Datum: 17-05-2021

Irrational exuberance?

Angst is een slechte raadgever, maar het doet regelmatig opgeld op de financiële markten. Vorige week was het weer zover; angstige beleggers met zorgen over een mogelijk oplopende inflatie haalden hun geld van tafel. In hun ogen was dat niet onterecht. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet, bleek op jaarbasis met 4,2 procent te zijn gestegen terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Zo’n prijsstijging hebben we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer gezien.

Iedereen naar de beurs

Is de inflatievrees terecht? Beleggers zijn al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzakken. In Europa is er zelfs al een paar jaar sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen. De groeiende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Geen verrassing

De snelle toename van de prijzen kan nauwelijks als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar opeens weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. De brandstofprijzen daalden destijds naar het laagste niveau in ruim 4 jaar. De olieprijs in de Verenigde Staten daalde zelfs even tot onder nul en dus kreeg men geld toe indien men olie kocht.

Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het niet zo vreemd dat een jaar later, in een zich snel herstellende economie, de prijzen hard oplopen. Alleen al de hogere benzineprijs heeft aan het fors hogere cijfer bijgedragen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de volledigheid is het handig te vermelden dat het algemene prijspeil nog steeds lager is dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het tempo van de groei en niet het absolute prijspeil is wat beleggers momenteel zorgen baart.

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen.

Explosie tweedehandsautomarkt

Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren tijdens het hoogtepunt van de pandemie het hardst gedaald. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu moeten ze hun voorraad als de wiedeweerga aanvullen. Omdat nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Slechts van tijdelijke aard?

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op een zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer zal omkeren zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden: waar de prijzen van allerlei diensten op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de langetermijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. De kerninflatie - de inflatie exclusief de voedsel- en energieprijzen - bedraagt dan ook 3 procent. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar deze indicator bijvoorbeeld in 1996 ook stond.

Beleggers kunnen hun lol nog wel even op

Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan in dat jaar waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen. Zo bezien kunnen beleggers voorlopig hun lol dan ook nog wel op.