Datum: 16-08-2021

Wet van Meden en Perzen

De waarschuwingen dat aandelen historisch duur zijn en een stevige crash niet uitgesloten moet worden, hebben beleggers dit jaar niet kunnen verhinderen steeds meer geld naar de beurs te brengen. Sterker nog, het heeft ze tot op heden een behoorlijk rendement opgeleverd. Kan de overwegend positieve stemming op de beurzen overleven zodra de markten wel een keer serieus getest worden?

Na de enorme rally sinds de bodem van de coronapandemie hebben de internationale aandelenmarkten veel records gebroken. Nu de economie zich begint te herstellen wordt er met angst en beven naar de heren en dames centrale bankiers gekeken. Hoe lang blijven zij de markten gunstig gezind met hun ontzettend ruime monetaire beleid? Zullen zij nog steeds niets doen als de inflatie niet zo tijdelijk blijkt als alom verwacht?

Van waanzinnige euforie tot totale desillusie

Gaat de nieuwe generatie beleggers dezelfde weg als vorige generaties in bijvoorbeeld de jaren ’20 van de vorige eeuw en in 2000? Dat was een weg die leidde van waanzinnige euforie naar een totale desillusie.

Een blik op een grafiek van ’s werelds oudste index, de Dow Jones, leert ons dat beurzen op de lange termijn altijd de neiging hebben te stijgen. Hoe hard de koersen van tijd tot tijd ook onderuit zijn gegaan, het is ook altijd weer goed gekomen.

De ene keer moesten beleggers iets meer geduld betrachten dan de andere keer, maar steeds veerden de koersen weer op. Na verloop van tijd werd het verlies als gevolg van een crash goedgemaakt, waarna de aandelenkoersen naar nieuwe hoogten stegen. Of het nu gaat om de jaren 1929, 1987, 2000, 2008 en 2020, steeds volgde na de daling een herstel en altijd stegen de koersen daarna door.

Loterij zonder nieten

De enorm forse interventies van de centrale banken én overheden zouden dit keer echter wel eens voor een ander speelveld kunnen hebben gezorgd.

Nu beleggers hebben gezien dat de staat en de centrale banken voor geen enkel middel terugschrikken om een crisis te bestrijden lijkt de beurs op een loterij zonder nieten. Bij een volgende recessie zal iedereen opnieuw rekenen op riante uitkeringen van de staat om het consumptiepatroon overeind te houden.

In de Verenigde Staten alleen zouden volgens onderzoek 12,4 miljoen Amerikanen meer in armoede leven als alle overheidsinterventies in de vorm van bijvoorbeeld de gratis cheques en de werkloosheidsuitkeringen er niet waren geweest.

Redders in nood

Deze wetenschap van beleggers kan gevolgen hebben voor de beurs en de economie. Recessies zullen er niet door verdwijnen, maar waarschijnlijk wel korter duren. Waarom zou je als belegger nog wachten met instappen tot de koersen helemaal door het putje zijn gegaan? Overheden en centrale banken komen immers toch wel opdagen als redders in nood.

Beleggers kunnen eerder weer instappen of hoeven, als ze een lange(re) beleggingshorizon hebben, eigenlijk helemaal niet meer uit te stappen.

Recessies zullen dan wel korter duren, maar wellicht ook vaker voorkomen. De economie zal bewegelijker worden. Overheidsingrijpen zorgt zo bezien juist voor minder stabiliteit.

Meer beweging op de beurzen

Het wordt er voor centrale bankiers evenmin eenvoudiger op. Macrocijfers springen wilder op en neer dan vroeger en het is lastig om daar je beleid op te baseren.

Af en toe zullen beleggers verrast worden door een korte hevige beweging op de beurs als bijvoorbeeld weer eens een hedgefonds of andere professionele belegger verrast is door een plotse beweging en gedwongen wordt zijn posities terug te draaien.

Steeds meer overheidsinterventies zorgen dus aan de ene kant voor minder angst bij beleggers voor een beurscrash. Het grotere gevoel van veiligheid zal aan de andere kant bijdragen aan meer risicovol gedrag met meer beweeglijkheid tot gevolg.

Worden de markten daardoor nog ingewikkelder? Misschien. Maar maakt u zich niet druk, die crash komt wel, eens. Dat is een wet van Meden en Perzen. Net zo zeker als het herstel dat erop volgt.