Datum: 04-10-2021

Wachten op de dip?

Veel beleggers hebben hoogtevrees en zagen in de lichte koersdalingen van vorige week een bevestiging van hun angst. Andere (potentiële) beleggers blijven aan de zijlijn staan in de hoop in te kunnen stappen op lagere niveaus. De S&P 500 index beleefde de afgelopen week met een daling van 2 procent de grootste daling sinds afgelopen mei. Dit jaar hebben we tot op heden pas vier keer iets dergelijks meegemaakt. Beleggers zijn dan ook verwend. Er is dit jaar op dagbasis nog geen daling geweest van meer dan 3 procent. Vorig jaar was dat wel zestien keer het geval. Dit jaar bedraagt de grootste daling van de S&P 500 totaal 4,2 procent. Alleen in 1964 (-3,5 procent), 1995 (-2,5 procent) en 2017 (-2,8 procent) hadden beleggers nog minder om over te klagen. 

Moment van aankoop niet meer dan rimpeling in koersgrafiek

Dat wachten op een dip lijkt mij niet zo’n goed idee. Beleggen doe je ten eerste niet voor de korte termijn. Op de lange termijn bekeken is je moment van aankoop niet meer dan een rimpeling in een totale koersgrafiek. Het maakt niet uit of de beurs nu ‘hoog’ of ‘laag’ staat. Beleggers staren zich blind op indices. Dat zijn echter slechts gemiddelden. Voorbeeld: een belegger die in 2000 in waarde-aandelen belegde en technologie volledig meed, deed goede zaken. Iets soortgelijks speelt nu ook. In de grondstoffensector (energie, metalen, landbouw) zijn op het moment heel veel aandelen tegen zeer lage koerswinstverhoudingen te koop. En dat terwijl steeds regelmatiger het woord ‘energiecrisis’ wordt gebezigd.

Koers op zich zegt niet zoveel

Een nadeel is misschien wel dat door de toegenomen ETF-handel ook goede aandelen soms mee omlaag gezogen worden bij een algemene verkoop. Maar het is te kort door de bocht om te stellen dat je niet kunt beleggen omdat de indices ‘hoog’ staan. Op 800 punten was de AEX goedkoper dan op bijvoorbeeld 700 punten, hoe gek dat misschien ook klinkt. Een goede belegger kijkt namelijk naar zowel de gerealiseerde als de te verwachten winsten van een onderneming. Een aandelenkoers an sich zegt wat dat betreft niet zoveel.

Crisis komt altijd uit onverwachte hoek

En dan nog, een crisis en daarmee een correctie komt eigenlijk altijd uit onverwachte hoek. Alle zaken die een crisis zouden kunnen veroorzaken maar die inmiddels wel bekend zijn, zijn immers al ingeprijsd. Het coronavirus kwam anderhalf jaar geleden als een donderslag bij heldere hemel.

Nu zijn er zaken die beleggers redelijk onverwacht rauw op het dak zijn komen te vallen: de Chinese vastgoedmarkt blijkt buitengewoon zwaar geleveraged (en dat is vragen om ellende), de energieprijzen gaan door het dak (en daar had de wereld even geen rekening mee gehouden) en het definitief ophogen van het schuldenplafond in de Verenigde Staten is deze keer een serieuze kwestie door de buitengewone slechte verstandhouding tussen de Republikeinen en de Democraten. 

Een rentestijging komt een wereld die met schulden overladen is natuurlijk niet zo goed uit. De winstverwachtingen voor het derde kwartaal zijn wellicht wat aan de hoge kant. Kunnen bedrijven de gestegen prijzen voor personeel, grondstoffen en halffabricaten voldoende doorberekenen? Dat zullen we over een paar weken gaan zien. 

Gevaarlijk moment

Maar, een paar weken geleden leek er nog geen wolkje aan de lucht en dachten beleggers dat koersen maar een kant op konden en dat was naar boven. Dat was een gevaarlijk moment. Nu komen er allerlei iets minder gunstige ontwikkelingen samen. En dat in een jaargetijde waarin de stemming van beleggers doorgaans iets somberder is dan gewoonlijk.

Een correctie en daarmee een dip op de beurzen zou op de loer kunnen liggen, al hoeft dat natuurlijk helemaal niet het geval te zijn. Bovendien, meestal is de correctie er eerder en wordt deze pas achteraf verklaard.