Datum: 12-04-2021

Een vooruitziende blik

Binnenkort zullen alle grote beursgenoteerde ondernemingen hun resultaten over het zojuist afgelopen eerste kwartaal rapporteren. In de Verenigde Staten wordt door analisten (Factset) een winstgroei voor de 500 bedrijven uit de S&P 500-index verwacht van 23,8 procent.

In Europa wordt voor de 600 bedrijven uit de STOXX Europe 600 (17 landen, dekt 90 procent van de marktkapitalisatie, niet beperkt tot de Europese Unie) op een maar liefst 47,4 procent (Refinitiv) hogere winst gerekend. Beide cijfers zijn de groei ten opzichte van het eerste kwartaal van 2020.

Europa dieper gevallen, en veert sterker op

De waardering van de Amerikaanse aandelen is, zoals historisch gebruikelijk, hoger dan die van de Europese. De koerswinstverhouding van de S&P 500 gebaseerd op de getaxeerde winst van 2021 bedraagt 21,9, die van de STOXX Europe 600 komt uit op 18,1. Amerikaanse aandelen zijn historisch gezien altijd al duurder dan Europese, om meerdere redenen (meer technologie, meer groei, grotere en meer liquide markt). Dat is dus geen reden om een inhaalrace van Europa te verwachten.

Wel is de verwachte groei in Europa aanmerkelijk hoger (47 tegen 23 procent). Maar dat komt mede door het feit dat de grootste Amerikaanse bedrijven technologiebedrijven zijn (met een zware weging in de index) die niet zo veel geleden hebben onder de pandemie. Europese aandelen zijn meer afkomstig uit ‘oude economie’-sectoren als energie, industrie, banken en verzekeraars. Die zijn dieper gevallen en veren nu ook sterker weer op.

Koersen gaan hard, maar de winsten nog harder

Beide genoemde indices staan dit jaar weliswaar mooi in de plus, zij het niet zo veel als de verwachte winstgroei. Zodoende kan er geconstateerd worden dat de koersen weliswaar mooi oplopen, met hoogste punten ooit in zowel de Verenigde Staten als bijvoorbeeld Nederland, maar dat de winsten dat veel harder doen. Daardoor zijn aandelen het afgelopen kwartaal goedkoper geworden, de koerswinstverhoudingen zijn gedaald. In de Verenigde Staten is het dividendrendement overigens wel lager; 1,41 procent ten opzichte van 2,33 procent in Europa.

In de Verengde Staten is het ieder kwartaal interessant of de grote technologiefondsen, te weten Apple, Microsoft, Alphabet, Facebook en Amazon, de steeds weer torenhoge verwachtingen kunnen waarmaken. Echte teleurstellingen zijn we van deze grote vijf niet gewend en het zou verbazen wanneer het deze keer wel zo was. Maar voor deze fondsen is voldoen aan de verwachtingen niet voldoende, beleggers willen dat deze verwachtingen worden overtroffen. In principe is er geen reden om aan te nemen dat er forse tegenvallers zullen zijn.

Cijfers om naar uit te kijken

De resultaten van deze fondsen zijn voor de hele markt van groot belang gezien hun zware weging in de index. Bovendien zouden goede cijfers kunnen betekenen dat ze hun leidende rol weer kunnen innemen. Teleurstellingen zouden de draai van groei naar waarde, die sinds september aan de gang is, verder bevestigen. Teleurstellende cijfers zouden een verdere uitstroom uit de technologie richting andere sectoren bevorderen. Deze cijfers zijn dus zeker iets om naar uit te kijken.

Ook de cijfers van Europese banken zijn om een aantal redenen interessant. De Europese bankenindex is dit jaar een fikse outperformer. Gezien de waardering (0,66 van de boekwaarde) zou er nog meer in het vat kunnen zitten. Maar Europese banken hebben zo hun problemen. Ze hebben te maken met de gevolgen van de economische terugval als gevolg van de pandemie, slechte leningen, laag rendement op eigen vermogen en steeds stringentere regelgeving om maar eens iets te noemen. Bevestigen de banken hun koerswinsten met goede cijfers of zijn de resultaten een reden voor beleggers om de aandelen weer van de hand te doen? Vooral de voorzieningen voor slechte leningen zijn een interessante ratio in deze tijden.

'Oude economie'-aandelen

Maar ook andere typisch 'oude economie'-sectoren als verzekeraars, industrie, energie en automobiel staan sterk in de belangstelling. Sommige aandelen (Volkswagen, ABB, Randstad, Aegon, Arcelor Mittal) zijn sterk opgelopen. Kunnen de bedrijven dat bevestigen met hun resultaten of zijn beleggers te ver op de muziek vooruitgelopen?

Ook interessant is hoe diverse bedrijven uit de consumentengoederensector het doen. Adidas, Beiersdorf, Heineken, Unilever, Nestle, etc. Ze hebben allemaal op de een of andere manier te lijden gehad onder de pandemie. Is er al sprake van (nakend) herstel in de consumentenbestedingen?

Kunnen bedrijven aan de verwachtingen voldoen?

Maar in hoofdzaak geldt; kunnen de bedrijfsresultaten en de vooruitzichten waaraan het management zich hopelijk zal durven wagen, al enigszins bevestigen dat er een economisch herstel aan zit te komen? Er wordt een stevige groei van 3-4procent in Europa en 6-7 procent in de Verenigde Staten verwacht.

Is dat gerechtvaardigd? Het cijferseizoen kan voor een terugval op de beurs zorgen als de cijfers of de vooruitzichten niet helemaal aan de verwachtingen voldoen. Bij meevallers kunnen er verdere koersstijgingen volgen.