Datum: 07-07-2025

 

Gelukkig verkocht u niet in mei

Wie zich liet leiden door het beursgezegde Sell in May and go away, heeft dit jaar de boot gemist. De markten veerden juist sterk op.

Sell in May and remember to be back in September is een van de bekendste beurswijsheden. De gedachte erachter: in de zomer gebeurt er toch niks op de beurs, beleggers zijn op vakantie, en koersen zakken wat weg.

Maar deze vuistregel geldt nauwelijks meer in de moderne financiële wereld. De handel is geglobaliseerd, algoritmes slapen niet en seizoenen lopen wereldwijd niet synchroon. Computers kennen geen zomervakantie.

Beleggers veerden onverwacht snel op

Dit jaar was het in elk geval beter om het advies te negeren. Begin april zorgde president Trump met zijn Liberation Day voor flinke koersdalingen. Maar het herstel dat volgde, was verbluffend. In slechts enkele maanden draaide het sentiment van somber naar redelijk optimistisch.

De Nasdaq en S&P 500 bereikten zelfs nieuwe recordstanden, in dollars gemeten. Een teken van hernieuwd vertrouwen onder beleggers.

Zijn we te optimistisch geworden?

Toch is niet iedereen gerust op de situatie. Sommige experts waarschuwen dat beleggers overmoedig zijn geworden en te weinig oog hebben voor risico’s. Die zijn er genoeg: geopolitieke spanningen, onzeker beleid, en signalen van een vertragende economie.

Begin april waren die zorgen nog volop aanwezig. De vrees voor een tsunami aan importheffingen leidde tot paniekverkopen. Inflatievrees en krimpende winstmarges leken onafwendbaar.

En toen draaide het sentiment

Maar zie: het Witte Huis kondigde een pauze van 90 dagen aan voor het invoeren van heffingen. En de inflatie? Die viel tot nu toe alleszins mee. Ook de kwartaalcijfers waren beter dan verwacht. Neerwaartse bijstellingen bleven beperkt. Ondanks een lichte stijging van de werkloosheid lijkt de economie nog steeds te groeien. De veerkracht van de beurs was opvallend, de vraag is of dat zo blijft. 

Donkere wolken boven het tweede halfjaar

De tarievenpauze loopt nu af. Nieuwe onzekerheid lonkt. Volgens economen is de impact van eerder ingevoerde heffingen nog niet volledig zichtbaar in de inflatiecijfers. Bedrijven werken met oude voorraden, en verhoogden hun prijzen nog niet.

Bovendien zorgde de lage olieprijs – tot de escalatie met Iran – tijdelijk voor inflatiedemping. En dan is er nog de voortdurende druk van Trump op de Federal Reserve om de rente te verlagen, wat het vertrouwen in de centrale bank ondermijnt.

Amerikaanse aandelen peperduur

De waardering van Amerikaanse aandelen is ondertussen stevig: ruim 23 keer de verwachte winst. Sinds de eeuwwisseling waren aandelen zelden zo duur. Terwijl de VS kampen met een fors begrotingstekort en een torenhoge staatsschuld. De rentelast dreigt onhoudbaar te worden.

De dollar verliest aan kracht, vooral ten opzichte van de euro. Er lijkt een kapitaalvlucht richting Europa gaande, een logische correctie, want Europese aandelen zijn aanzienlijk goedkoper.

Dollar daalt, maar blijft de dominant

De dalende dollar moet wel in perspectief worden geplaatst. De euro noteert nu 1,17 dollar. In 2018 stond dat nog op 1,25, en in 2008 zelfs op 1,60. De wereld blijft voorlopig afhankelijk van de dollar, er is nog geen volwaardig alternatief.

Voor beleggers is het vooral zaak om niet meegezogen te worden in euforie of paniek. Want wie rustig blijft zitten, lijkt op de lange termijn steeds weer het beste af.