Datum: 15-02-2021

Groene revolutie met steun van het zwarte goud

Deze week presenteerde Royal Dutch Shell de langverwachte strategie-update. Net als de concurrenten heeft het bedrijf een jaar achter de rug van een fors een ingezakte vraag, afboekingen, ontslagen, desinvesteringen en een dividendverlaging.

Nu heeft Shell in haar lange historie vaker zware tijden doorstaan, maar 2020 was in historisch opzicht wel een bijzonder slecht jaar.

Machtige energiesector kopje kleiner

De pandemie heeft de eens zo machtige energiesector een behoorlijk kopje kleiner gemaakt. De grote oil majors verloren vorig jaar samen zo’n 37% aan waarde. Het aandeel van de sector in de S&P 500-index is gezakt naar nog maar 2%. Dat is niet alleen het laagste niveau in decennia, het is ook vier keer onder het gemiddelde van 8%.

De vraag lijkt gerechtvaardigd of de sector de huidige malaise te boven zal weten te komen. Niet alleen heeft de pandemie de dagelijkse behoefte aan olie fors doen afnemen, maar ook de wereldwijde energietransitie zet de sector onder druk.

Grote beleggers twijfelen

Grote professionele beleggers ventileren wereldwijd hun twijfels over beleggingen in fossiele brandstoffen. Na de presidentswissel in de Verenigde Staten lijkt ook dat land te gaan deelnemen aan de groene revolutie. Een wereld waarin in de energiebehoefte voorzien wordt door windmolens, zonnepanelen en waterkracht komt steeds dichterbij.

Hoewel de koers van het aandeel Shell dit jaar op winst staat, is het aandeel nog ver verwijderd van het niveau van voor de virusuitbraak. Toch lijkt er sprake van enige beweging op de oliemarkt.

Olieprijs omhoog

Sinds begin november 2020, toen we zicht kregen op een vaccin tegen Covid-19, is er een versnelling in de stijging van de olieprijs gekomen. Nu we wereldwijd aan het vaccineren zijn geslagen is het de verwachting dat we met z’n allen op redelijk korte termijn meer zullen gaan autorijden en vooral vliegen.

Daardoor worden fossiele brandstoffen duurder, ook al is de vraag er nu nog niet. Vorige week maandag brak de prijs van Brentolie door de 60 dollar per vat en daarmee is de olie weer net zo duur als eind januari 2020, pre-corona dus.

Ook aanbod beperkt

De olieprijs stijgt niet alleen vanwege een verwachte hogere vraag naar olie op redelijk korte termijn. Ook het aanbod blijft beperkt. De olieproducerende landen, verenigd in OPEC+, schroefden 'vrijwillig' de productie naar beneden. Vooral grote producent Saoedi-Arabië deed flinke concessies door in februari en maart nog eens 1 miljoen vaten minder te zullen produceren, bovenop de afspraken binnen OPEC+.

Er is echter meer. Wanneer de nieuwe Amerikaanse president zijn energieplannen uitvoert en de olieproductie in de Verenigde Staten daardoor duurder wordt, kan de productie ervan afnemen. Er zijn nu nog voldoende voorraden, maar die zullen dan snel afnemen. Daar komt bij dat de olie- en gasmultinationals de investeringen in nieuwe bronnen, soms gedwongen, laag houden.

Grote olietekorten

Er kan een scenario ontstaan dat bij een economische opleving het aanbod van olie sterk achterblijft bij de vraag. Het Noorse energieadviesbureau Rystad Energy waarschuwt zelfs voor grote olietekorten, ondanks de coronapandemie en de ingezette energietransitie.

Het bureau denkt dat er grote investeringen nodig zullen zijn om de komende dertig jaar aan de vraag naar olie te kunnen voldoen. Zij verwachten dat het equivalent van 139 miljard vaten aan de huidige oliereserves moet worden toegevoegd. Volgens het bureau een onmogelijke opgave als het huidige lage investeringsniveau aanhoudt.

Veel meer energie nodig dan er is

Zo zou er dus de bizarre situatie kunnen ontstaan dat een zich herstellende wereldwijde economie veel meer energie nodig heeft dan er aanwezig is. Het tempo van de oplopende vraag zou de groene revolutie wel eens naar adem kunnen doen happen.

Daar komt nog bij dat de geplande grootschalige investeringen in schone energie wel eens kunnen gaan verzanden in een moeras van gebrekkige financiering. Door de pandemie hebben overheden zich zo zwaar in de schulden moeten steken dat het nog maar de vraag is hoeveel er straks nog overblijft voor de groene revolutie. Misschien moeten er zelfs weer kolencentrales operationeel worden om in de energiebehoefte te kunnen voorzien.

Exxon en Chevron als winaars uit de bus?

Een ander bizar gevolg van deze ontwikkeling zou kunnen zijn dat juist Exxon en Chevron, de grote oliemaatschappijen die tot op heden een lange neus hebben getrokken naar de energietransitie en vol zijn blijven inzetten op het oppompen van fossiele brandstoffen, wel eens als winnaars uit de bus komen; net als de staatsoliemaatschappijen die weinig last hebben van de maatschappelijke druk om minder in fossiel te investeren.

Juist bedrijven als Shell, BP en Total, die onder grote maatschappelijke druk wel gedwongen werden de draai naar meer schone energie te maken, zouden dan achterop kunnen raken.

Nog één keer schrap

Dit verhaal is zeker geen pleidooi tegen de energietransitie. Een gang naar schonere energie lijkt bittere noodzaak. Maar misschien zet de oliesector zich nog één keer schrap voor een laatste rally voor men definitief in de vergetelheid verdwijnt.