Datum: 11-10-2021

Onstuimige herfst?

September was voor beleggers geen goede maand. September deed zodoende zijn naam weer eer aan als traditioneel de slechtste maand voor de beurs. Moeten beleggers zich zorgen gaan maken nu we in de beruchte maand oktober zijn aangeland?

Dat valt te bezien. Oktober heeft zijn slechte naam onder beleggers vooral te danken aan een paar enorme uitschieters die het gemiddelde behoorlijk hebben gedrukt. Zo waren de oktobermaanden in 1929, 1987 en 2008 rampzalig voor beleggers. Het gemiddelde over de afgelopen 100 jaar van deze beursmaand valt echter alleszins mee. Met een gemiddeld rendement van 0,21 procent laat oktober de maanden mei en september nog achter zich. 

Aandelen relatief goedkoper geworden; toch hoogtevrees

Hoe dan ook, beleggers zijn begonnen aan de laatste drie maanden van het jaar in de wetenschap dat deze periode gewoonlijk de beste is van het jaar. Dat neemt niet weg dat er sinds begin september sprake is van een toenemende onrust.

De ongekende rally sinds begin november vorig jaar heeft de koersen tot soms duizelingwekkende hoogten doen stijgen. De koersstijgingen zijn ondersteund door nog harder oplopende winsten. Zo verdubbelde de winstgevendheid van de 500 bedrijven uit de S&P 500 in het tweede kwartaal ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. In Europa liepen de winsten nog harder op. Per saldo zijn aandelen relatief dus goedkoper geworden. Toch beginnen veel beleggers enige hoogtevrees te krijgen. 

Eerder ingrijpen

De meeste zorgen baren de sterk oplopende energieprijzen en in het kielzog daarvan de sterker dan verwacht oplopende inflatie. Dat heeft al geleid tot hogere rentes, maar vooral ook tot de verwachting dat centrale banken op korte termijn en eerder dan verwacht, zullen moeten ingrijpen. Dat zou het begin van het einde van het ruime monetaire beleid kunnen betekenen. De markten hebben dat in de gaten. De grote indices zijn sinds de piek van september inmiddels zo’n 6 tot 7 procent kwijtgeraakt.

Afnemende groei en oplopende prijzen

De grootste bedreiging voor de markten vormt de combinatie van een afnemende economische groei en oplopende prijzen. Een oplopende inflatie zal hen op zeker moment dwingen in te grijpen middels een minder ruim monetair beleid. Maar kunnen ze dat wel als tegelijk de groei afneemt? De afnemende groei en de oplopende inflatie zijn beiden afzonderlijk geen uitzonderlijk fenomeen. Als duo kunnen we ze missen als kiespijn.

De inflatie blijkt hardnekkiger dan aanvankelijk ingeschat. De prijsstijgingen worden dit keer vooral veroorzaakt door problemen aan de aanbodzijde. Bottlenecks in de productieketens, hoge vervoerskosten en tekorten aan alles. Volgens de centrale banken is het allemaal van tijdelijke aard. Dat is waarschijnlijk ook zo. Maar de centrale bankiers moeten inmiddels wel toegeven dat er zich steeds weer onverwachte problemen aan de aanbodzijde voordoen waar men eerder geen rekening mee had gehouden.

Winstgevendheid onder druk

Zo blijken de laatste tijd de prijzen voor energie, olie, gas en steenkool, enorm te stijgen. Bedrijven zien daardoor hun winstgevendheid onder druk komen. Consumenten moeten een steeds groter deel van hun budget aan energie besteden en houden minder over voor andere zaken. Maar vooral, wat kunnen we verwachten wanneer de komende winter onverwacht koud wordt? De gasbuffers in Nederland zijn momenteel historisch laag. Zo’n 58 procent tegenover normaal zo’n 90 tot 100 procent. Er zit dus niet veel vlees op de botten mocht de temperatuur tegenzitten. In Zuid-Europa wordt door overheden ingegrepen met subsidies en belastingverlagingen om de pijn te verzachten.

Stagflatie

Wat gaat men in de rest van Europa doen? Kiest men voor een subsidie op gas, terwijl het nog niet zo lang geleden juist de doelstelling was om van het gas af te gaan? Gaan sommige landen weer over op steenkool? Dat zou een ramp zijn voor het milieu en Frans Timmermans. Maar boven alles zorgt een fors opgelopen prijs voor energie voor meer inflatie. En inflatie, of beter gezegd stagflatie is het nieuwe buzzword op de markten. De rente stijgt en dat maakt hoe dan ook een belegging in bijvoorbeeld aandelen, maar ook vastgoed minder aantrekkelijk. 

Moeten beleggers bang zijn voor een zware correctie op de beurs? Die angst is waarschijnlijk niet nodig. Wel moeten beleggers hun portefeuille nog eens aan een nadere blik onderwerpen en daarbij niet alle aandelen over een kam scheren.

Kies voor bedrijven met pricing power

Want bij een langer aanhoudende inflatie kun je maar het best in aandelen zitten van bedrijven met een gezonde balans en een sterke marktpositie. Bedrijven die pricing power hebben, marktleiders dus. En wellicht kun je bepaalde sectoren beter mijden (nutsbedrijven). Bij inflatie zit je uiteindelijk beter in aandelen dan in cash. Nu al zien we opvallende bewegingen op de beurs. De indices zakken, maar dat komt mede door de te eenzijdige samenstelling (veel technologie). Onder de oppervlakte beweegt er echter van alles. Eén sector springt er in ieder geval duidelijk boven uit, energie. Andere sectoren (technologie) waren wellicht iets overdreven geprijsd. Dat wordt nu gecorrigeerd. En omdat de zwaarst wegende sectoren het hardst daalden, zakten de indices mee.

Er valt ook te winnen

Maar zoals zo vaak op keerpunten in de markt valt er niet alleen te verliezen maar ook te winnen. De maand oktober kan wel eens onstuimig worden, maar dat hoeft het mooie beleggingsjaar 2021 niet volledig te bederven.