dat de inflatie in de Verenigde Staten over de afgelopen 100 jaar gemiddeld 3,3% per jaar bedroeg. Dat wil zeggen dat 100 dollar toen nu nog maar een slordige 3 dollar waard is. Niet voor inflatie gecorrigeerde rendementen zeggen dan niet zo heel erg veel.

Het overzicht van Siegel gaat terug naar begin 1800. Dat is een erg lange termijn. Daar zit alle mogelijke ellende en tegenslag in de vorm van crises, pandemieën, geopolitieke spanningen en oorlogen wel in verwerkt. Zeg dus niet dat het een opgepoetst plaatje is.

Een belegging in goud was goed voor gemiddeld 0,64% per jaar. Overdreven rijk zullen lange termijnbeleggers er niet van geworden zijn. Spaargeld rendeerde 2,5% per jaar. Dat is nog verrassend veel, gezien de correctie voor inflatie. Obligaties? Goed voor een rendement van 3,6% gemiddeld per jaar.

Aandelen zijn de onbetwiste winnaar

Maar de meest renderende belegging zijn zonder meer aandelen. Een belegging in de aandelenmarkt was de afgelopen twee eeuwen goed voor een rendement van 6,9% gemiddeld per jaar. Nogmaals, gecorrigeerd voor inflatie. Dat aandelen bruto goed zijn voor een gemiddeld rendement van rond de 10% lijkt dus een redelijk juiste constatering.

Enkele kanttekeningen moeten echter wel gemaakt worden. Het betreft rendementen behaald door indices. Indices worden voortdurend gewijzigd, mindere beleggingen worden doorlopend door betere alternatieven vervangen. Het is de zogenaamde survivorship bias.

De mensheid is bovendien creatief en introduceert voortdurend vernieuwingen die tot een hogere productiviteit en winstgevendheid hebben geleid. Daarnaast is er uiteraard sprake van voortschrijdend inzicht, ook op financieel gebied. Bijvoorbeeld in de wijze waarop financiële crises bestreden dienen te worden. Zo waren business cycles voor de Tweede Wereldoorlog vaak heftiger en korter dan tegenwoordig. Veelvuldig ingrijpen van autoriteiten en centrale banken hebben crises aanmerkelijk verzacht.

Ook op kortere termijn superieur

Nu betreft het overzicht wel een erg lange termijn van meer dan twee eeuwen. Maar ook over een iets kortere termijn blijkt een belegging in aandelen superieur. En dan nemen we voor de verandering eens niet de gewoonlijk zo graag gebruikte mooie staatjes met de meest gunstige in- en uitstapmomenten. Neen, we gaan rendementen berekenen die gerealiseerd werden vanaf het meest ongunstige instapmoment dat je maar kon bedenken.

Een belegger die de pech had te beginnen in september 2000 op een AEX van 701 punten (de top van de internetbubbel) zou nu, bijna 22 jaar later, een rendement hebben gerealiseerd van gemiddeld 3,45% per jaar inclusief herbelegde dividenden. De inflatie in deze periode was gemiddeld 1,6% per jaar. Gecorrigeerd voor inflatie had een spaarder in deze periode nul rendement per jaar gerealiseerd.

Zelfs de zeer ongelukkige aandelenbelegger die op de historische top van 2000 instapte was dus gecorrigeerd voor inflatie nog steeds aanmerkelijk beter af dan een spaarder. Namelijk gemiddeld 1,85% per jaar. Bij een startkapitaal van 100.000 euro in 2000 is dat al gauw 50.000 euro meer.

Zelfs de meest ongelukkige belegger verslaat de spaarder

Zelfs wanneer je de pech hebt gehad op het meest ongunstig denkbare moment te beginnen met beleggen doe je het als belegger beter dan een spaarder.

Er is echter altijd maar één belegger die er in slaagt om precies op de top te kopen. Alle anderen zullen op een iets minder ongunstig moment zijn ingestapt. En dus een hoger rendement hebben gerealiseerd. Dus zelfs de meest ongelukkige belegger had deze eeuw - die toch alles aan crises en ellende in zich heeft gehad - een spaarder verslagen.