Datum: 14-06-2021

Geen vuiltje aan de lucht

Vorige week donderdag maakte in de Verenigde Staten het Bureau of Labor Statistics het belangrijkste macrocijfer van het moment bekend; dat van de inflatie. Ten opzichte van vorig jaar bleek de consumentenprijsindex (CPI) in de maand mei met maar liefst 5,0 procent te zijn opgelopen, meer dan de verwachte 4,7 procent. Ten opzichte van april bleek de CPI ook harder toegenomen, met 0,6 waar 0,5 procent was verwacht. Ook de kerninflatie (exclusief voeding en energie) bleek meer te zijn gestegen dan vooraf was aangenomen. Ten opzichte van vorig jaar bedroeg de stijging 3,8 in plaats van getaxeerde 3,5 procent.

Er werd al een flinke toename van de inflatie gevreesd, maar de realiteit kwam nog rauwer op het dak vallen. De markten gaven echter geen krimp, terwijl vorige maand de beurzen nog een behoorlijke veer lieten na het toen ook al tegenvallende inflatiecijfer.

Tekorten grootste bedreiging van de rally

Nu de wereld de economische malaise die ontstond als gevolg van de coronapandemie langzaam achter zich begint te laten, bestaat immers de vrees dat het herstel te snel komt. Overal zijn tekorten ontstaan door de onverwacht snel aantrekkende vraag, niet alleen in grondstoffen, maar ook in halfgeleiders en personeel. Dat wordt door veel analisten gezien als de voornaamste bedreiging van deze rally. Tekorten leidden immers tot prijsstijgingen. Daar zullen de centrale bankiers op een gegeven moment op moeten reageren met een verkrapping van hun zeer ruime monetaire beleid. En dat beleid was nu net de grote motor achter de rally vanaf eind maart vorig jaar.

De rente op Amerikaanse tienjaars staatsleningen piekte ruim twee maanden geleden op 1,74 procent. Dat was inderdaad een behoorlijke toename ten opzichte van de 0,50 procent van augustus vorig jaar. Maar vanaf dat moment begon de opmars van de rente te haperen.

Geruststellende woorden Fed

Geruststellende woorden van de Federal Reserve dat zij deze oplopende inflatie slechts als tijdelijk ziet, deden hun werk. De markten geloofden de centrale bankiers en de rente begon langzaam te dalen naar 1,44 procent deze week. De vrees van beleggers dat de dreigende inflatie vroegtijdig een einde zou kunnen maken aan het ruime monetaire beleid lijkt van de radar te verdwijnen. Jerome Powell gaf aan zelfs niet eens te denken aan het begin van het terugdraaien van het ruime opkoopbeleid. Eerst moet de arbeidsmarkt herstellen naar het niveau van voor de uitbraak van het virus.

Onder de oppervlakte gebeurde er echter toch wel het een en ander. De Fed koopt iedere maand voor een bedrag van 120 miljard dollar aan staats- en hypotheekobligaties. Deze obligaties worden gekocht van de banken en daarmee worden enorme hoeveelheden geld in de economie gepompt.

Omgekeerde weg

De afgelopen weken bleek de behoefte aan deze liquiditeiten echter behoorlijk te zijn afgenomen. De laatste twee weken heeft de centrale bank voor een bedrag van 483 miljard dollar obligaties terug verkocht aan de banken. Daarmee is vier maanden obligaties opkopen in twee weken teniet gedaan. In twee weken! Waarom doet de Fed dit? Nou, de centrale bank is er alles aan gelegen de Federal Funds Rate, de basis voor de geldmarktrente in de Verenigde Staten, niet onder nul te laten zakken. Het fenomeen van de negatieve rente in Europa is een gruwel voor de Amerikanen. Door de omgekeerde weg te bewandelen probeert de Fed de rente boven nul te houden.

Mr. Market doet zijn werk

Beleggers vrezen voor het naderende einde van het ruime opkoopbeleid van de Fed. De centrale bank stelt de beleggers echter gerust dat het nog niet zo ver is. Ondertussen gaat Mr. Market, zoals zo vaak, zijn eigen weg. Wacht de Fed te lang met verkrappen? Dan doet Mr. Market het wel voor de Fed. En de rente? Amerikaanse staatsleningen vinden nog steeds gretig aftrek, getuige het succes van de meest recente emissie. De rente loopt niet langer met de gestegen inflatieverwachtingen mee. Zo bezien is er geen vuiltje aan de lucht voor beleggers in aandelen.