Datum: 23-02-2026

 

Vermogen opbouwen wordt bemoeilijkt

Er wordt vaak gesproken over de (on)houdbaarheid van de Amerikaanse staatsschuld. Het begrotingstekort en de staatsschuld van de Verenigde Staten zijn zeker zorgelijk, maar in Europa kunnen we er ook wat van.

Uitgedrukt als percentage van het BNP is de staatsschuld van de hele Europese Unie lager dan die van de Verenigde Staten. Maar, de Amerikaanse economie groeit veel harder. Bovendien is de bevolkingssamenstelling van de Verenigde Staten gunstiger. Europa vergrijst in rap tempo en de financiering van de verzorgingsstaat en de pensioenen lijkt een onbegaanbare weg te zijn ingeslagen die bovendien regelrecht naar de afgrond leidt.

Demografische perikelen

Het aantal ouderen neemt snel toe en het werkzame gedeelte van de bevolking wordt met rasse schreden kleiner. Op de achterkant van een sigarendoosje kan snel worden uitgerekend dat de huidige situatie niet lang meer houdbaar is. De staatsschuld van Italië, België, Spanje, Frankrijk en Portugal is hoger dan 100 procent van het BNP. Het Verdrag van Maastricht uit 1992 stelt dat eurolanden een overheidsschuld van niet meer dan 60 procent van het BNP mogen hebben. Lange tijd waren deze schulden geen bedreiging. De rente op staatsobligaties was immers heel laag of zelfs negatief. De stijging van de rente van de afgelopen jaren heeft de situatie echter veranderd.

De Europese Unie is weliswaar een gigant met een enorm potentieel, maar lijkt te gaan bezwijken onder zijn publieke uitgaven. De verzorgingsstaat is in theorie een prachtig idee, maar is steeds moeilijker te financieren. De autoriteiten breken zich steeds meer het hoofd over hoe hij overeind gehouden kan worden. Moet de pensioengerechtigde leeftijd omhoog? Dat stuit op enorm veel weerstand. Kan de inkomstenbelasting worden verhoogd? Die heeft in Europa met 50 procent wel z’n limiet bereikt en dus is een dergelijk voorstel kansloos.

Wat zou er dan wel kunnen? Nou, de Europese autoriteiten hebben hun blik gericht op het belasten van het vermogen in plaats van het inkomen. Dat biedt uitkomst, vooral wat betreft de vermogenswinsten op de beurs. De aandelenkoersen stijgen immers al jaren en daar wordt verlekkerd naar gekeken, vooral door degenen die er niet of nauwelijks van geprofiteerd hebben. Beleggers, en zeker succesvolle beleggers, vormen immers nog steeds slechts een minderheid onder de Europese kiezers. Deze groep kun je zonder al te veel electorale kleerscheuren eenvoudig wat lichter maken.

Beleggers plukken

Zo werd op 12 februari het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aangenomen door de Tweede Kamer. De Tweede Kamer wil vanaf 2028 een belasting invoeren op basis van werkelijke rendementen. Vanaf dat jaar introduceert Nederland een vermogensaanwasbelasting, waarmee ongerealiseerde winsten, waardestijgingen op papier, belast worden. Dit betekent dat belasting wordt betaald over rendement voordat het is gerealiseerd.

Het tarief bedraagt 36 procent over het totale werkelijke rendement. Als een aandelenportefeuille in waarde stijgt, telt deze stijging als belastbaar rendement, ook als de aandelen niet worden verkocht. In tegenstelling tot bij een vermogenswinstbelasting (die pas bij verkoop wordt geheven), wordt bij de vermogensaanwasbelasting de waardestijging elk jaar belast. Het gedeelte van het vermogen dat werd vrijgesteld van belasting (57.684 euro in 2025) wordt vervangen door een jaarlijkse winstvrijstelling van 1.800 euro. Er vindt ook geen achterwaartse verliesverrekening plaats. Als het totale werkelijke rendement in een jaar negatief is, wordt dit op nul gezet; een negatief rendement kan niet worden verrekend met andere jaren.

Weg pensioen

Waarom is deze wet geen goed nieuws voor beleggers? In de eerste plaats is het tarief van 36 procent erg hoog. Vrijwel overal in Europa is dat percentage lager, variërend van nul procent in bijvoorbeeld Zwitserland, tot 20 procent in Polen, 26 procent in Italië en Duitsland tot 30 procent in Frankrijk en Zweden. Maar vooral ongunstig is de belastingvorm. Deze heeft grote invloed op de vermogensvorming. Het rente-op-rente-effect (het achtste wereldwonder van Einstein) is juist de reden waarom beleggen in aandelen noodzakelijk is om vermogen op te bouwen en superieur is aan bijvoorbeeld sparen.

Na een periode van dertig jaar beleggen in aandelen kan het uiteindelijk wel de helft schelen in het gerealiseerde eindkapitaal. Het appeltje voor de dorst wordt zo minder fruitig. Het wordt degenen die hun eigen pensioen willen opbouwen wel erg moeilijk gemaakt, nog los van het feit dat velen de ruimte om de jaarlijkse forse belastingaanslag te kunnen betalen eenvoudig niet hebben. Ze zullen een deel van hun aandelen moeten verkopen om belasting te kunnen betalen. Dat betekent een behoorlijke greep in de kas en een fors lager eindkapitaal.

Averechts effect

De wet is aangenomen juist op een moment dat men in Europa het vormen van een grote kapitaalmarkt en het beleggen wil stimuleren. Het voornaamste verschil tussen de Verenigde Staten en Europa werd gevormd door een grote en diepe kapitaalmarkt en een beleggingscultuur. Niet voor niets zoeken veel Europese bedrijven hun heil in de Verenigde Staten. In Europa is er geen financiering voor hun groei.

Met dit soort belastingwetten zal het verschil met de Verenigde Staten alleen maar groter worden. En erger nog, de financiering van de verzorgingsstaat zal op losse schroeven komen te staan.