Columns
Luidt nieuwe concurrentie uit C ...
Is de AI-rally over? Het is te vroeg om dat nu al te concluderen.
Datum: 18-5-2026
De consumentenprijsindex (CPI) in de Verenigde Staten bleek vorige week met 3,8 procent op jaarbasis te zijn gestegen. Dat was meer dan verwacht. Sterker nog, het was de grootste stijging in drie jaar.
Het oplopen van de index weerspiegelt de sterk oplopende kosten voor energieproducten sinds het uitbreken van de oorlog in het Midden-Oosten. In februari bedroeg de CPI nog maar 2,4 procent.
Naast de prijs van energie steeg ook de prijs van voedsel. Bovendien sloeg de inflatie over naar de dienstensector, met hogere huren en vliegtarieven.
Na een tijd succesvol te zijn bestreden lijkt het inflatiespook een comeback te maken op het financiële toneel. De inflatie overtreft nu voor het eerst in drie jaar de stijging van de lonen. Die liepen op jaarbasis met 3,6 procent op. Huishoudens gaan er dus op achteruit: duurdere benzine, diesel en vliegtuigbrandstof, hogere prijzen voor elektriciteit, hogere prijzen in de supermarkt, oplopende huren, duurdere kleding en hogere prijzen voor huishoudelijke inrichting en onderhoud. Het consumentenvertrouwen zakte naar een dieptepunt.
De gestegen inflatie wordt voor een groot deel verklaard door de hogere energieprijzen. Het afsluiten van de Straat van Hormuz begint aanzienlijke schade aan te richten aan de Amerikaanse economie. Het inflatiecijfer maakt het lastig voor de Fed om de rente binnen afzienbare tijd te verlagen. Eerder bleek bovendien dat de arbeidsmarkt er beter voor staat dan verwacht. Bij de huidige inflatie is de reële Fed Funds Rate zelfs negatief. De actuele beleidsrente bedraagt nu 3,64 procent: lager dan de inflatie.
Nu heeft president Trump de laatste verkiezingen grotendeels gewonnen dankzij de belofte de prijzen te verlagen. Hij oefende permanente druk uit op de centrale bank om de rente te verlagen. De Fed weigerde hier echter gehoor aan te geven. Gouverneur Powell diende mede daarom plaats te maken voor Kevin Warsh. Deze laatste heeft veelvuldig gepleit voor renteverlagingen. Het is echter sterk de vraag of hij daar werkelijk toe over zal gaan. De ruimte daarvoor lijkt er namelijk niet te zijn.
Nu heeft de Fed aangegeven de huidige inflatie te zien als ‘tijdelijk’, veroorzaakt door een plotselinge energieschok. De energieprijzen zullen naar verwachting na verloop van tijd weer dalen en de inflatie zal terugzakken. Bovendien zullen toegenomen productiviteit en efficiëntie door de AI-revolutie lagere prijzen tot gevolg hebben. Een periode van disinflatie zou voor ons liggen.
De aandelenmarkten lijken tot op heden dit scenario in te prijzen. De Amerikaanse beurzen staan hoger dan voor het uitbreken van de oorlog.
De obligatiemarkt echter niet. Zo is de rente op tienjaars staatsleningen in de Verenigde Staten fors opgelopen, net zoals de rente op de tweejaars staatsleningen. Een renteverhoging door de Fed is al ingeprijsd.
De opgelopen inflatie is niet alleen het gevolg van de hogere olie- en gasprijzen. Door de explosie van het aantal datacenters is de vraag naar elektriciteit in de Verenigde Staten enorm toegenomen. Er is overal tekort aan stroom.
De prijs van elektriciteit is sterk opgelopen - de afgelopen zes jaar met 44 procent. Deze toename lijkt, in tegenstelling tot de gestegen olieprijs, minder tijdelijk van aard. Al die nieuwe datacenters hebben overigens niet alleen de prijs van elektriciteit de hoogte ingejaagd. Een toenemende schaarste aan grond, water en andere grondstoffen duwt de prijzen op.
Hoe tijdelijk ‘tijdelijk’ zal blijken, moet de toekomst uitwijzen. Het maakt de taak van de nieuwe Fed-voorzitter er niet eenvoudiger op. Voor beleggers is de comeback van het inflatiespook ook een nieuwe uitdaging. Enerzijds zijn bedrijven winstgevender dan ooit, maar anderzijds stijgt de rente waartegen die winsten verdisconteerd moeten worden. Bovendien hoeft men deze keer niet op een helpende hand van de president te rekenen.