Datum: 24-05-2021

Het gelijk van de centrale banken?

Na een jaar waarin de wereld grotendeels op slot zat om de verspreiding van het virus in te kunnen dammen zal de economie naar verwachting weer sterk gaan groeien. In de Verenigde Staten groeide de economie in het eerste kwartaal al met 6,4% terwijl deze in Europa nog licht kromp. Maar ook in Europa wordt voor de rest van het jaar een stevige groei verwacht.

Mismatch tussen vraag en aanbod

Het vrij snelle herstel van de economie leidt ondertussen wel tot een behoorlijke mismatch tussen vraag en aanbod. Waar bedrijven in de pandemie flink dienden te saneren om hun hoofd boven water te kunnen houden zullen ze naar verwachting niet aan de plotse sterke vraag kunnen voldoen. Productiefaciliteiten zijn stilgelegd of gesloten en kunnen niet à la minute weer worden opgestart. Werknemers zijn ontslagen en keren niet allemaal weer naar hun oude werkgever terug, al was het maar omdat ze inmiddels een andere baan hebben gevonden. De plots aantrekkende vraag leidt zodoende tot nogal wat tekorten aan de aanbodzijde. Iets wat vooral zichtbaar is bij de voor de productie benodigde grondstoffen en onderdelen.

Tekort aan bijna alles: hogere prijzen

Zo zijn er wereldwijd tekorten ontstaan aan industriële metalen, hout, soft commodities en halfgeleiders. Met als gevolg forse prijsstijgingen die door bedrijven uiteindelijk wel doorberekend zullen worden aan de eindfabrikant en de consument. Met de ontstane tekorten aan personeel in sommige sectoren moet dat naar verwachting wel tot een oplopende inflatie leiden. Beleggers zijn allergisch voor stijgende inflatie want uiteindelijk kan deze alleen via een renteverhoging door de centrale banken bestreden worden. Een serie renteverhogingen, want bij een enkele verhoging zal het dan niet blijven. Het zal dan een einde kunnen maken aan het al jaren durende gunstige beleggingsklimaat van lage inflatie en lage rente.

Einde gunstig beleggingsklimaat?

Natuurlijk, ook de centrale banken kunnen er naast zitten met hun visie dat het slechts een inflatiehobbel is. Het is immers niet ondenkbaar dat er op een zeker moment wel een loonprijsspiraal op gang komt en de lonen structureel zullen stijgen. De centrale banken moeten dan wel reageren met een renteverhoging om zo de prijsstijgingen niet uit de hand te laten lopen. Dan kan er een situatie ontstaan waarin het gedeelte van de winst dat beschikbaar is voor aandeelhouders zal afnemen ten faveure van het gedeelte dat beschikbaar is voor lonen. De winsten van bedrijven zullen dan navenant dalen. Een stijgende rente zorgt bovendien voor hogere financieringskosten en zal een einde maken aan het gunstige beleggingsklimaat.

Prijsstijgingen zijn zelden tijdelijk

Bovendien zijn prijsstijgingen zelden ‘transitory’, zoals de Fed ons wil doen geloven. Eenmaal verhoogd gaan prijzen zelden weer naar beneden. Wat de Fed met tijdelijk bedoeld duidt niet op het absolute, maar op het relatieve prijsniveau. De beleidsmakers bedoelen er mee dat op zeker moment de groei van de prijsstijgingen zal afnemen. Op het moment dat de inflatieverwachtingen stijgen loopt de rente normaal gesproken mee omhoog. Nu is de rente in vooral de Verenigde Staten weliswaar hoger geworden, maar afgezet tegen de forse inflatieverwachting is die stijging heel bescheiden.

Obligatiemarkten hebben hun twijfels

De obligatiemarkt heeft, samen met de grondstoffen-termijnmarkten, blijkbaar nog zijn twijfels over de kracht van het naderende herstel of in ieder geval twijfels over de inflatiedreiging. Het is lang geleden dat de grondstoffenmarkten te maken hadden met zo’n sterke mate van backwardation. Backwardation is een omgekeerde markt (net als een inverse rentecurve) en duidt op de verwachting dat de prijzen voor grondstoffen in de toekomst lager zijn dan nu het geval is. Dat betekent dat grondstoffenhandelaren geen stijgende prijzen verwachten, maar juiste dalende. Zowel de obligatie- als de grondstoffenmarkt worden doorgaans gezien als professioneler dan de aandelenmarkt (waar immers ook veel particulieren participeren).

Het hoeft zo'n vaart niet te lopen

Inflatie? Hogere rente? Dalende beurzen? Het hoeft allemaal zo’n vaart niet te lopen. Juist de tekorten die nu voor een inflatiestijging zorgen kunnen ook de groei afremmen. Zeker het tekort aan halfgeleiders kan daar aan bijdragen. Wellicht dat de economie minder spectaculair zal herstellen dan steeds wordt aangenomen. De meest recente macrocijfers duiden daar ook op. Er kwamen veel minder nieuwe banen bij dan verwacht, de detailhandelsverkopen vielen tegen en het consumentvertrouwen was minder dan waarvan werd uitgegaan. Zo bezien lijken centrale bankiers het gelijk aan hun zijde te hebben en hoeven beleggers nog niet zo bang te zijn voor inflatie.