Columns
Washington speelt met de rente, ...
Washington grijpt naar trucs om de rente kunstmatig laag te houden.
Datum: 19-08-2024
Heel lang was de Consumer Price Index (CPI) van het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics hét belangrijkste macrocijfer van de maand. Dat was vanwege de ‘obsessie’ van centrale bankiers en beleggers met het in toom houden van de inflatie. Inmiddels is dat veranderd.
Ten eerste kijkt de Fed veel meer naar een alternatief: het kern-PCE-cijfer. PCE staat voor Personal Consumption Expenditures Price Index en deze index geeft een breder beeld van allerhande consumentenuitgaven. Bovendien reflecteert de PCE veranderend consumentengedrag.
In tegenstelling tot de CPI-index, waar gemeten wordt met vaste mandjes diensten of goederen, kijkt de PCE meer naar de werkelijke ontwikkelingen en neemt die ook op een andere wijze seizoensinvloeden mee. Het nieuwe PCE-cijfer komt 30 augustus naar buiten.
Ten tweede zijn bankiers en beleggers tegenwoordig meer gefocust op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt dan op die van de inflatie. Dat hebben we onlangs nog kunnen zien toen er een paar zaken samenvielen en beleggers daar heel nerveus op reageerden.
De belangrijkste waren de teruggedraaide carry trades vanwege de plotsklaps hard oplopende Japanse yen, de recessie-angst die z’n intrede deed toen het banencijfer tegenviel, de twijfel bij beleggers of al die miljarden die in AI worden geïnvesteerd wel terugverdiend zullen worden en de oplopende spanning tussen Israël en Iran.
De soep wordt echter zelden zo heet gegeten. Zo waren de tegenvallende banencijfers te wijten aan een orkaan die tijdelijk ervoor zorgde dat er op het moment van meten wat minder mensen nodig waren.
Het gezonde verstand keerde daarom al snel terug, aangezien alle andere macro-economische cijfers die onlangs zijn uitgekomen aangeven dat het nog prima gaat met de Amerikaanse economie en dat de consument z’n geld nog steeds lustig laat rollen. Eigenlijk zou je kunnen stellen dat de recente ‘paniekdag’ eens typisch een gevalletje was van iemand die iets roept wat de rest overneemt en opblaast.
Laten we alsjeblieft niet vergeten dat de beurs bijna élk jaar wel een keer 10-20 procent daalt. Laat je dus wat dat betreft geen paniek aanpraten. Dat is gewoon business-as-usual en wie daar niet tegen kan, blijft uit de keuken. Bovendien zien we heel vaak een snel herstel na een beurscorrectie. Beleggers realiseren zich dan weer dat de meeste mensen in de wereld rustig blijven ademhalen, eten en drinken, vakantie vieren, lol maken etc.
Terug dan naar CPI-cijfer over juli. Dat werd lauw ontvangen. Het bleek dat de Amerikaanse consumentenprijzen iets minder sterk zijn gestegen dan werd verwacht. Na een stijging van 3,0 procent op jaarbasis in juni werd er over juli eveneens 3,0 procent verwacht. Het werd 2,9 procent. Dat is het laagste niveau sinds maart 2021. De voor de volatiele voedsel- en energieprijzen gecorrigeerde kerninflatie kwam in juli uit op 3,2 procent op jaarbasis, net zoals werd verwacht. In juni stegen de prijzen nog met 3,3 procent.
Het zijn kleine verschillen, maar de neergaande trend werd bevestigd en dát is wat de Fed wil zien. Een teleurstellend detail van het rapport waren de kosten voor huisvesting. Het grootste deel van de stijging van de consumentenprijzen, namelijk 90 procent, komt op conto van deze component. Toch zit ook die in een neergaande trend. Waar de toename van de huisvestingskosten in maart vorig jaar nog piekte op 8,2 procent op jaarbasis was dit in de afgelopen maand juli nog 5,1 procent op jaarbasis.
Maar, zoals gezegd, het gaat om een trend. Cijfers an sich zeggen niet alles vanwege ruis in de meting. Banencijfers zijn zeker belangrijk, maar de Amerikaanse consument makes the world go round. Het shopgedrag van de Amerikanen bepaalt het sentiment en de economische groei van menige economie, niet alleen die van de grootste, de Verenigde Staten.