Datum: 22-12-2023

Deel II: Inflatie, centrale banken en Big Tech: een terugblik

De markt werd het afgelopen jaar overspoeld door nieuwe obligatie-emissies. Omdat centrale banken niet langer meer als koper opereren, maar de balans juist afbouwen, zakte daardoor het sentiment op de beurzen steeds verder weg. Het dieptepunt werd eind oktober bereikt.

De tienjaars rente in de Verenigde Staten bereikte zelfs een stand van 5 procent. De aandelenmarkten hebben sinds de zomer zo’n tien procent van hun waarde verloren. De inflatie was nog lang niet verdwenen en een recessie dreigde nog steeds.

De stemming onder beleggers was somber en daarom hielden zij een recordhoeveelheid cash aan. De vooruitzichten leken op zijn zachtst gezegd erg matig. Alleen beleggers met veel Big Tech in hun portefeuille stonden nog in de plus.

Sentiment

Eind oktober keerde het tij. Het bereiken van een grens van 5 procent in de tienjaars rente was voor verschillende gerenommeerde beleggers (Buffett, Gross, Ackman) een signaal om obligaties te kopen. Dat deden ze niet zonder er de nodige ruchtbaarheid aan te geven. De Amerikaanse overheid gaf bovendien aan de rest van het jaar wellicht toch iets minder te gaan lenen. De inflatie viel na enige tegenvallende maanden opeens ook weer mee. Het sentiment werd beter. 

In een tijdsbestek van een week of zes daalde de rente op tienjaars staatsleningen in de Verenigde Staten van 5 naar 4,1 procent. De aandelenkoersen liepen weer hard op. De AEX steeg met 10 procent, de S&P 500 met 12 procent en de Nasdaq 100 zelfs met 17 procent. Daarbij werden de aandelenmarkten geholpen door meevallende bedrijfsresultaten over het derde kwartaal.

Bedrijven rapporteren voor het eerst sinds een jaar weer stijgende winsten. Aan de winstrecessie leek een einde te zijn gekomen. Opvallend was ook dat de markt niet langer alleen maar door een paar grote technologiefondsen werd getrokken. De rest deed nu ook mee. Dat is een gezond teken.

Strijd tegen inflatie

2023 was een jaar dat werd gedomineerd door de strijd van de centrale banken tegen het inflatiespook. Die strijd lijken ze te gaan winnen, al is die nog niet volledig gestreden. Zo bleek uit de recente inflatiecijfers dat de kerninflatie in de Verenigde Staten hardnekkig blijft met 4 procent. Dat maakt dat de markten, niet voor de eerste keer dit jaar, opnieuw op een cruciaal punt zijn beland.

Enerzijds anticiperen beleggers op een nakende renteverlaging van de centrale banken. Op zeker moment waren er reeds zes van dergelijke stappen voor volgend jaar ingeprijsd. Getuige de koerswinsten hebben beleggers er al een voorschot genomen. Anderzijds blijven de centrale bankiers terughoudend. Dat spanningsveld hebben we dit jaar vaker gezien. Steeds leken de centrale banken toch het gelijk aan hun zijde te hebben en moesten de financiële markten op hun schreden terugkeren.

De afname van de inflatie is echter wel substantieel. Bij een gelijkblijvende Fed Funds Rate en een dalende inflatie loopt de reële rente steeds verder op. Door niets te doen, verkrapt de centrale bank dus in feite.

Dat lijkt ook weer niet de bedoeling. Zo gaf Chris Waller, een lid van de Fed, al aan dat men de rente ook zou kunnen verlagen om deze op een neutraal niveau te kunnen houden, ongeacht de stand van de economie. Daar valt wat voor te zeggen.

Mooi beursjaar in het verschiet

De centrale bankiers handhaven de rente voorlopig op het huidige niveau, maar zetten de deur naar renteverlagingen open. Wel blijven ze waakzaam. Ze hebben zich immers eerder vergist in de opkomst van de inflatie en zijn niet van plan zich nog een keer in de luren te laten leggen. Beter te krap dan te ruim, lijkt voorlopig nog even het devies. 

Beleggers klonken de woorden als muziek in de oren. Want hoe dan ook, de richting van de rente voor volgend jaar lijkt wel duidelijk: naar beneden. Ook aan het spaardersparadijs lijkt daardoor op een gegeven moment een einde te komen. Dat zijn gelden die voor een deel (weer) naar de beurs kunnen stromen. Beleggers kunnen wel eens een mooi beursjaar tegemoet gaan.

Lees hier deel 1.