Datum: 28-06-2021

Oplopende inflatie niet zo vreemd

Het tempo van het herstel uit de pandemie heeft velen verrast. Hoewel de werkloosheid in de Verenigde Staten op het dieptepunt van de pandemie behoorlijk was opgelopen, bleken veel mensen toch weer vrij snel een baan te kunnen vinden toen de economie weer (deels) open ging. De enorme steunpakketten van de overheid hadden hun werk duidelijk gedaan. Niet alleen bleek de schade op de arbeidsmarkt mee te vallen, ook bleef de consument besteden. Omdat de vraag, zeker toen de economie weer enigszins open ging, sterk opliep en het aanbod van de bedrijven daarbij achterbleef ontstonden er overal grote tekorten. Tekorten aan grondstoffen, halfgeleiders en uiteindelijk ook aan personeel.

De tekorten droegen vervolgens bij aan forse prijsstijgingen. Zo steeg de prijs voor noodzakelijke grondstoffen als hout en koper enorm. Ook de prijs voor het vrachtvervoer van de vele producten, vooral vanuit China naar de westerse wereld, liep hard op. Dat de consumenten prijs index (CPI) vervolgens naar lang niet geziene niveaus steeg is dan niet bijzonder. Over de maand mei werd er in de Verenigde Staten zelfs een CPI van 5 procent gerapporteerd.

Minder bijzonder dan het lijkt

Dat de inflatie opeens zo hard oploopt is minder bijzonder dan het op het eerste gezicht lijkt. Op het dieptepunt van de pandemie een jaar geleden waren de prijzen immers diep gezonken. Met zo’n vergelijkingsbasis zijn een beetje aantrekkende prijzen al snel veel hoger. Bovendien is deze prijsstijging geen bijzonder fenomeen. Hetzelfde gebeurde na vorige crises, bijvoorbeeld 2003 en 2009, toen de economie ook herstelde. Het als gevolg van de crisis gekrompen aanbod kan de plots sterk aantrekkende vraag niet bijhouden. De centrale banken lieten dan ook niet na te verklaren dat deze prijsstijging van tijdelijke aard zou zijn.

Obligatiemarkt bevestigt verhaal

De obligatiemarkt lijkt dat verhaal te bevestigen. Die markt geldt doorgaans als veel professioneler, vanwege de aanwezigheid van overwegend institutionele beleggers, dan de aandelenmarkt en lijkt het verhaal van de Federal Reserve vooralsnog te geloven. Na de uitbraak van de eerste inflation scare (eind maart) daalde rente weer. Ook de doorgaans door professionals aangestuurde goederentermijnmarkten waren niet onder de indruk van de aanvankelijke inflatievrees. Zo waren de spotprijzen van de meeste grondstoffen weliswaar fors opgelopen, maar waren dezelfde grondstoffen op termijn voor aanzienlijk lagere prijzen verkrijgbaar.

Inmiddels is de Amerikaanse rente weer gezakt, van de aanvankelijke piek van 1,75 procent naar nu 1,49 procent. In tussentijd stond de rente zelfs even op 1,34 procent. Opmerkelijker zijn echter de forse prijsdalingen in economisch gevoelige grondstoffen als hout en koper. Feitelijk zakten de prijzen van alle grondstoffen met uitzondering van olie.

'Er is geen betere remedie tegen stijgende prijzen dan stijgende prijzen'

De tekorten aan grondstoffen en ook personeel zullen na verloop van tijd vanzelf verdwijnen. Onder doorgewinterde handelaren op de goederentermijnmarkt geldt het adagium: ‘er is geen betere remedie tegen stijgende prijzen dan stijgende prijzen’.

Wanneer de prijs van een grondstof, product of van een werknemer maar hard genoeg stijgt, gaat de afnemer vanzelf op zoek naar een alternatief. Of hij houdt gewoon op met kopen. Dat zien we al gebeuren in de bouw in de Verenigde Staten. Door de sterk opgelopen prijzen wordt het bouwen van een huis gewoon te duur. En de huizenprijzen zijn al niet aan de lage kant. De kopers van huizen staken en ziedaar, zowel het aantal afgegeven bouwvergunningen als het aantal huizen in aanbouw zakt.

Niet tegen iedere prijs

Hetzelfde geldt op de arbeidsmarkt. Ondanks de nog steeds forse werkloosheid kunnen werkgevers moeilijk aan gekwalificeerd personeel komen. Maar ze bieden niet iedere prijs. Op zeker moment stopt de vraag naar nieuw personeel. Het aantal aanvragen voor nieuwe uitkeringen loopt zelfs weer op. Ook de Amerikaanse consument heeft zijn aanvankelijk zeer ambitieuze bestedingspatroon iets teruggeschroefd. Zo bleken de winkelverkopen voor de tweede maand op rij tegen te vallen. De Amerikaan houdt de hand toch nog maar even op de knip. Zou het kunnen zijn dat het economisch herstel wellicht iets minder euforisch kan gaan verlopen dan aanvankelijk was voorzien?

Beurzen lijken tot bedaren te komen

Waar de beurzen sinds begin november aan een stevige rally begonnen, vooruitlopend op een spectaculair economisch herstel, lijken ze nu enigszins tot bedaren te zijn gekomen. De rente op staatsobligaties is vanaf het hoogste punt gedaald. Dat is niet echt een teken dat een groots herstel aanstaande is. De prijzen van grondstoffen dalen ook. Zou het kunnen zijn dat de beurzen, die immers altijd op de reële economie vooruitlopen, een wat minder fors herstel inprijzen? De Federal Reserve doet voorlopig niets, ondanks de enorme druk die er wordt uitgeoefend hun beleid te verkrappen.